Review

'Hi, mijn naam is Ronald Reagan. Hoe heet jij?'

De ontstane commotie over de recent verschenen biografie over Ronald 'Dutch' Reagan staat niet op zichzelf. Vanaf het moment dat 'Dutch' het Witte Huis betrad, stond zijn presidentschap in het teken van de vraag welke betekenis aan zijn ambtsaanvaarding toegedicht moest worden. Waar conservatief Amerika in Reagan de redder van de natie zag, beschouwden liberals zijn presidentschap als een pijnlijk intermezzo. De politieke beladenheid waarmee Reagans presidentschap nog steeds omgeven is, blijkt uit de reacties op Edmund Morris' biografie. Tegenover de vele onbegrensde loftuitingen die de auteur op zijn boek ontvangt, staat een sterk ontwikkeld afgrijzen.

Welke betekenis ook aan zijn presidentschap gehecht wordt, zeker is dat Reagan als de personificatie van een nieuw tijdperk gezien kan worden. Zijn presidentschap had een duidelijk polariserend karakter. Achter de sluier van idealistische vignetten voltrok zich in Amerika in de jaren tachtig een opzienbarende politieke omwenteling, zo sterk, dat er zelfs van een Reagan Revolutie gesproken werd. Reagan ontmantelde met succes de volgens veel Amerikanen te ver doorgeschoten verzorgingsstaat.

Waar 'liberals' als Roosevelt, Truman, Johnson en Kennedy zich ingespannen hadden het Amerikaanse kapitalisme socialer te maken, streefde Reagan ernaar het kapitalisme te redden in de vorm van een 'middle-class'-welvaartsstaat. De belastingen gingen omlaag en in zijn eerste jaar als president slaagde hij erin de overheidsuitgaven met een bedrag van 785 miljard te snoeien. Deze bezuiniging verkreeg hij vooral door middel van kortingen op de sociale overheidsprogramma's die in de tijd van zijn Democratische voorgangers ontstaan waren.

Conservatieven zijn er dan ook rotsvast van overtuigd dat de 'Reagonomics' ertoe leidden dat de economische groei tijdens zijn bewind weer aantrok. 'Liberals' op hun beurt honen Reagans economische beleid weg en huldigen nog immer het standpunt dat de icoon van het conservatisme de economie met een 'liberaal' overheidsbeleid op gang kreeg. Hun redenering is dat met het overheidstekort dat tijdens Reagans ambtsperiode een record bereikte, het niet zo moeilijk was de economie weer nieuw leven in te blazen.

Kenmerkend voor de discussie over Reagans presidentschap is dat zowel aanhangers als tegenstanders vaak het gelijk aan hun zijde hebben. Reagans presidentschap was zeer succesvol in de zin dat hij in ideologisch opzicht van meer betekenis was dan de conservatieve Eisenhower en Nixon. Maar met zijn wetgeving was hij een van de minst succesvolle Amerikaanse presidenten na 1945. Nimmer heeft een president zo weinig steun van het congres gekregen als Reagan.

Terwijl zijn impopulaire voorganger Jimmy Carter nog 76 procent van zijn wetsvoorstellen aangenomen zag worden, werd van Reagan slecht 64 procent geaccepteerd. Ondanks dit geringe succes, was hij een geweldig populair president. Zijn scores overtroffen zelfs die van alle (!) vorige presidenten. Een verklaring voor deze tegenstrijdige beoordeling van de president moet gedeeltelijk bij de media gezocht worden. Zelfs de meest sceptische journalisten erkenden achteraf dat zij met hun kritiek op Reagan bijgedragen hebben aan diens populariteit. Als reactie op de 'liberal' kritiek ontstond er een soort nationale beweging die opkwam voor hun president. Vooral 'blue-collar' Amerikanen wilden hun president verdedigen tegen de aanvallen van 'liberal eggheads' en huldigden de opvatting dat met het instituut president niet de spot gedreven behoorde te worden. Bovendien zagen zij in de eerste burger iets van zichzelf terug: 'open, vriendelijk, vaderlandslievend' en niet gehinderd door kennis over 'daklozen, alleenstaande moeders, minderheden, en sociale achterstand'. Daarbij kwam nog het 'gelukkige toeval' dat er in maart 1981 een mislukte moordaanslag op hem gepleegd werd. De wijze waarop Reagan er weer bovenop kwam en de vertederende manier waarop het verplegend personeel over de president sprak, had tot gevolg dat de pers in de kritische berichtgeving over hem inbond. In zijn vijfde ambtsjaar kende Reagan een populariteit als geen ander. Amerikanen hielden van hun 'King Reagan' en vonden zich met 'Dr. Good News' in het Witte Huis op hun gemak.

In deze controversiële context was het te voorspellen dat een publicatie over de betekenis van Reagans presidentschap de gemoederen hoog zou doen oplaaien. Wellicht was dit een van de hoofdredenen waarom biograaf Morris zo lang gewacht heeft met het uitbrengen van zijn boek. In 1985 was hij door het Witte Huis benaderd met de vraag of hij een geautoriseerde biografie over de president wilde schrijven. Hem werd toegezegd dat hij geen beperkingen in zijn onderzoek opgelegd zou krijgen en alles mocht publiceren waarvan hij van mening was dat het relevant was voor een goed begrip van de persoon Reagan.

Pas veertien jaar later zou Morris' biografie het licht zien. De reden waarom hij zo lang over het boek deed, is eigenlijk een van de centrale thema's van zijn boek. Hij kon en kan maar geen greep krijgen op de eerste burger van het Witte Huis. Waar hij Reagan op het ene moment karakteriseert als een president met het concentratievermogen van een fruitvlieg, vraagt hij zich op andere momenten af of hij wellicht te maken heeft met een briljant, complex, ondoorgrondelijk persoon.

'Dutch' is beslist niet een negatief boek over Reagan. Morris erkent dat Reagan een van de invloedrijkste presidenten was, Amerika het zelfvertrouwen teruggaf waar het van nature zo hard naar hunkerde en, wellicht het meest belangrijk, het Amerikaanse presidentschap weer die status gaf waarvan Amerikanen vonden dat het behoorde te bezitten.

'Dutch' is wel een hard boek over Reagan. De vergeetachtigheid van de president en zijn onvermogen zich langdurig te concentreren wordt tot vervelens toe uitgemeten. Meerdere malen citeert Morris een uitlating van een naaste medewerker, die opmerkte dat de president urenlang bladeren kan harken zonder dat hij doorheeft dat zijn veiligheidsagenten ze steeds weer teruggooien.

Om de voorbode van de ziekte van Alzheimer nog scherper te stellen, refereert de biograaf aan Reagans zoon, Michael. Nadat papa met Michaels klasgenoten geposeerd had voor een foto, kwam hij op zijn zoon aflopen en keek hem recht in de ogen en zei: 'Hi, mijn naam is Ronald Reagan. Hoe heet jij?'

Morris' suggestie dat Reagan mogelijk tijdens zijn ambtsperiode aan alzheimer leed, heeft menig Amerikaan tot razernij gebracht. Terwijl de icoon van het conservatisme de moed had in het begin van de jaren negentig zijn ziekte in de openbaarheid te brengen, maakt de biograaf, die nota bene door hem in de armen was genomen, misbruik van deze openheid.

Zo'n streek kon alleen maar door een liberal geleverd worden.

Natuurlijk loopt iemand die een geautoriseerde biografie over zich laat schrijven altijd het risico er minder goed uit te komen. Maar Morris gaat wel heel ver in zijn onafhankelijkheid jegens zijn opdrachtgever. Bovendien maakt de auteur gebruik van technieken waar het laatste woord nog niet over geschreven is. Om meer greep te krijgen op zijn hoofdpersoon introduceerde de biograaf in zijn verhaal een aantal fictieve personen, waaronder hijzelf. De auteur treedt in discussies met Dutch of hij er zelf bij was, laat Reagan zelfs uitlatingen doen die hij nimmer gedaan heeft en voert bovendien nog twee andere personages op die Reagan als filmster, gouverneur en president van dichtbij zouden hebben meegemaakt.

Op zich had ik geen bezwaar tegen deze techniek. Volgens mij is er maar een klein verschil tussen de eigen interpretatie van de biograaf of deze methode waarin de auteur personages in zijn biografie opvoert met het doel de hoofdpersoon scherper te kunnen portretteren. Het hoeft de vermeende objectiviteit van een biograaf geen geweld aan te doen, zolang hij via het notenapparaat maar duidelijk aangeeft waar sprake is van fictie en non-fictie. Bij het laatste zit nu juist het probleem. Om zijn fictieve figuren van vlees en bloed te laten zijn, voerde de auteur nep-noten op. Hiermee ondermijnde hij direct zijn methode die misschien een nieuwe wending aan het biografisch genre had kunnen geven.

Bevat het boek veel nieuwigheden? Nee. Hier en daar is gesuggereerd dat Morris als eerste ontdekt heeft dat Reagan zich ooit bij de Amerikaanse communistische partij wilde aanmelden maar dat hij niet geaccepteerd werd omdat hij als te licht beoordeeld werd. In werkelijkheid betrof het hier aan aanvraag voor een lidmaatschap van een kleine liberaal of links genootschap, waar enkele latere vooraanstaande intellectuelen, zoals Arthur Schlesinger en John Kenneth Galbraith, lid van waren. Het spreekt bijna vanzelf dat conservatief Amerika weinig ophef maakte over deze onthulling. De weerzin van de conservatieven tegen de liberals is zo groot dat zij Reagans flirt met het communisme maar al te graag voor lief nemen.

Hoezeer 'Dutch' ook briljant geschreven is, duidelijk is dat het boek te vroeg komt. De levende nagedachtenis aan Reagan blokkeert per definitie een evenwichtige historische beeldvorming over zijn presidentschap. Bovendien is Morris ook te veel biograaf om de betekenis van Reagan duidelijk te maken. De auteur heeft praktisch geen verklaring voor de wijze waarop het presidentschap van Carter de weg vrijmaakte voor de politieke cultuur die onder Reagan opgeld deed.

Bovendien negeert de auteur ook de wijze waarop Reagans media-adviseurs de publieke opinie trachtten te beinvloeden. Zo gold de ronseling van populaire Amerikanen bijna als een structureel onderdeel van het 'pr'-beleid van Reagans adviseurs. Het mooiste voorbeeld in deze was de tevergeefse poging om de popzanger Bruce Springsteen voor de Republikeinse kar te spannen. Bij Reagans media-adviseurs leefde het idee dat de zanger eenzelfde soort patriottisme vertegenwoordigde waar de president voor stond.

Toen Springsteens album 'Born in the USA' in 1984 in de platenwinkels lag, leek het erop dat Amerika met een overtuigd nationalist te maken had. Op de hoes staat Springsteen in wit T-shirt en vale spijkerbroek met gat in de achterzak, tegen een overweldigend decor van de Amerikaanse vlag. Het titel- en gelijknamige openingsnummer van het album, geeft de luisteraar de indruk met een vaderlandslievende 'rockster' te maken te hebben. Wie echter goed naar de tekst luisterde, bemerkte juist dat 'Born in the USA' een klaagzang is op de historie van zijn land. Springsteen neuriet over de ontslagen fabrieksarbeider, de oorlog in Vietnam en de beperkingen van de Amerikaanse Droom en schreeuwt het uit een geboren Amerikaan te zijn. Symboliseerde hij hiermee de inhoud van de Reagan Revolutie? Wie zal het zeggen. Morris in ieder geval niet.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden