Het zout van Bonaire

Een obelisk gaf de ankerplaats aan voor zoutschepen. (FOTO MARIUS BREMMER)

Vier obelisken op Bonaire herinneren aan een zilt verleden. De bakens voor zoutschepen zijn onlangs hersteld.

Een nieuw tableau aan de EEG Boulevard op Bonaire toont toeristen een tafereeltje uit koloniale tijden: slaven lopen met bakken zout op het hoofd door de zoutpannen naar klaarliggende zoutschepen. Die schepen kwamen uit Hoorn, Medemblik en Enkhuizen. Het zout was nodig voor de Hollandse haringvisserij.

Na de ontdekking van het ’haringkaken’ (zie kader) krijgt de zoutwinning in Zuid-Europa een ware impuls. Maar als de Tachtigjarige Oorlog begint kunnen de Nederlanden geen zout meer uit het vijandige Spanje en Portugal halen. De handelsvloot wijkt uit naar ’de West’ – vanaf 1600 jaarlijks meer dan honderd schepen.

In 1837 professionaliseert Bonaire de zoutproductie: het zuidelijke Pekelmeer wordt voorzien van een systeem van sluizen en dammen om de ’oogst’ beter over de zoutpannen te spreiden. De zoutschepen krijgen via vlaggen instructies om klaarliggend zout te laden bij de Rode Pan, de Witte Pan, de Blauwe Pan of de Oranje Pan: genoemd naar de nationale driekleur en de kleur van het vorstenhuis. Bij elke zoutpan komt een ankerplaats, aangegeven door een dito gekleurde obelisk.

Onlangs zijn deze maritieme obelisken van Bonaire gered. Het Bonairiaanse bedrijfsleven legde botje bij botje voor hun behoud. De rode, de witte en de blauwe obelisk zijn gerestaureerd, de oranje – ooit verdwenen in een orkaan– werd herbouwd en is inmiddels feestelijk onthuld.

De obelisken vormen samen met de kleine slavenhuisjes langs het Pekelmeer –ooit opgeknapt met Europees geld– een toeristische attractie. Net als de eerste en oudste vuurtoren op het meest zuidelijke puntje van Bonaire.

Omdat er in het verleden veel zoutschepen voor de kust vergingen werd in 1838, op de verjaardag van Koning Willem I, de eerste vuurtoren op het eiland ontstoken. Deze Willemstoren heeft de vorm van een Dorische zuil. De, overigens beschamend kleine, slavenhuisjes stammen uit dezelfde tijd. Ze dienden door de week als nachtverblijf, zodat de slaven niet alle dagen heen en weer hoefden te lopen naar hun dorpen Tera Cora, Antriol en Rincon.

Aan de EEG Boulevard ligt nu een indrukwekkende transportband. Vanaf enorme bergen wordt het zout naar klaarliggende schepen getransporteerd. Deze bedrijvigheid en de uitgestrekte zoutpannen die schitteren in de zon, laten zien dat Bonaire nog altijd op grote schaal zout exporteert. Maar de strooibussen keukenzout in de Bonairiaanse supermarkten komen uit Nederland.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden