'Hier moet de kunst zich verantwoorden'/Een moment van gekte en anarchie in het centrum van de macht/Kunst en bedrijf

Het is groot en teer. Het is roze, plakkerig, vreemd en mooi. In een glazen uitbouw van het Akzo Nobel Centre in Arnhem, onder het open trappenhuis waar de kantoren van de leden van de raad van bestuur aan grenzen, staat het werk 'Victoria Regia' van de Amerikaanse kunstenaar Keith Edmier (1967): een in roze rubber en andere moderne kunststoffen uitgevoerde versie van de gelijknamige waterlelie uit het Amazonegebied, waarvan de geschubde stengels zich hoog boven het hoofd van de bezoeker uitstrekken.

De enorme, vleeskleurig doorschijnende bladeren ogen door hun steeds fijner vertakkende aderen eerder kwetsbaar dan beschermend in dit uit glas, beton, staal en grijze maatpakken opgetrokken centrum van de macht. Hester Alberdingk Thijm, sinds drie jaar directeur van de evenoude Akzo Nobel Art Foundation is buitengewoon trots op haar laatste grote aanwinst, zegt ze, terwijl ze aan een van de stengels plukt. Ten eerste heeft het veel moeite gekost om deze sculptuur los te krijgen van de New Yorkse galerie Petzel. Edmier is een opkomende ster in de Verenigde Staten en het werk was al gereserveerd voor de heropening van Jan Hoets Museum voor Moderne Kunst in Gent in 2001. Hoet vindt het werk van Edmier toonaangevend voor de manier waarop de beeldende kunst zich in de 21ste eeuw zal ontwikkelen. Ook de Londense Tate Gallery had haar oog al op 'Victoria Regia' laten vallen. Onder de voorwaarde dat zowel Hoet als de Tate het werk in bruikleen krijgen, mocht Alberdingk Thijm het werk aankopen.

Maar het gaat niet alleen om de 'museale' waarde die het wulpse werk nu al heeft, het gaat ook om de vervreemding, om het moment van gekte en lichte anarchie dat het in dit bastion van ratio en structuur veroorzaakt.

Het werk van Edmier verenigt veel van de ambities die Alberdingk Thijm en co"rdinator Anniek Vrij van de Art Foundation vanaf het begin met de nieuwe collectie hebben. “Torenhoog”, noemen ze die zelf. Jonge, internationale kunst van hoge kwaliteit vormt de basis van een collectie die ook moeiteloos zelfstandig zou moeten kunnen voortbestaan, zegt Alberdingk Thijm (39), die eerder werkzaam was bij het Museum Boijmans Van Beuningen in Rotterdam en de Stichting Beurs van Berlage.

Na drie jaar is ze tevreden over hetgeen ze tot stand heeft kunnen brengen: vierhonderd schilderijen, sculpturen, grafiek en glas van hoofdzakelijk Nederlandse, maar ook een aantal buitenlandse jonge kunstenaars bevat de collectie inmiddels. Zo stuit de bezoeker van het hoofdkantoor tegenwoordig bij de entree al op een sculptuur van Henk Visch ('You never have a second chance for a first impression'), op het uit hout gesneden beeld 'Man and Gorilla' van Stephan Balkenhol en het schilderij 'Wald' van Mathias Meyer. Boven de receptie hangt een grote foto van Joke Robaard, waarop de dames van de receptie figureren tussen exotische planten in de Amsterdamse Hortus. Het schommelbare object 'Me oh my' van Alex Vermeulen, even verderop in de centrale hal, krijgt volgens Alberdingk Thijm na afloop van de lunch in het bedrijfsrestaurant steevast vele liefkozende duwtjes: “De reacties op de werken zijn over het algemeen enthousiast, je merkt dat er iets gebeurt met de mensen.”

Maar de werken dienen niet alleen om de werkomgeving te veraangenamen, ze moeten ook aansluiten bij de identiteit en de bedrijfsfilosofie Akzo Nobel. “De laatste jaren zie je bij dit soort bedrijven steeds meer behoefte ontstaan om een 'gerespecteerd lid van de samenleving' te zijn, in plaats van alleen maar een winstgevende multinational”, zegt Alberdingk Thijm. “Het staat zelfs letterlijk zo in het mission statement van Akzo Nobel: 'to become a respected member of society'. Akzo heeft een reputatie op te houden waar het gaat om het sponsoren van jong talent. Het hebben van een jonge kunstcollectie past daar heel goed in. Maar tegelijkertijd wordt het aankopen van kunst binnen een bedrijf waar de aandeelhouders veel invloed hebben al snel als pure luxe beschouwd.”

Om die reden heeft ze er voor gezorgd dat de Art Foundation een onafhankelijke stichting is, die niet bij een bestuurswisseling weer wordt opgeheven. Alberdingk Thijm voelt zich vaak vooral een missionaris voor de kunst. “Ik opereer vanuit een plek waar je continu moet verantwoorden wat je aan het doen bent. Ik sta hier regelmatig op de gang uit te leggen waarom een bepaald werk goed is, en niet 'slordig geschilderd'. In tegenstelling tot het innovatieve karakter van het bedrijf is de kunstopvatting van de heren - ja, in de hogere management-functies werken hier vrijwel uitsluitend mannen - vaak nogal conservatief. Een museum trekt in principe liefhebbers aan, je bevindt je onder gelijkgestemden, terwijl kunst bij een bedrijf op bezoek is. Hier moet de kunst zich verantwoorden. En een goed werk herbergt een gelaagdheid die dat kan verdragen.”

Het aantal bedrijfcollecties in Nederland groeit en de manier waarop ze worden aangelegd verandert. 'Men is er in het bedrijfsleven steeds meer van overtuigd dat witte muuroppervlakten beter aangekleed kunnen worden met 'kwaliteitskunst' in plaats van met een allegaartje van door kunstcommissies gehuurd alternatief voor de aloude postercultuur', schreef Alberdingk Thijm recentelijk in een publicatie van de Boekmanstichting. Die postercultuur was bij Akzo Nobel nog springlevend toen ze werd binnengehaald. “Elke nieuwe medewerker mocht voor vijfhonderd gulden een lijst en een poster uitzoeken.”

Het verwijzen naar de identiteit van Akzo Nobel in het aankoopbeleid mag volgens Alberdingk Thijm niet al te letterlijk gebeuren. “Ik ga bijvoorbeeld niet op zoek naar figuratief werk dat lijkt op het logo van Akzo. Ik bedoel het meer associatief.” Zo is een vergaderruimte in het hoofdkantoor ingericht onder de noemer 'ruggengraat', met werk van onder meer Helen Frik en de zwarte Amerikaanse fotografe Lorna Simpson. “In samenhang met een machtig bedrijf als Akzo kun je je bij een hoofdkantoor wel iets bij een sterke ruggengraat voorstellen. Maar een ruggengraat is ook een verzameling lossen delen die onderling met elkaar verbonden zijn. Als er een schakel uitvalt, functioneert er niets meer. Dat is de kwetsbaarheid.”

Aan het eind van een rondgang door de gangen en kantoren, langs werken van Gijs Frieling, Rob Birza, Tom Claassen, Koen Vermeule, Jurriaan Molenaar, Bas Meerman en Winnie Teschmaker, volgt een kort gesprekje in de kamer van de secretaris van de raad van bestuur, de heer Beusmans. Naast zijn eigen Escher en een afbeelding van de door Christo ingepakte Berlijnse Rijksdag heeft hij wisselend werk uit de collectie op zijn kamer hangen. De sprookjesachtige plant van Edmier vindt hij heel bijzonder, hij heeft de lelie wel eens in het echt gezien in Japan, en weet te vertellen dat ze maar twee nachten per jaar bloeien.

“Dat is nou precies wat ik bedoel”, zegt Hester Alberdingk Thijm even later. “Dat dit soort verhalen naar boven komt. Hetzelfde heb ik als ik door dit gebouw loop, en ik ruik zo'n vleugje olieverf tussen het glas en het staal, die emotie uit een andere wereld die kunst kan oproepen, daar gaat het om.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden