Het zoet en het zuur

Historicus Chris van der Heijden heeft het geweten. De kritiek was niet van de lucht. Hij vond het tijd om de minder mooie kanten van onze vaderlandse geschiedenis te vatten in een zwarte canon.

Waar een klein land groot in kan zijn. De geschiedenisleraar Willem Jacobszoon Hofdijk constateerde in 1875 met spijt dat Nederland in de achttiende en negentiende eeuw geen schim meer was van de wereldmacht uit de Gouden Eeuw. Die gloriejaren behoorden tot de verleden tijd. Maar Hofdijk bood troost: "Het is schoner het zedelijkste dan het machtigste volk ter aarde te zijn."

Nederland heeft de naam dat het behalve een natie van kooplieden ook graag een domineesland is. Wie zo de wereld in wil trekken, doet dat graag met ongeschonden blazoen. Zonder de bedrijfsongevallen uit de eigen nationale geschiedenis.

Het traditionele ongemak van Nederland met het fenomeen krijgsmacht kan evengoed geleid hebben tot het weg- en oppoetsen van historie. Oorlogen worden zelden of nooit gevoerd. Ze heten politionele actie, opbouwmissie of training.

Volgens historicus Chris van der Heijden zou ook best kunnen meespelen dat Nederland al heel lang 'een ontzettend burgerlijke cultuur kent'. "Een beetje vergelijkbare situatie vind je hooguit in Noord-Italië. Nederland is bovendien enorm verstedelijkt. De sociale controle is groot. Dat kan leiden tot een erg sterke neiging naar kiezen voor de kudde."

Van der Heijden begon anderhalf jaar geleden al eens over een zwarte canon van de geschiedenis tijdens een lezing. "Maar toen had ik even wat anders aan mijn hoofd. Ik was druk met ander werk." Nu vond hij alsnog de tijd gekomen om aandacht te vragen voor de minder mooie kanten van de vaderlandse historie. Alle aandacht voor geschiedenis past, betoogde hij vorige week in De Groene Amsterdammer, 'bij een tijdperk waarin een samenleving het spoor enigszins bijster is en zichzelf met een beroep op het verleden opnieuw op de kaart probeert te zetten'. "Zonder twijfel bestaat er dan ook een verband tussen de canonmode en het in 2002, tijdens het eerste kabinet-Balkenende, geïntroduceerde normen- en waardendebat; zoals er ook een verband bestaat tussen dat debat en de plannen voor een Nationaal Historisch Museum of het door het Niod gehouden pleidooi voor een geschiedenis van oorlogshelden."

Die achtergrond leidde tot vertekening, constateert Van der Heijden. Volgens hem gaan slechts twee van de vijftig vensters van een door een deskundige commissie samengestelde canon van de Nederlandse geschiedenis over zwarte bladzijdes. Hij mist heel veel: van de executie van Van Oldenbarnevelt en de moord op de gebroeders De Witt tot tal van koloniale excessen. Enigszins vals parafraseert hij Balkenende: "Het zoet en het zuur, ze horen bij elkaar. Vandaar deze oproep voor een zwarte canon. Het is niet meer dan een poging het nationale verhaal beter in balans te brengen."

Na publicatie van het artikel bleef het in eerste instantie redelijk rustig. Maar begin deze week barstte het rumoer alsnog los. Van der Heijdens telefoon maakte overuren. Op discussiefora op internet debatteerden voor- en tegenstanders. "Opvallend vind ik zelf de vele reacties van mensen die een beetje buitenstaander genoemd kunnen worden: Surinamers, mensen van Indische komaf, moslims. Ook uit streng-christelijke hoek kwam bijval. Ik heb al een uitnodiging om te komen praten voor gereformeerde historici."

In een column in deze krant afgelopen donderdag verweet Elma Drayer Van der Heijden na alle gekrakeel over omissies direct na het verschijnen van de canon (te weinig vrouwen, te weinig bètawetenschappers, te weinig Limburgers, te weinig Friezen) dat hij nu nadruppelt over te weinig zwarte episodes uit de geschiedenis. Juist daarover waren destijds geen klachten. "De commissie legde immers geen enkele preutsheid aan de dag: Jodenvervolging, slavernij, Srebrenica - ze kwamen keurig langs. Als de canon eenmaal was ingevoerd, kortom, zouden alle twaalfjarigen van Nederland voortaan weten dat ons verleden niet alléén glorieus was geweest."

Gaf gezamenlijk onderzoek van het Historisch Nieuwsblad en de Volkskrant uit 2008 bovendien niet aan dat Nederlanders zich wel degelijk schamen over de zwarte bladzijden uit de nationale geschiedenis: de slavenhandel, het koloniale tijdperk, het gebrek aan verzet tegen de bezetter tijdens de Tweede Wereldoorlog? Niet dat Drayer dat nu zo nodig vindt. Van der Heijdens onderneming weerspiegelt volgens haar 'trouwhartig' de tijdgeest. "Wij dienen ons diep te schamen over de misstappen onzer voorvaderen - tot in het zoveelste geslacht. Wie daar precies iets mee opschiet, blijft de interessante vraag."

Herman Paul, universitair docent geschiedfilosofie aan de Universiteit Leiden, vindt dat Van der Heijden niet helemaal ongelijk heeft. "Een grote mate van selectiviteit is eigen aan het fenomeen canons. Er zit bovendien vrijwel altijd een neiging tot morele zelfbevestiging in. Tevredenheid en identificatie met het verleden. Een gevoel van 'Hier zijn we trots op'."

Of Van der Heijden met zijn idee voor een zwarte canon het juiste medicijn aandraagt voor de kwaal van chronische zelfgenoegzaamheid, betwijfelt Paul. "Het gevaar bestaat dat je een spiegel van de bestaande canon maakt, waarbij je je bezondigt aan dezelfde fouten. Het 'Hier zijn we trots op' wordt vervangen door het 'Hier zouden we ons voor moeten schamen'. Dat betekent het terugprojecteren van morele standaarden van vandaag op het verleden. Niet wat toen goed of fout was, maar wat wij nu goed of fout vinden."

Volgens anderen gaat Van der Heijden al in de fout bij het aanzwengelen van de discussie. "Ik begrijp zijn klacht niet goed", zegt schrijfster en filosofe Marjolijn Februari. "In de officiële canon zit onze hele geschiedenis met de Oost en de West. Er is een apart venster voor onze huidige 'veelkleurige' situatie. Etcetera, etcetera. Maar ik ben geen historicus en ik moet niet in een discussie stappen waarin ik niet bevoegd ben."

Toch zat Februari zes jaar geleden in de commissie die de canon samenstelde. Ze dacht mee over het algemene concept: de keuze voor vijftig onderwerpen, het idee van vensters die toegang bieden tot verhalen en gebeurtenissen daarachter. Volgens haar wemelt het van de misverstanden over de canon. "We hebben gekozen voor vijftig 'Aha-momenten', omdat zo'n overzichtelijke lijst met plaatjes op een wandkaart begrijpelijk en behapbaar is voor de jonge kinderen voor wie de canon is bedoeld. Die is namelijk niet bedoeld voor het academische debat. Het is gewoon een hulpmiddel voor het onderwijs op de basisschool en de eerste jaren daarna. Het is een canon voor kinderen.

"De canon is ook geen geschiede- nisles. Hij biedt net zo goed kennis over kunst, recht, filosofie en geografie. De negatieve gebeurtenissen vind je natuurlijk vooral terug bij de historische items. Dat de plaatjes over de ontwikkelingen in de kunst er bijvoorbeeld vrolijk uitzien, ligt een beetje in de lijn der verwachting. Al waren de levens van Rembrandt en Vincent van Gogh ook niet altijd even zonnig."

"Vroeger deed Van der Heijden nog in grijs. Nu moet alles plotseling zwart-wit." Susan Legêne, hoogleraar politieke geschiedenis aan de Vrije Universiteit, destijds ook lid van de canoncommissie, verwijst naar Van der Heijdens geruchtmakende boek over Nederland in de Tweede Wereldoorlog, 'Grijs verleden'. "De geschiedenis in kleursjablonen. Alsof je het verleden recht doet door te laten voorkomen of er brillen bestaan die alles plotseling donkerder kleuren. En brillen waarmee alles er opeens vrolijker uit gaat zien. En als Van der Heijden wil betogen wat hij betoogt, waarom heeft hij daar, zes jaar na het verschijnen, de canon voor nodig? Hij heeft van de canon een stropop gemaakt en die vervolgens in brand gezet."

Met het begrip zwarte bladzijden kan Legêne niets. "Mensen krijgen geen historisch inzicht met een boekhoudkundige benadering." Februari is dat met haar eens: "Het is niet de bedoeling dat je alleen naar de vijftig plaatjes kijkt, en gaat turven hoeveel nare en hoeveel vrolijke plaatjes er zijn. De canon is ook geen 'lijst', zoals ik in sommige berichten las. De canon is een wandkaart met vijftig vensters naar vijftig vergezichten, een ordeningsinstrument voor onderwijzers en leraren om te vertellen over de Nederlandse kunst, het landschap, de cultuur, de geschiedenis. Ferm ingebed in de Europese en mondiale geschiedenis en cultuur."

Nederland moet maar eens af van canons en het maken van lijstjes, vindt Herman Paul. "Het verleden is geen grabbelton voor zelfbevestiging. Zie de geschiedenis als stemmen van vroeger die ons kritisch bevragen. Ga in gesprek met mensen, ideeën en praktijken van toen. Die historische gesprekskunst kan betekenen dat je uiteindelijk oordeelt over het verleden, maar het verleden kan evengoed een oordeel vellen over ons."

Paul maakte twee jaar geleden met anderen een bundel over Robert Fruin, die in 1860 Nederlands eerste hoogleraar vaderlandse geschiedenis werd. "Die man is jarenlang geëerd en vereerd als de vader van de Nederlandse geschiedwetenschap. Zo'n vijftig jaar geleden begon men steeds meer vragen te stellen bij zijn werkwijze. Hij ging van zijn sokkel. Fruin was een nationalist, want alleen maar bezig om de mythe van het vaderland op te tuigen. Hij was een racist, omdat hij zich alleen maar bezighield met witte Europeanen. Voor de bundel over Fruin hebben we gestreefd naar een andere aanpak. Niet per se het veroordelen, maar kijken naar aspecten van zijn persoon die aansprekend en verhelderend zijn."

Zoals Fruin sneuvelde, gingen veel heilige, historische huisjes tegen de vlakte. Of ze liepen op zijn minst flinke schade op. "De negentiende- eeuwse schoolboekenversie van ons verleden is in de tweede helft van de twintigste eeuw met succes afgebroken", constateert Herman Paul. "Maar de laatste jaren blijkt er plotseling weer een grote behoefte te bestaan aan overzichtelijke, troostrijke geschiedenis. Dat is een weerspiegeling van de politieke cultuur. Bij een almaar complexer wordende wereld en maatschappij snakken de mensen naar duidelijkheid over de Nederlandse cultuur, naar antwoord op de vraag 'Wie zijn wij?'. Maar een simplistische identiteit bestaat niet. De werkelijkheid is ingewikkelder."

Volgens Legêne zit daar de crux. "Van der Heijdens aanzetten tot een zwarte canon zijn weer typisch van die voorbeelden van vaderlandse geschiedenis. Dat is een verouderd denkkader. De schaal van Nederland is de schaal van de negentiende eeuw. "Het zelfbegrip van Nederland is vertroebeld, omdat de dekolonisatie nooit goed is verwerkt. Het feit dat we met het verlies van Indië ophielden om een wereldspeler te zijn en voortaan in Europees en VN-verband moesten opereren om nog iets te bereiken, drong onvoldoende door. Het werd een politieke en economische werkelijkheid, maar het culturele bewustzijn van de Nederlander groeide niet mee."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden