'Hier is geen antisemitisme'

Beeld George Harinck

Voor een IKON-documentaire en een boek maakt historicus George Harinck een reis om de Middellandse Zee met als reisgids Abraham Kuypers. Hier doet hij verslag van zijn belevenissen.

29 september
In Tanger stap je nog op de jaren vijftig manier uit het vliegtuig, via een trap het bitumen op. Van permits worden kopieën gemaakt, en ook in de komende dagen blijkt dat de toestemming om in Marokko te filmen geen formaliteit is. Steeds weer wil men permits zien, duikt een politieagent of bestuurder op die wil weten wat we doen. We worden niet gevolgd, zo lijkt het, maar het gezag weet wel steeds waar we zitten.

Het hotel in Tanger is vervallen schoonheid van Arabische tegels in vele kleuren, rijk versierde poortjes. Dit is hotel Continental, waar ook Kuyper in april 1906 een paar dagen verbleef. Onze eerste vraag bij binnenkomst is of ze nog een gastenboek hebben uit Kuypers tijd.

Alsof het de gewoonste vraag van de wereld is, knikken ze en vijf minuten later komt een Visitor's Book uit de negentiende eeuw tevoorschijn. Helaas loopt het van 1889 tot 1898 en zijn er geen andere boeken bewaard gebleven dan deze. Geen handtekening van Kuyper dus, al wordt zijn verblijf wel vermeld in een boekje over de geschiedenis van het hotel. Dat boekje kreeg ik van 'Jimmy' die een grote bric-a-brac winkel heeft in het hotel en foto's toont van hem en Kofi Annan en van hem en filmsterren - die hebben hier niet gelogeerd, maar wel gewerkt op deze filmische locatie. Jimmy houdt van Nederland: many religions, many different people, one law. Als ik hem vraag hoe dat in Marokko is, antwoordt hij met een glimlach: het gaat hier beter, maar every house has its toilet.

30 september
We filmen in hotel Continental en gaan dan naar de Anglicaanse kerk, iets hoger in de oude stad. De sultan heeft koningin Victoria eind negentiende eeuw de grond geschonken en in 1906 is de kerk ingewijd. Hij was bedoeld voor de Britse en internationale gemeenschap, maar het onze vader is in een boog om het altaar heen gebeiteld in het lokale Arabische dialect. Missionair is de kerk niet geweest en mocht ze of kon ze ook niet zijn. Proselieten werven was nadrukkelijk niet de bedoeling. Dat is ook vandaag nog het geval, legt de Britse warden uit, maar de verhoudingen met de moslim-omgeving zijn goed. De koning Mohammed VI zou de christelijke kerk niet graag kwijt willen in zijn streven een samenleving te creëren met ruimte voor verschillende religies en met een openheid naar het westen.

1 oktober
De zon komt over de bergen als we in Chefchaouen door een wirwar van blauwwitte steegjes naar het huis van soefi-meester Ali lopen. Er zijn en tiental jongens en jongemannen bijeen voor een ceremonie, in witte habijten, met een sax, een vioolachtig snaarinstrument, een tamboerijn en een trommel. Bij het inspelen klinkt het thema van de Pink Panther. Zijn het gewone jongens of begrijpen wij niets van het streven de ziel in verbinding met Allah te brengen? Eerst spreken we de meester die het soefisme beschouwt als de ware islam en de radicale islam als een verdraaiing ervan. Dat komen we vaker tegen hier: ISIS, de radicale islam, jihadisten, het heeft allemaal niets met de islam te maken. Daarna zingen de witte jongens in een halve cirkel hun liederen onder muzikale begeleiding. Een van hen danst op een opzwepend ritme. Het is geen gestileerde dans, maar een van de ene voet op de andere heen en weer springen. Veel ontroering of vervoering neem ik niet waar. Na afloop klampen we twee jongens aan met wie verder willen spreken, zonder de oude meester in de buurt. Om onduidelijke redenen vinden de ontmoetingen niet plaats. Er lijkt een sluier te hangen tussen ons en wat wij zien van de islam in de westerse media en de mensen hier.

2 oktober
We rijden naar het zuiden, naar Ouezzane, waar een joods bedevaartsoord is, om met joden te spreken over hun positie in de Marokkaanse samenleving. Onderweg zien we schapen die verhandeld en vervoerd worden: de voorbereiding voor het offerfeest van zondag zijn in volle gang. In Ouezzane stuitten we weer op sluiers of zelfs rolluiken tussen ons en de Marokkanen. We hebben een permit voor een bezoek aan het joods heiligdom. We rijden naar de ommuurde plek, vlak buiten de stad. Er is een beheerder, en ook een militair bij de poort en we mogen er niet in. De poort gaat dicht, in het slot. Het blijkt nu dat ook toestemming van de joodse gemeenschap in Casablanca nodig is, vijf uur reizen hier vandaan. Getelefoneer levert niets op.

Door een olijfstreek rijden we uren verder, naar Fez. Hier spreken we een linguïst, hoogleraar culturele studies aan de plaatselijke universiteit (80.000 studenten). Hij neemt ons mee naar de mellah, de joodse wijk van Fez. Marokko had van alle islamitische landen verhoudingsgewijs een van de grootste joodse gemeenschapen. In Kuypers dagen zo'n 300.000. Daar is nu nog maar 1 of 2 procent van over, ten gevolge van het zionisme en de spanningen ten aan zien van de joden in de Arabische wereld. Marokko ging bijzonder met de joden om. Tot begin twintigste eeuw hadden ze hier veelal een slechte positie en was geweld tegen en doodslag van joden een onbestrafte uitlaatklep bij maatschappelijke spanningen. Maar toen het Vichy-regime antijoodse maatregelen uitvaardigde weigerde de onder Frans bestuur vallende Marokkaanse heerser ze in te voeren: joden hadden dezelfde rechten als iedere andere Marokkaan.

Deze joden hebben nostalgische gevoelens aangaande Marokko, zegt hij, en wij jegens hen. We missen hun cultuur, ontwikkeling, talent. Het klinkt me net iets te veel als een cliché in de oren, dat prijzen van de vrijwel geheel verdwenen groep Marokkaanse joden. Hoe gezien zijn ze hier? Is er geen antisemitisme. Nee, zegt de hoogleraar resoluut, we koesteren ze. En wat is er dan aan van de rabbi die deze zomer op straat in Casablanca in elkaar werd geslagen, zonder dat iemand ingreep? En incident, mijn vriend, kan overal gebeuren. Hij voert ons mee de smalle straatjes van de joodse wijk in. Daar staan twee synagogen uit de zeventiende eeuw, de een in restauratie, de ander gerestaureerd. Ik zie plaquettes over Amerikaanse en Duitse financiële steun, maar niet van Marokkaanse. De eerste minister is wel aanwezig geweest bij de opening van de gerestaureerde synagoge. De godshuizen zijn niet meer in gebruik, de honderd joden van Fez komen bijeen in een nieuwe synagoge in de buitenwijken, waar ze nu wonen.

De beheerder is moslim, hij en zijn dochter houden beide gebouwen schoon en vertellen desgewenst de geschiedenis van deze synagogen en de Marokkaanse joden en tonen de thora rollen aan bezoekers. Dat lijkt een mooi voorbeeld van integratie van joden in deze samenleving, maar je vraagt je toch af: waar zijn de joden zelf om dit te doen? Zijn er te weinig, worden ze van hun erfgoed weggehouden?

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden