HETGEEN TE BEWIJZEN WAS

In ruim honderd regels bewijst Thomas van Aquino in Summa Theologica het bestaan van God maar liefst vijf keer. Bewijs nummer vijf berust op het idee dat de wereld een te goed georganiseerde plek is om zonder intelligente schepper in gang te zijn gezet, en daar komen we volgende week op. Nummer vier is het ontologisch bewijs waarmee vorige week Anselmus van Canterbury het mocht proberen: God is per definitie perfect, een perfect wezen heeft natuurlijk ook de eigenschap dat hij bestaat.

BAS DEN HOND

Nummer drie gaat zo: alle dingen die er in de wereld bestaan, bestaan in zekere zin toevalligerwijs; ze kunnen ook niet bestaan. En alles waarvan het mogelijk is dat het niet bestaat, zal ook zo nu en dan niet bestaan. Daarom moet er, als je teruggaat in de geschiedenis van de wereld, ergens ook een moment zijn geweest dat alle dingen in de wereld eventjes tegelijk niet bestonden. Maar dat moet een moment van totale leegte en inactiviteit zijn geweest, van waaruit geen verandering mogelijk was. Aangezien de wereld nu wel degelijk vol dingen is, moet dat moment niet zijn opgetreden, moet er dus iets zijn dat noodzakelijkerwijs bestaat en niet toevalligerwijs. Dat, aldus Aquino, noemen we God.

Het grappige van dit 'bewijs' is, dat het impliciet uitgaat van een oneindig lang bestaan van de wereld. Dat was niet vanzelfsprekend in een tijd dat de ouderdom van de aarde op zesduizend jaar werd geschat. Verder steunt het op de onderlinge afhankelijkheid van alle dingen.

Dat is ook de essentie van de bewijzen nummer twee en één van Aquino, waarbij vooral de hiërarchie een rol speelt: alles heeft een oorzaak, zegt bewijs nummer twee; alles wat beweegt is door iets in beweging gebracht dat daarbij zelf moest bewegen, zegt nummer één. Ooit moeten beweging en veroorzaking begonnen zijn bij de grote Beweger en Beginner.

Dat geloven veel mensen, maar is het onontkoombaar waar? Op argumenten als die van Aquino is veel af te dingen. Bij voorbeeld: als je van alles de maker, verwekker of oorzaak terugrekent, is het nog niet gezegd dat je op één enkele oorzaak uitkomt. Net zoals volgens sommige paleoantropologen de mensheid niet van één Zwarte Eva afstamt, maar op diverse plaatsen uit lagere primaten is ontstaan.

Een andere tegenwerping is, dat het niet duidelijk is waarom je de keten van oorzaak en gevolg op zeker moment moet afsluiten met een Eerste Oorzaak. Als de keten een begin heeft, dan is dat begin vast en zeker speciaal. Maar misschien heeft hij wel geen begin. Een tot in het oneindige naar het verleden zich uitstrekkende reeks gebeurtenissen is op zichzelf niet wonderlijker dan een door een bovennatuurlijk wezen in het leven geroepen keten.

De verdedigers van Aquino werpen tegen, dat een oneindige keten niet bevredigend is; dan moet toch de hele keten, van oneindig ver begin tot oneindig ver eind, een verklaring hebben? Maar daarmee trappen ze in een taalval: de 'verklaring' waar je dan naar vraagt is een heel ander soort verklaring dan waaruit die keten is opgebouwd. Je vraagt niet meer naar de oorzaak, maar naar de reden dat de hele keten bestaat. En die moet je in heilige boeken zoeken, niet in de logica.

Kosmologen hebben de laatste jaren een tussenweg gevonden tussen een zomaar beginnende en een oneindige wereld. Tijd is zelf een filosofisch probleem, maar is ondertussen probleemloos te gebruiken door gewone mensen en natuurkundigen. Totdat je bij de Oerknal komt waarmee het heelal begon. Want toen begon ook de tijd. Als je, terugkijkend in de geschiedenis van de wereld, in de buurt van het begin komt, worden begrippen als 'voor' en 'na' geleidelijk zinloos. En dus ook 'oorzaak' en 'gevolg'. Maar dat kon Aquino niet weten.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden