'Hier motten ze me wegdragen'

Op de vergeelde plaat staat het leven stil, maar de hoofdpersonen gingen verder. Ze vertellen over hoe hun buurt of dorp veranderde, moderniseerde of verloederde. Elke maandag, in de Verdieping, de toekomst van een oude foto. Deel 2: Wijk-C, Utrecht

tekst George Marlet foto Rob Huibers

Een wandeling door Wijk-C krijgt al snel iets weemoedigs. De drukke handelswijk van weleer is een woonwijk geworden die loom dommelt in de zon. Om het kwartier slaat de klok van de Jacobikerk. Wat er nog aan bedrijvigheid resteert, heeft geen banden meer met het verleden.

Waar zich aan de Waterstraat bij vishandel Van der Mars in alle vroegte de visventers meldden, houdt nu de Kamer van Koophandel royaal en reukloos kantoor. Voor vis moet je naar het Vredenburg en voor andere boodschappen nog veel verder. In het pand van slager Leemans op de hoek Willemstraat/Bergstraat zit nu een trendy kapsalon waar een 'artisticteam' op swingende muziek zijn werk doet. De vroegere winkels aan de Willemstraat worden particulier bewoond, maar ze zijn in elk geval wel behouden gebleven.

Van het oorspronkelijke Wijk-C (de letteraanduiding stamt uit de Franse tijd) is niet veel meer over. De sanering van de 'Utrechtse Jordaan' begon al in de jaren twintig van de vorige eeuw om pas in de jaren zeventig - door verzet van bewoners - tot stilstand te komen. Vanuit de Willemstraat en de Bergstraat is het contrast tussen de oude en nieuwe stad goed te zien. De lage bebouwing gaat abrupt over in de kolossen van Muziekcentrum Vredenburg, Hoog Catharijne en winkelcentrum La Vie. Als het aan het gemeentebestuur van Utrecht had gelegen, ,,was dit nu een voorstad van Hoog Catharijne'', zegt Corrie Huiding-Stomp.

Als voorzitter van het Wijk C-comité stond ze in de jaren zeventig op de barricaden om verdere sloop tegen te houden. Dat is gelukt. Maar de wijk is toch veranderd. Veel oorspronkelijke bewoners konden in de jaren zeventig niet terugkeren nadat hun woning was gerenoveerd of gesloopt en nieuw gebouwd. En de oude garde ('ougies', zoals ze liefkozend worden genoemd) die wel kon terugkeren, sterft langzaam maar zeker uit. Daarmee verdwijnen ook de voor een volkswijk spreekwoordelijke saamhorigheid en gezelligheid, de buurtfeesten en 'rijpotten', uitstapjes waarvoor de buurt het hele jaar spaarde. Huiding: ,,Toen ik hier in de Bergstraat kwam wonen, was het gelijk 'tante Annie' en 'oom Nico'. Het was gemoedelijk; mensen zaten bij mooi weer op straat. Nu zijn er allemaal nieuwe mensen gekomen en zeg je elkaar gedag.''

In het Volksbuurtmuseum Wijk C aan de Waterstraat is nog wel iets van de sfeer van vroeger te vinden. Het museum, gevestigd in de vroegere Diaconie-school die later dienst deed als buurthuis, is een trefpunt voor (oud)bewoners. Ze kijken uit naar de ontmoetingen op de eerste zaterdag van de maand. Anekdotes en herinneringen vliegen dan over tafel. De verhalen in plat-Utrechts staan bol van de bijnamen die iedereen in Wijk-C had. De opa van Anton Geesink heette Barend Negenvinger omdat hij een vinger miste. Een man die klaagde dat zijn kinderen zo lastig waren als hij moest oppassen, kreeg als bijnaam 'Kindjelastig'. Bijnamen werden zo consequent gebruikt dat mensen zelfs hun officiële achternaam vergaten.

Het Volksbuurtmuseum heeft de mondelinge historie vastgelegd door 250 mensen over 'vroeger' te interviewen. Een collectie van tienduizend foto's en 4 500 gebruiksvoorwerpen maakt Wijk-C tot ,,misschien wel de best gedocumenteerde volkswijk van Europa'', zegt coördinator Albert van Wersch. Het museum draagt bij aan een herwaardering van de wijk en haar bewoners. ,,Mensen zijn trots als ze zichzelf en hun familie op een foto terugzien: dat zijn wij. Op Wijk-C'ers werd altijd neergekeken; dat waren vieze mensen, a-socialen met wie je beter niet kon omgaan.''

Dat ondervond Suze Hofman-van Klarenbosch (84) toen ze vanwege de nieuwbouw tijdelijk in een huis buiten de wijk moest wonen. Haar nieuwe buurvrouw wilde maar wat graag op bezoek komen. ,,Ze keek om zich heen en zei: 'Wat hebt u het mooi, wat is het schoon hier!' Dat had ze niet verwacht'', lacht mevrouw Hofman. Ze zit op een tuinstoel tegenover haar huis aan de Oranjestraat, waar ze in 1918 is geboren en haar moeder een logement had. ,,Zij sliep nog met open deuren. De politie is eens een keer naar binnen gelopen en stond naast haar bed. 'Ach', zei m'n moeder, 'bij mij stelen ze niet'. Tegenwoordig moet je twintig sloten op je deur hebben en dan komen ze nog binnen.'' En dan die troep op straat en die smerige ramen. Dat was vroeger wel anders. Wijk-C mocht dan de naam hebben van een armoedige wijk, de vrouwen wisten nog wat schrobben en boenen was.

Toch vindt 'tante Suus' het huidige Wijk-C ,,nog steeds gezellig''. ,,De mensen letten op me. De buurvrouw staat dag en nacht voor me klaar. Nee, ik ga hier niet meer weg. Hier motten ze me tussen zes planken wegdragen.''

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden