Hier is de leraar geen vijand

REPORTAGE | Schoolvakken, roosters en cijfers werden afgeschaft op Agora in Roermond. Alles wat op een school leek, moest verdwijnen, vertelde onderwijskunstenaar Sjef Drummen vorig jaar in Trouw. Hoe verliep het eerste jaar?

Weg met cijfers, niveaus, vakken en demotiverende lessen. De docenten en schoolleiders van Agora in Roermond wisten vorig jaar precies wat ze wilden: weg met het bestaande, vreselijk ouderwetse schoolsysteem dat ongemotiveerde, verveelde, slaafse leerlingen produceert.

Onderwijs moet jongeren juist inspireren en hen voorbereiden op de onzekere wereld van morgen, menen 'onderwijskunstenaar' Sjef Drummen en zijn collega's. Met Agora, een nieuw soort voortgezet onderwijs onder de vlag van vmbo-school Niekee, willen zij laten zien dat het anders kan.

In september begon de eerste lichting van 34 leerlingen. De scholieren kwamen binnen met schooladviezen variërend van het laagste vmbo-niveau tot vwo. Hun ouders kregen een diplomagarantie: zoon- of dochterlief verlaat Agora over een paar jaar minimaal op het niveau dat hun schooladvies in groep 8 voorspelde. "Dommer kunnen en mogen ze hier niet worden", is de stelling van Drummen. "Dat gebeurt in het huidige onderwijs, waarin leerlingen afleren om nieuwsgierig te zijn en vragen te stellen en zich conformeren aan een systeem van toetsen, afrekenen en cijfers."

Hoe dat Agora-onderwijs eruit zou zien, moest in de praktijk blijken. "We bouwen een brug terwijl we eroverheen lopen", zei bedenker Drummen begin oktober in Trouw. Hoe staan de zaken aan het eind van het eerste schooljaar?

Natuurlijk had het docententeam bij de start een plan. Een jaar lang hadden ze daarover gebrainstormd met onderwijskundigen van de Open Universiteit. Leerlingen zouden werken aan themaprojecten (water, wonen, voeding, energie), vanuit verschillende invalshoeken ('werelden' in Agora-taal: de spirituele, wetenschappelijke, sociaal-ethische, maatschappelijke en kunstzinnige). De vragen, wensen en talenten van de leerlingen zouden daarbij het uitgangspunt zijn. De docenten ('coaches') zouden zich bij alles afvragen: 'Doen we de goede dingen voor dit kind?'

De praktijk bleek iets weerbarstiger. "Tot de herfstvakantie was het een totale chaos", grinnikt emeritus hoogleraar pedagogiek Jos Claessen van de Open Universiteit, die het docententeam wekelijks begeleidt. "Het idee was: we leggen uit wat we gaan doen en dan beginnen we."

Maar voor de scholieren was het niet zo vanzelfsprekend om 'leervragen' te bedenken en samen te werken. "We hadden geen idee hoe moeilijk dat voor ze was", zegt locatiedirecteur Martin Peters. "Mijn kinderen van vijf en zes stellen voortdurend vragen, maar dat verleren kinderen blijkbaar in het onderwijs."

Structuur en regels

De pubers hadden bovendien meer structuur en regels nodig. Ze waren gewend dat de leraar altijd alles bepaalt. Nu ze zelf mochten beslissen, lagen ze te gamen op de bank. En dat was nou net niet de bedoeling. "Hoe zorg je dat ze zelf keuzes maken en toch iets leren?", schetst hoogleraar Claessen het dilemma van die beginperiode. "We leerden dat ze niet de hele dag aan één project kunnen werken, die spanningsboog is er niet."

Dus kwamen er zaken terug die op z'n minst doen denken aan vakken en roosters. Elke week kunnen de leerlingen op vaste momenten workshops volgen, bijvoorbeeld in wiskunde en science. Die workshops zijn vrijwillig, maar wie zich aanmeldt doet mee. De vrijheid op Agora is geen vrijblijvendheid. En boekt een leerling volgens zijn coach te weinig progressie op een bepaald gebied, dan is deelname iets minder vrijwillig.

"We hebben geleerd dat ze voor talen en wiskunde een bepaald aanbod nodig hebben", zegt locatiedirecteur Peters. "Er is een aantal vakken waarmee je de wereld beter kunt begrijpen, basisvaardigheden die je nodig hebt. Stel je wilt op ontdekkingsreis naar China, dan helpt het als je alvast een beetje van de taal kent en de kosten van de reis kunt berekenen. De geschiedenis, de geografische of wetenschappelijke kennis volgen vanzelf op die reis."

Ook in het door de leerlingen gedecoreerde lokaal is een en ander veranderd. Het is nog steeds kleurrijk: er is een hangende tuin gemaakt met afgeknipte petflessen en er zijn loungebanken. Maar cavia's Knabbel, Babbel en Sky - in de eerste week door de kinderen aangeschaft - wonen intussen bij een docent. De flatscreen staat er nog, maar de spelcomputer verdween op verzoek van de kinderen. Te verleidelijk.

Digitaal dagboek

De leerlingen maken nu elke week een planning met hun coach aan de hand van de vraag: wat is je doel en hoe ga je dat bereiken?

Is dat niet nog steeds een erg grote vraag voor een twaalfjarige? Onzin, meent Peters: "Elk kind weet wat hij vandaag wil worden. Dat kan morgen weer anders zijn, dat is prima. Wil je kok worden of liever voetballer? Dan is dat voor dit moment de stip aan de horizon waar je naartoe kunt werken en waarbij je leervragen kunt bedenken: wat is gezonde sportvoeding, hoe maak je een voetbal? Op die manier begin je bij de interesse van het kind."

Sinds januari hebben de leerlingen een digitaal dagboek waarin hun plannen, ontwikkeling en vooruitgang op allerlei gebieden wordt bijgehouden. Een portfolio dat steeds verder aangroeit. "Zie het als een heel uitgebreid LinkedIn-profiel", zegt Peters.

Peters en Drummen benadrukken dat de leerlingen niet alleen 'achter het stuur' zitten. Er is een verschil tussen het bepalen van het einddoel en het bepalen van de route, zegt Drummen. De leerling bepaalt het eerste, de docent bewaakt het proces en bepaalt het speelveld. "En het mooie is natuurlijk dat de reis belangrijker is dan de bestemming - dat weet de leraar. De leerling denkt dat het om het doel gaat en geniet ervan dat hij dat zelf mag bepalen."

Sommige leerlingen hadden op iets meer vrijheid gerekend toen ze op Agora begonnen. Hoezo mochten ze niet gewoon doen waar ze zin in hadden? "Die eerste weken dacht ik wel: wij mochten het toch bepalen, waar blijft het leuke deel?", zegt Mick (12).

Maar inmiddels is de skateboarder met halflang haar en een pols vol armbandjes dik tevreden. "In groep 8 was ik een beetje een luie flikker. Mijn ouders maakten zich zorgen of ik niet veel strafwerk zou krijgen op de middelbare school, ik ook. Hier in de klas is een leraar iemand met wie je gewoon kunt praten. Als ik dan een keer puberaal doe en 'fuck you' zeg, zeggen zij 'fuck you too'. Dat vind ik wel chill."

"Op andere scholen is de leraar een vijand", vult zijn vriend Tijani (12) aan. Jolie (13) en Madelief (12) knikken.

Met zijn vieren wonnen ze vorige week een ondernemerswedstrijd (zelf noemen ze het consequent een 'business-case') met een zelfbedacht, betaalbaar en hip T-shirt, waaraan je je skateboardsleutel kunt hangen, zodat je hem bij je hebt bij pech onderweg. Vier weken werkten ze aan het project, of eigenlijk twee, ze gooiden twee keer hun plannen weg. Best een hoop gedoe en gestress, geven ze toe. Maar hun iPad-presentatie ziet er gelikt uit en die shirtjes gaan er echt komen: ze hebben 100 euro gewonnen om het plan uit te voeren.

Dat de docenten op zoek waren naar de goede vormen hebben de leerlingen wel gemerkt, zegt Jolie. "Eerst moesten we alles zelf bedenken, toen kwamen er boekjes met vragen om je project vorm te geven en nu doen we het digitaal. Het werd steeds fijner."

Laboratorium

Toch zijn de leerlingen van Agora geen proefkonijnen, bezweert locatiedirecteur Peters. "Agora is een onderwijslaboratorium, work in progress. Er is voortdurend aandacht voor de behoefte van leerlingen. Elke dag vragen we ons af: wat hebben we vandaag gezien dat niet werkte en hoe gaan we dat morgen anders doen?" Dat geen leerling afgelopen jaar is afgehaakt, bewijst dat volgens hem. Eén kind heeft besloten volgend jaar over te gaan naar het 'gewone' programma van Niekee. Een tweede twijfelt. Voor komend schooljaar zijn zeker 35 nieuwe aanmeldingen.

Intussen bouwt het docententeam bevlogen verder. Zo moet Agora op termijn meertalig worden: Engels als voertaal op maandag, woensdag en vrijdag, Duits op dinsdag en donderdag. "We verdienen ons geld steeds vaker in Europa en de wereld, niet in Nederland", zegt Martin Peters. Maar het zal nog wel even duren voor dat de praktijk is. "Het was een tropenjaar. Af en toe zijn we tegen een lamp gelopen. Maar veel scholen durven dit niet. Wij wel."

Hoe de school zijn weg gaat vinden in het bestaande onderwijssysteem met zijn vooralsnog verplichte diploma's en eindexamens, moet in de toekomst blijken. Het Agorateam heeft het ministerie van onderwijs gevraagd om te mogen experimenteren met een alternatief voor het eindexamen. Die kogel is nog niet door de kerk, maar Drummen en zijn team zijn onverminderd enthousiast en strijdbaar: "Wij leren kinderen meer dan in de examens getoetst wordt. Wat wij ze leren en het portfolio dat leerlingen opbouwen, sluit aan bij de manier van werken op het mbo, hbo en de universiteit, maar vaak niet bij dat belachelijke examen ertussenin."

Het Agorateam heeft het ministerie ook gevraagd te mogen experimenteren met een alternatief eindexamen

De Roermondse locatiedirecteur Martin Peters met zijn leerlingen die zelf hun doelen bepalen. De cavia woont intussen bij een docent.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden