'Hevige Ellende Voor Elke Arbeider'

Het is eind jaren vijftig. De vroege dienst bij NV Rubberfabrieken Hevea schudt Heveadorp wakker. Het door 'Heveanen' bewoonde fabrieksdorp stroomt leeg richting het enorme Hevea-complex. Arbeiders verlaten hun woning met rieten kap; stafleden hun huis met pannendak. Uit de Betuwe komen vijftien bussen aangereden met keuterboeren die bij Hevea hun schamele inkomen aanvullen.

tekst George Marlet

De gevleugelde uitspraak van een vroegere directeur 'Eerst de fabriek, daarna nog tien keer de fabriek en dan de woningen' is niet uitgekomen. De karakteristieke huizen staan er nog, maar de walmende en sissende fabriek is allang verdwenen. In Heveadorp heerst nu de rust van een gemiddelde 'suburb'. Moeders wandelen met kinderwagens of brengen op de fiets hun kinderen naar school in het naburige Doorwerth.

De naam van het dorp en enkele straten herinneren aan de roemruchte historie. Hevea zorgde voor werk en een huis, maar betekende in de slechte jaren ook 'Hevige Ellende Voor Elke Arbeider'. Op het Heveaveld middenin het dorp hangt de fabrieksklok in een stalen frame. De klok luidde aan het begin en einde van een dienst. ,,In mijn tijd was dat al een elektronisch signaal'', zegt 'Heveaan' Jaap Bunschoten (66). Hij heeft als opzichter bij Hevea gewerkt en woont nog steeds in de voormalige dienstwoning - met pannendak. ,,Zo vlak bij je werk wonen had ook nadelen, hoor. Het is weleens gebeurd dat er 's nachts om half drie mensen uit mijn ploeg aan de deur kwamen om te vragen of ze verder konden gaan met een rubberprofiel.''

Staand aan de rand van het oude Heveadorp wijst Bunschoten aan waar tot 1985 de fabriek heeft gestaan. ,,Je moet je voorstellen: de fabriek stond op een bult van zeker vijf meter hoog. Die is weer afgegraven voor de nieuwbouwhuizen.'' Zeker in vergelijking met de 47 rietenkap-woningen zijn de nieuwbouwhuizen nogal fantasieloos. Maar zonder de nieuwbouw zou Heveadorp niet meer bestaan. Dus nemen de autochtone bewoners de import voor lief. De mensen van buiten voelen zich ook betrokken bij het dorp. Negentig procent van de 320 huishoudens is lid van de bewonersvereniging. In augustus wordt op het Heveaveld het dorpsfeest gehouden, inclusief de finale van het jeu de boules-toernooi. Altijd hartstikke gezellig en goed voor de onderlinge band. En toch, zegt Bunschoten: ,,Het echte oude dorpsgevoel zit hier, in het oude dorp''.

Ondernemer D. Wilhelmi verplaatste zijn rubberfabriek in 1916 met arbeiders en al vanuit Hoogezand naar het fraai glooiende landgoed Duno aan de Rijn bij Doorwerth, Gelderland. De gemeente ontving de fabrikant met open armen. Werkgelegenheid was belangrijker dan de natuur in het beekdal. Wilhelmi liet voor zijn arbeiders 120 degelijke woningen met rieten kap bouwen en voor de 'beambten' nog eens 23 huizen. Werknemers ervoeren de fabriek en het dorp als ,,een grote familie''. Jaap Bunschoten: ,,Alles draaide om de fabriek. Er was een sportvereniging, een fanfare, een gymnastiekclub, noem maar op. En de vrouw van de directeur maakte een rondje door het dorp en regelde hulp aan armlastige gezinnen.''

Bunschoten heeft zelf ook nog ondervonden dat de arm van de directie tot in de dienstwoning reikte. Hij zette een schutting achter zijn huis omdat de buurvrouw de familie altijd bespiedde. ,,Veertien dagen later moest ik bij de personeelschef komen. 'Die schutting, meneer Bunschoten, daar heeft u geen toestemming voor gevraagd. Die moet u weghalen', zei hij. Dat heb ik niet gedaan, maar het tekent wel de situatie. De sociale controle was groot. Als iemand zich ziek meldde, werd hoofdportier Bakker ingeschakeld om te kijken of die persoon wel echt ziek was.''

Hoewel de Heveanen in Heveadorp (,,Je hebt wat met elkaar'') langzamerhand in de minderheid raken, is de saamhorigheid volgens Bunschoten niet verdwenen. In zekere zin is de onderlinge band nu misschien wel net zo sterk als in de beginjaren van de fabriek. De lange en taaie strijd voor behoud van de rietenkap-woningen heeft mensen dichter bij elkaar gebracht. Hevea-eigenaar Vredestein had de fabriek al in 1977 gesloten en wilde van de bouwvallige huizen af. Op het nippertje kon sloop worden voorkomen en de gemeente Renkum overgehaald om de huizen te kopen. Na een grondige restauratie zijn de rietenkap-woningen nu de - door nieuwbouw omsloten - parel van Heveadorp.

De bewonersvereniging heeft het bij de gemeente Renkum voor elkaar gekregen dat Heveadorp zichzelf dorp mag noemen. Bij de dorpsgrens prijken trots ANWB-borden en in paspoort en rijbewijs wordt Heveadorp als woonplaats vermeld. Bunschoten: ,,Dat bevestigt ons gevoel dat we in een apart dorp wonen. Heveadorp heeft een historie die je niet zomaar kunt weggooien.''

Op de vergeelde plaat staat het leven stil, maar de hoofdpersonen gingen verder. Zij vertellen over hoe hun buurt of dorp veranderde, moderniseerde of verloederde. Elke maandag, in de Verdieping, de toekomst van een oude foto. Deel 4: Hevea-dorp.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden