Hier sta ik, ik kan niet anders

,,In een gezin hangt het geluk niet van jezelf af en toch kan het komen. Dat is pas geluk hebben.''

Op het hoogtepunt van de orgie buigt de man zich naar haar toe en fluistert in haar oor: ,,Wat doe jij hierna?'' Met deze scène verbeeldt de Franse filosoof en socioloog Jean Baudrillard het menselijk onvermogen om zelf het geluk te construeren. Hoewel we het kunnen najagen en de Amerikaanse constitutie de pursuit of happiness zelfs verheft tot een grondrecht, is het nochtans afwachten of het geluk ons daadwerkelijk zal toevallen. We mogen van geluk spreken als dat lukt.

In onze cultuur wordt ons niettemin dag in, dag uit wijsgemaakt dat het geluk te koop is, mits wij onze kansen grijpen. De boodschap luidt dat we in de westerse kapitalistische samenleving als nooit tevoren over ons eigen lot kunnen beschikken, dankzij de bewegingsruimte die de materiële welvaart ons biedt en onze vrijheid het leven naar eigen smaak en goeddunken in te richten.

Volgens de Vlaamse cultuurfilosoof Herman de Dijn dringen de krachten van de markt en de commerciële media met deze boodschap steeds verder tot onze vrije tijd en privé-relaties door. Met verlokkende beelden geven zij permanent het signaal dat het geluk binnen ieders handbereik ligt. De Dijn, hoogleraar aan de katholieke universiteit van Leuven, meent dat het onbehagen in de cultuur voortkomt uit de teleurstelling die deze illusoire boodschap velen oplevert, na hun vruchteloze pogingen het geluk te verwerven.

In zijn werkkamer in Leuven zegt hij: ,,Vroeger streefden we naar geluk in het hiernamaals, tegenwoordig in het hiernumaals. Pilletjes, drugs, massages, veel geld - dat zijn de eigentijdse aflaten waarmee we het geluk trachten te verwerven, om gedesillusioneerd tot de conclusie te komen dat gekocht genot geweldig saai kan zijn.''

,,Baudrillard verwoordde in die momentopname van de orgie dat wat je zó kunt krijgen meestal oninteressant is. In werkelijkheid heeft geluk een transcendent, ongrijpbaar karakter. Het is iets wat je kan toevallen. Geluk moet lukken. Geluk is een geslaagd contact met transcendente waarden, geïncarneerd in een geliefde, een boek, een muziekstuk, de natuur, het gezin. Dat echte geluk valt je met wat geluk toe als je ernaar zoekt zonder het meteen te willen afdwingen, door in het zoeken dat zoeken zelf te vergeten. In een gezin hangt het geluk niet van jezelf af en toch kan het komen. Da's pas geluk hebben!''

Het gezin is volgens De Dijn een van de laatste domeinen in onze cultuur waarin we geen onmiddellijke bevrediging van onze behoefte aan geluk verwachten. Geen andere institutie perkt de persoonlijke vrijheid zó in en is tegelijkertijd zó populair als het gezin. Dat fenomeen duidt erop dat mensen van het gezin nog altijd een verrijking van hun leven verwachten, die opweegt tegen het offer van de beknotting van hun vrijheid.

In zijn studie over de postmoderne samenleving Hoe overleven we de vrijheid? wijdt De Dijn een nadere beschouwing aan het fenomeen vrijheid. Hij zegt: ,,Descartes vond vrijheid die niks meer inhoudt dan persoonlijke willekeur, de laagste vorm van vrijheid. In zijn filosofie staat vrijheid ten dienste van het goede, van een positief project. Het gezin is zo'n project. Vrijheid krijgt pas inhoud als er iets is wat ons oproept tot verantwoordelijkheid. Een gezin doet dat. Alleen vrijheid in dienst van verantwoordelijkheid verschaft het uithoudingsvermogen om ook in slechte tijden stug vol te houden.''

,,Deze vrijheid in gebondenheid mag niet worden verward met de onvrijheid van dwang en inhoudsloos gezag. Wat haar doet verschillen van de onvrijheid is dat de gebondenheid van de wil wordt aanvaard, zelfs beaamd. Deze houding is aanwezig in Luthers uitspraak: Hier sta ik, ik kan niet anders. Er is een soort noodzaak van de wil die men niet wil afschudden. In de zorg voor onze kinderen ervaren we dezelfde zachte dwang. Ook al kunnen we niet voorzien wat die zorg allemaal meebrengt, willen we ons toch niet onttrekken aan de verantwoordelijkheid die de zorg met zich meebrengt, hoewel we anders zouden kunnen.''

De Dijn omschrijft gezinsbanden als banden van loyaliteit waarvan mensen geen direct voordeel of nut voor zichzelf verwachten. Daardoor kan het gezin een uitgelezen omgeving vormen voor de ontwikkeling van het geduld, een deugd die in de hectiek van het moderne leven onder steeds zwaardere druk staat. Toch ondervindt ook het gezin, net als andere leefsferen, de negatieve invloed van het zelfbedrog dat het geluk te koop is. Dat bedrog komt tot uitdrukking in de vluchtigheid van het bestaan. Mensen hebben behoefte aan een ogenblikkelijke bevrediging van hun verlangens, hoe impulsief ook, en snellen van het ene kortstondige genoegen naar het volgende, om telkens weer tot de ontdekking te komen dat ze hun geluk elders moeten zoeken. De Dijn: ,,De postmoderne mens is teruggeworpen op zichzelf in een cultuur die in verwarring verkeert, strevend naar wat het ook mag zijn dat de markt nu weer als must of look aanprijst. Dat bevordert een vluchtige, activistische tendens.''

In de massacultuur manifesteert deze tendens zich als een steeds snellere opeenvolging van modes en stijlen die opkomen en weer verdwijnen. Dat kan volgens De Dijn niet los worden gezien van het waardenrelativisme van deze tijd. Inspelend op het overheersende denkbeeld dat we voor onszelf kunnen bepalen wat we willen, zolang we anderen niet hinderen, is volgens De Dijn een 'zelfbedieningsmarkt' van waarden ontstaan waaruit we onze persoonlijke, eclectische cocktail samenstellen. Waarheid is een relatief begrip geworden. Er ís geen waarheid meer, nu ieder voor zich bepaalt wat waar is. Gedeelde waarden verdwijnen gaandeweg om plaats te maken voor individuele voorkeuren die anderen uit respect voor het zelfbeschikkingsrecht dienen te ontzien.

Onder invloed van dat waardenrelativisme heeft ook het begrip 'tolerantie' een andere betekenis gekregen. Tolerantie houdt tegenwoordig in dat we in woord en daad het idee eerbiedigen dat geen enkele waarde bovengeschikt mag zijn aan een andere. Op het eerste gezicht lijkt dat een mooi ideaal, een verstandige en nuchtere formule voor vreedzaam samenleven. De Dijn betoogt dat bij nadere beschouwing op dat ideaal het een en ander valt af te dingen. Volgens hem werkt tolerantie die is gebaseerd op het idee dat alle waarden gelijk zijn, achteloosheid over het gedrag van anderen in de hand. Iedereen moet immers vrij zijn te doen wat hem goeddunkt, zolang hij anderen niet in de weg zit.

In deze benadering is verdraagzaamheid gedegradeerd tot een technische regeling voor het ongestoord naast elkaar bestaan van individuen, met als gevolg dat de samenleving uiteenvalt in monoculturen die elkaar vermijden. Problemen ontstaan als de relativerende westerling wordt geconfronteerd met de 'echte ander', meestal een vreemdeling, met een hang naar waarden die het zelfbeschikkingsrecht inperken en dus haaks staan op de heersende, liberale opvatting over de persoonlijke vrijheid. ,,Wanneer vreemdelingen vasthouden aan hun gewoonten, kan de moderne burger dit haast niet anders begrijpen dan als domme koppigheid of een nauwelijks verhulde uitdaging aan onze tolerante samenleving'', schrijft De Dijn.

De Leuvense filosoof onderscheidt twee conflicterende benaderingen van dit probleem, de liberale en de conservatieve. De liberaal zegt dat we, zeker in afwezigheid van consensus over moraal en religie, respect voor het zelfbeschikkingsrecht voorrang moeten geven boven eisen tot inperking van dat recht omwille van de waarheid of het goede. De conservatief zegt daarentegen dat fundamentele waarden zwaarder kunnen wegen dan het zelfbeschikkingsrecht.

Welke waarden aanspraak kunnen maken op die status, valt in een pluralistische samenleving moeilijk te bepalen. Desondanks kiest De Dijn partij voor de conservatieve benadering. Hij betoogt dat de eerbied voor het individu, toch een liberaal kernbegrip, juist vereist dat anderen ook respect betuigen aan waarden die voor dat individu wezenlijk zijn. Het is onvoldoende als zij deze waarden beschouwen als een persoonlijke gevoeligheid of eigenaardigheid die moet worden ontzien. De liberaal neigt naar dat laatste, met zijn opvatting dat godsdienstige en zedelijke waarden tot het privédomein behoren.

De Dijn schrijft: ,,Mensen willen niet gerespecteerd worden zoals men kleine kinderen respecteert. Zij willen gewaardeerd en serieus genomen worden. Dat wil zeggen dat zij erkenning verlangen van datgene wat zij waardevol achten, zoals hun godsdienst, zeden, werk, creativiteit. Louter ontzien van gevoeligheden is onvoldoende. Zij willen niet zozeer de eigen gevoeligheid gerespecteerd zien, alswel datgene wat ze belangrijk vinden zelf. Ze willen erkenning van hun waarden, niet van hun ego.''

De Dijn signaleert dat in reactie op de cultuurstrijd tussen liberalisme en conservatisme zowel het een als het ander in extremen kan vervallen. Het liberalisme kan doorslaan naar een verabsolutering van de vrijheid. Elke beperking van de individuele willekeur wordt dan als ondraaglijk ervaren, met als gevolg een cynisch wantrouwen tegen iedereen die met een beroep op hogere waarden zedelijke grenzen gerespecteerd wil zien.

Het conservatisme op zijn beurt kan doorslaan in een restauratief fanatisme, meent De Dijn. De conservatieve fanaticus wil oude tradities die geen enkel draagvlak meer hebben, toch in ere herstellen. De Dijn: ,,Doordat hij iets voorstaat wat niet meer vanzelfsprekend is, brengt hij die vanzelfsprekendheid niet terug, maar maakt hij integendeel van de traditie een soort nostalgisch product, kitsch.''

Is er een uitweg tussen het nihilisme van de cynicus en de wanhoop van de restauratieve fanaticus? Kunnen we een verworvenheid als tolerantie verzoenen met respect voor waarden? De Dijn denkt van wel. Hij zoekt de oplossing in een 'tolerant conservatisme', met een essentiële rol voor de politiek in haar rituele hoedanigheid van conflictbeheerser.

Uitgangspunt van De Dijn is dat sommige tegenstellingen in een heterogene gemeenschap als de onze domweg onverzoenlijk zijn, vanwege botsende morele overtuigingen over religie en zeden. Wat de een verwerpelijk vindt of bespottelijk, is voor de ander eerbiedwaardig. Door zijn waardenrelativisme heeft het liberalisme een blinde vlek voor dit soort conflicterende principes. Het ontwijkt de onoverbrugbare tegenstellingen in de samenleving door de achterliggende morele beginselen te relativeren tot persoonlijke gevoeligheden.

Kunnen de gevoeligen niet zelf ervoor zorgen dat ze het aanstootgevende uit de weg gaan? Voor zover hen dat niet lukt, beschouwt het liberalisme de maatschappelijke conflicten die daaruit voortvloeien, louter als op zichzelf staande complicaties waarvoor een pragmatische oplossing geboden is. De liberale illusie is volgens De Dijn dat voor elk conflict zo'n oplossing mogelijk is: ,,Politiek houdt echter in dat er altijd conflict zal zijn.''

De fixatie op het zelfbeschikkingsrecht is niet vreemd aan de liberale benadering. Dat komt naar voren in de uiteenlopende zienswijzen van liberalen en conservatieven over het wezen van wetten. Voor liberalen zijn wetten rationele organisatievormen voor het vreedzaam, ordelijk en efficiënt samenleven van vrije individuen, op een wijze die het zelfbeschikkingsrecht de grootst mogelijke ruimte biedt. Voor conservatieven daarentegen vormen wetten de weerslag van fundamentele waarden, dus van de zedelijkheid van een gemeenschap.

Dit antagonisme tussen liberalen en conservatieven komt ook tot uitdrukking in tegengestelde opvattingen over de betekenis van politiek. Voor conservatieven is politiek de voortdurende strijd om publieke erkenning van waarden die zij op zichzelf eerbiedwaardig vinden. Het politieke debat is het wapen om deze strijd te voeren. Anders gezegd: een ritueel om de onoplosbare conflicten die in het menselijk samenleven zijn ingebakken, tijdelijk te beslechten, of, in de woorden van De Dijn, een moderne manier van omgaan met diepe spanningsverhoudingen.

De Dijn: ,,Het ritueel van het debat heeft ooit de plaats ingenomen van het duel. Geweld was vroeger geritualiseerd in het duel. Sinds de staat het monopolie verwierf op geweld, kunnen groepen hun conflicten niet meer letterlijk uitvechten. Het geweld zit sindsdien ìn de politiek en is verbaal geworden. Politici slaan eerst aan het bekvechten, om vervolgens een beslissing te nemen waarmee ze een conflict voor de tijdelijkheid beslechten.''

De liberalen, met hun opvatting over politiek als een waardenvrije en technische methode om samenleven mogelijk te maken, kunnen volgens De Dijn niet anders dan kritiek leveren op de traagheid, de omslachtigheid en de 'stroperigheid' van de procedures, oftewel op het ritueel. Zij zoeken naar een efficiënte aanpak van problemen en dringen daarom aan op kortere procedures en technocratische oplossingen, waartoe De Dijn ook het referendum rekent.

Overigens hanteert De Dijn de termen 'liberalisme' en 'conservatisme' los van bestaande politieke partijen. De meeste partijen hebben in meer of mindere mate conservatieven èn liberalen in hun midden. Niettemin beaamt hij dat de liberale opvatting van politiek bedrijven dominant is in Paars, de coalitie die nu zowel in Nederland als België aan de macht is.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden