’Hier ben je nooit alleen’

Amerikaanse bejaarden wonen graag in seniorendorpen, maar in Europa bestaan ze vooral als toekomstplan. In Nederland zijn projectontwikkelaars inmiddels alweer een paar jaar er mee bezig. Maar hoe woont zo’n dorp eigenlijk in de praktijk?

’Het geluk wacht u in Messancy’, staat op het grote bord aan het begin van het weggetje dat door de Village Senior van Messancy loopt, aan de rand van het Belgische dorp bij de grens van Luxemburg. Tussen het echte en het ouderendorp ligt een sportcomplex met een zwembad en voetbalvelden, geflankeerd door een vijver.

In Europa moet je zo’n speciaal dorp voor vijftigplussers vooralsnog met een lantarentje zoeken – al zoemt boven Nederland alweer een paar jaar wel een plan rond. Dat komt van de projectgroep ’Seniorenstad’, bestaande uit de stedenbouwkundigen van Inbo, de bouwers van BAM Vastgoed, Heijmans en ING Real Estate, de sociale verhuurders Rochdale en AWV Maas en de experimentenclub SEV. Seniorenstad komt nu eens met de uitkomsten van een heuse enquête onder de doelgroep („40 procent wil wel wonen in een seniorenstad”), gaat dan weer in gesprek met een provincie of gemeente (Zeeland, Katwijk) over de plek waar zo’n stad zou moeten komen, congresseert of organiseert een studiereis naar Amerika.

Om dichterbij te zien hoe zo’n dorp in werkelijkheid is, moet je naar het Domaine du Lac in Messancy, diep in de Belgische Ardennen: het enige seniorendorp van de Benelux. Van buiten doen de huizen – grijze steen, laagbouw, kozijnen in kleur – een beetje denken aan een bungalowpark zoals van Center Parcs – maar dan zonder de nadruk op privacy. In een vakantiepark moet in elk huisje de illusie heersen dat er geen anderen in de buurt zijn die jou kunnen storen – of andersom. In het Village Senior van Messancy liggen de huizen aan smalle straten. U bent niet alleen, lijkt de boodschap.

Maar wat ook onmiddellijk opvalt, is dat de woorden die het dorp voor zichzelf gebruikt een maatje te groot zijn. De titel ’dorp’ voor het ouderencomplex van Messancy is een tikkeltje te weids. Op 3 hectare 76 huizen, verdient dat de naam ’dorp’? Zulke twijfel kun je ook hebben over de term lac. Het ’meer’ is in werkelijkheid een fikse vijver.

Volgens het bord bij de ingang staan er nog zo’n twintig huizen te koop. De huizen dichtbij het ’meer’ ogen alsof ze sinds een flinke tijd bewoond zijn – in de moestuin van een van die huizen, zijn de bonen in een kasje al flink omhoog aan het klimmen. Maar aan de achterkant van het terrein, waar treinrails lopen, staan verschillende huizen leeg. Leeg en vooral onaf.

„Ze bouwen een huis pas af als het verkocht is”, licht meneer Ruscitti toe. Het echtpaar Ruscitti-Wolsfeld – hij is 55, zij 58 – bewoont midden op het terrein sinds 2000, toen het complex verrees, een huis met twee kamers. Groter dan twee kamers, op 115 vierkante meter, is er op het complex niet te koop. Kleiner wel: er zijn ook 1-kamerhuizen van 100 en van 65 vierkante meter. Allemaal hebben ze deuren waar een rolstoel moeiteloos doorheen komt, overal ontbreken de drempels – en, de Ruscitti’s laten het zien, de slaapkamers hebben een raam dat in geval van nood opeens een deur kan worden. Dat is reuzehandig als een ambulance nodig is. Dan hoeft een brancard niet via de huisdeur en de woonkamer naar binnen gemanoeuvreerd te worden, maar kan hij zonder gedraai in de slaapkamer komen.

De Ruscitti’s zijn eigenlijk Luxemburgers. Ze kwamen in 1991 naar België en bewoonden er negen jaar een ’gewoon’ huis in Messancy. Een luchtfoto ervan hangt in hun woonkamer aan de muur. „We zijn daar weggegaan omdat ik ziek werd en het huis me te groot werd om bij te houden”, zegt meneer Ruscitti. „Het was 300 vierkante meter groot.” Hoewel er in Luxemburg ook wel seniorenwoningen bestaan, hebben ze er nooit voor gevoeld om terug te gaan. En niet alleen omdat huizen in Luxemburg duurder zijn – „Hier kost een huis 200.000 euro; in Luxemburg is het al snel 300.000. Bouwgrond is in Luxemburg heel duur.” Ook, omdat ze België ’veel minder racistisch’ vinden. Meneer Ruscitti is in Luxemburg geboren en getogen, maar uit Italiaanse ouders. In Luxemburg ben en blijf je dan buitenstaander.

Nee, dan Messancy. „Hier ben je nooit alleen. Als je hulp nodig hebt, dan staan de mensen voor je klaar. Nee, geen professionals – de andere bewoners. Er is hier nog echte burenhulp”, zegt mevrouw Wolsfeld.

„Als je iemand een dag niet hebt gezien, bel je aan: is alles goed?”, zegt hij.

„Als iemand een paar dagen weggaat zorgen de buren voor de hond”, zegt zij.

„Er wonen hier veel mensen uit Brussel. Die durfden daar ’s avonds de deur niet meer uit. Hier wel. Hier hoef je niet bang te zijn. Plus, vrienden van ons zijn hier ook naartoe verhuisd, dat is gezellig”, zegt hij.

„Toen ik in het ziekenhuis lag, heb ik zoveel bloemen gekregen. Van mensen van hier”, zegt zij.

Het woonklimaat moge dan zeer naar de zin van het echtpaar zijn, de ’gemeenschappelijke voorzieningen’, gepland in een gebouw aan het begin van het terrein, zijn er nog altijd niet. Het gebouw staat er wel, maar het staat leeg en onaf te wezen. Er zit dus geen kapper, er is geen brasserie, geen wasserij en strijkerij, geen apotheek, geen bank- of postkantoorfiliaal, geen verzekeringskantoor.

„Daar hebben we laatst nog een brief over gehad”, zegt mevrouw Wolsfeld. Haar man zoekt ’m op: de projectontwikkelaar legt in de brief punt voor punt uit waarom een voorziening er nog altijd niet is. Zo blijkt er van de overheid in het complex pas een apotheek te mogen komen, wanneer er elders in Messancy een apotheek verdwijnt.

Het echtpaar Ruscitti-Wolsfeld lijkt er totaal niet mee te zitten. Ach, een gymklasje voor ouderen is er ook in het sportcomplex, en de wandeling erheen houdt je al fit.

Toch gaan de Ruscitti’s binnenkort uit de Village Senior weg. Niet omdat het hen er niet bevalt; zelfs zonder de beloofde voorzieningen vinden ze het er heerlijk. Ze zijn op zoek naar een groter huis omdat ze de moeder (78) van mevrouw Wolfsfeld in huis willen nemen, die niet langer zelfstandig kan wonen. Maar voor drie mensen is hun tweekamerwoning te klein. „Als we mijn moeder in huis nemen, moet ze minstens een eigen slaapkamer hebben, en liefst ook een eigen zitkamer”, zegt mevrouw Wolfsfeld.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden