HGC zoekt vergeefs naar automatismen van weleer

WASSENAAR - De werkelijkheid is hard voor Maurits Hendriks. Vier weken geleden tilde hij als assistent-bondscoach juichend de Champions Trophy omhoog. Met zijn club HGC ging het, voordat hij aan die winnende klus begon, na een moeizame start ook goed. Maar op de Roggewoning is Hendriks in zijn creatie van clubtrainer inmiddels weer terug bij af.

HGC bakt er sinds de gedwongen herfstvakantie weinig meer van. Van de vier competitieduels die sindsdien werden gespeeld, werd er maar één gewonnen: de afgelopen week tegen Hurley. Amsterdam was te sterk voor de pretentieuze Wassenaarse club, terwijl buur HDM de Gazellen zelfs een dubbele nekslag toebracht. De in het begin van het seizoen gestaakte confrontatie met de Haagsche Delftse Mix ontaardde in een doelpuntenfestival (6-4) waar Hendriks niet vrolijk van werd. Gisteren deed dezelfde underdog het nog eens dunnetjes over. Door gedisciplineerd te hockeyen en scherp te counteren, heeft de drastisch verjongde ploeg van coach Herman Kruis zowaar een play-off-positie bereikt. Richard de Snaijer scoorde twee maal uit een strafcorner, routinier Wout van Pelt was ook nog een keer trefzeker. De in Lahore aanwezige internationals (Vogels, Loots en Lomans) keerden wel in euforische bui, maar kennelijk niet gelouterd terug uit Lahore en Hendriks zelf is ook onmachtig zijn ploeg op het goede spoor te zetten.

De automatismen zijn weg; er zit geen enkele verrassing meer in het spel van HGC. In goeden doen was de ploeg haast 'onbespeelbaar' doordat in de spelers in de meest verrassende posities opdoken. Stephan Veen was de grote aanjager en inspirator. De man met de fluwelen techniek, die de geneugten van het winnen van de Champions Trophy overigens aan zich voorbij liet gaan, trok als diep spelende midden-midden de vijandelijke defensies open en was in de combinatie met Tycho van Meer amper te stuiten. Geen wonder dat de ploeg van Hendriks tot de productiefste van de hoofdklasse uitgroeide. Ontbreekt die dynamiek, dan is HGC voor praktisch iedere ploeg een 'eitje', zoals speler-coach Jacques Brinkman van Amsterdam recent opmerkte.

Zijn coachende collega Kruis had diezelfde ervaring opgedaan. HDM leverde voor het seizoen ongeveer driehonderd interlands aan ervaring in, maar door te hameren op discipline wist hij zijn spelers er van te overtuigen dat ze voor niemand bang hoeven te zijn. Op de Roggewoning gaven de Hagenaars amper kansen weg. Twee strafcorners slechts, waarvan er één door specialist Lomans werd benut.

Veen vindt terecht dat HDM desondanks geen onneembare horde had mogen zijn. “Het ritme en de concentratie zijn weg. We zitten daardoor ver onder het niveau van de periode voor de Champions Trophy. We hoeven echt niet briljant te spelen om te winnen. Als iedereen een zes haalt en een paar spelers een zeven, dan zijn we al in staat om het verschil te maken. Halen er mensen niet meer dan een vijf, dan moeten anderen hen over de streep kunnen trekken. Dat gebeurt nu niet.”

Hendriks vindt het iets om, gezeten onder de kerstboom, over na te denken. “En die staat altijd heel lang in Wassenaar.” Op voorhand zoekt hij de oorzaak niet in zijn dubbelfunctie van clubtrainer en assistent van het Nederlands elftal. “In het verleden werd ik tijdens mijn afwezigheid altijd uitstekend waargenomen door Sonja Thomann. Dat was nu ook het geval.” Hij erkent dat het seizoen voor sommige spelers wel erg lang is. Bram Lomans, die in Oranje een Teleac-cursus international volgt nu de interchange-regel is gewijzigd, ging direct na het WK in Utrecht een zomer lang voor goed geld in Australië hockeyen en lijkt daarvoor thans de tol te betalen. Hij stapelde gisteren fout op fout en was alleen bij de corner scherp. Hendriks zoekt echter ook bij hem niet de oorzaak van de vormcrisis. “Het uitstapje heeft hem juist goed gedaan omdat hij moet leren op het hoogste niveau wedstrijden te spelen.” Volgens de oude regel van de vliegende wissels kwam Lomans in het Nederlands elftal slechts in het veld als hij er een strafcorner moest inpushen.

De 'attitude' van de spelers klopt niet, oordeelt Hendriks verder. De duizend andere waarnemers waren gisteren niet geneigd hem tegen te spreken: geen passie, geen bezieling en zeker geen creativiteit. “Onze aanvalsmachine is net een Italiaanse motor. Komt er één korreltje zand in, dan loopt hij al vast. Misschien moeten we het eens met een Mercedes proberen.” Of dat de volgende week tegen koploper Bloemendaal, die inmiddels een straatlengte voor staat op nummer twee HGC, al helpt, is op het oog amper een vraag. HDM-routinier Van Pelt heeft een nuttig advies: “Als je slecht speelt, moet je in ieder geval een punt pakken en niet krampachtig proberen te winnen.”

Het spel van HDM is daarop gebaseerd en resulteert vooralsnog in de (vierde) play-offpositie. “We moeten echter niet naar de play-offs kijken”, vindt Van Pelt. Met die realistische opmerking onderdrukt hij de al jarenlange frustratie dat het er bij zijn club te gezellig aan toegaat om ooit tot een standvastige topper uit te groeien. “HGC heeft iets wat wij ook moeten hebben: een krachthonk”, geeft hij als voorbeeld. “Nu moeten wij daar op onze vrije avond naar toe. Heb je bij de club die faciliteit, dan combineer je het met de training. Ik heb geprobeerd om het bestuur zo ver te krijgen, maar dat heeft moeite met een professionele aanpak. Het vindt het leuk dat we nu vierde staan, terwijl het mij er om gaat dat we die positie over twee jaar ook bekleden.” Om dergelijke redenen wilde Van Pelt afgelopen zomer HDM verlaten. “Ik heb er inderdaad mee gedreigd. Maar in mijn hart wil ik niet weg. Ik vind HDM een gezellige club.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden