Het zit 'm niet altijd in de lengte

SESTRIERE - Het zit 'm in de Tour de France in ieder geval niet in de lengte. Stukje bij beetje was rondebaas Jean-Marie Leblanc gisteren genoodzaakt besneeuwde toppen uit de derde zware Alpenrit te halen, tot er na het schrappen van achtereenvolgens de Iseran, de Télégraphe en de Galibier alleen nog Montgenèvre (in dat geweld niet meer dan een veredelde verkeersdrempel) en de klim naar het Italiaanse Sestrière overbleven.

Maar ook een ritje van 46 kilometer was lang genoeg om een nieuwe aardverschuiving in de mooiste Tour sinds enkele jaren teweeg te brengen. Jevgeni Berzin, die in het peloton zoveel vrienden heeft dat hij zijn feestjes gemakkelijk in het toilet kan vieren, werd onder luid inwendig applaus van zijn collega's uit de gele trui gereden. Bjarne Riis, die meteen vanuit de start in Le Monetier-les-Bains de aanval had gekozen (de eerste keer werd hij nog teruggehaald door Berzin, de tweede keer moest de Rus hem laten lopen), won de etappe en pakte de gele trui. Rominger, Olano, de Duitse revelatie Ullrich (wereldkampioen bij de amateurs in 1993), zijn Oostenrijkse evenknie Luttenberger (recent winnaar van de Ronde van Zwitserland), Virenque en de zich weer krachtig herstellende Indurain volgen de Deen op perspectiefrijke afstand. Maar de reputatie van Alex Zülle sneuvelde en de koortsige Jalabert, die zijn naam nog net terugvond op het eerste uitslagenvelletje (99), denkt er stilaan af te stappen teneinde de voorbereiding op de Olympische Spelen niet in gevaar te brengen.

Het zit 'm niet altijd in de lengte. Enkele jaren geleden stelde Leblanc een parcours samen met veel korte, flitsende (vlakke) etappes. In 1988 won Adri van der Poel in vliegende vaart de kortste rit in lijn uit de Tourgeschiedenis: Tarbes-Pau, 38 km. Zijn moyenne van 48,927 km/uur werd in '93 in een aanzienlijk langere rit alleen door Johan Bruyneel overtroffen. Gisteren oogde het allemaal onwezenlijk. De Tour de France is een stralende zomerfolder, niet de vleesgeworden brochure van een sneeuwvakantie. In 1980 geselden kou en regen de renners weliswaar een kleine twee weken lang, maar toen de Pyreneëen en de Alpen opdoemden, was het stralend weer. Het annuleren van bergetappes - en dan moet de sneeuw meters dik opgestapeld liggen, anders wordt er gewoon gereden - is vrij regelmatig voorbehouden aan de Giro d'Italia, die ruim een maand voor de Tour de France staat geprogrammeerd.

De laatste keer dat een Touretappe in het niets oploste, was in 1982. Stakende arbeiders van een met sluiting bedreigde staalfabriek blokkeerden het parcours van de ploegentijdrit, waarna de toenmalige rondedirecteur Félix Lévitan niets anders restte dan de wedstrijd die dag af te gelasten. De Tour de France laat zich aan meteorologische grillen zelden iets gelegen liggen. Het is een always continuing story, desnoods tot de dood erop volgt. Maar om sneeuwkettingen rond de fragiele fietsbandjes te leggen, dat ging Leblanc gisteren te ver. In zijn achterhoofd spookte uiteraard het tragische ongeval dat de Italiaan Fabio Casartelli vorig jaar op de afdaling van de Portet d'Aspet overkwam. Leblanc kondigde voor de start in Den Bosch scherpere veiligheidsmaatregelen voor de renners aan. Gisteren hield hij woord.

Zondagavond was het al geen feest op de Iseran. Een dicht regengordijn hing over het dak van de Tour, en dat maakte zelfs autorijden tot een vrij hachelijke onderneming. 's Nachts veranderde de neerslag in sneeuw. Voor de ploegleiderswagens (met renners als passagiers) was de 2770 meter hoge col nog begaanbaar, maar de motoren moesten een (lange) omweg kiezen. Het stukje bij beetje inkorten van de etappe kwam nogal knullig over. Nadat de karavaan aanvankelijk in Bonneval-sur-Arc, aan de voet van de Iseran, zou vertrekken, werd de start om logistieke redenen naar Lanslebourg verplaatst, waarna uiteindelijk de pastoor van Le Monetier-le-Bains de zegen aan de renners mocht geven. Leblanc was zich echter van geen kwaad bewust. “Gisterochtend om zeven uur hebben we de beslissing genomen de Iseran te schrappen, nadat wij de bevestiging hadden gekregen dat het door sneeuwval onverantwoord was de renners er overheen te sturen. Op dat ogenblik hadden ons nog geen verontrustende berichten over de slechte condities op de Télégraphe en de Galibier bereikt. Op de Galibier lag geen sneeuw, maar de wind wakkerde aan tot 100 km/uur. Dus bleef er niets anders over de 22 ploegleiders te vragen akkoord te gaan met het rijden van een mini-etappe van 46 kilometer. Het was een unaniem besluit.”

“Wat ga ik toch gemakkelijk de Galibier over,” grapte sprinter Jeroen Blijlevens die voor een 'koopje' de Alpen doorkwam. Teleurgestelde toeschouwers langs de kant van de licht besneeuwde weg floten de ontspannen lachende cyclo-toeristen uit. Fanatiek Tourvolger Ab Krook - het is helemaal zijn weer - pakte ontgoocheld zijn tentje in. En de renners? Zij zijn de kou meer dan zat. “Er wordt veel geklaagd in het peloton,” vertolkt Nederlands kampioen Maarten den Bakker veler gevoelens. “In de Tour ben je in topvorm. Dat betekent dat het vetgehalte minimaal is en we vatbaar zijn voor verkoudheden. De zon mag nu wel eens komen.” De renners lijken op hun wenken te worden bediend. Vanmiddag in Gap stijgt het kwik naar achttien graden, morgen (rustdag) en donderdag raakt het weer met de verwachte zomerse waarde van 25 graden volledig van slag.

Het rudiment van wat weer een wonderschone, door de ouderwetse jaren vijftig-heroïek getekende Alpenetappe moest worden, stemde buiten de zieken en sprinters in het peloton eigenlijk niemand blij. “Ik vond het net de start van een veldrit,” zei Den Bakker. “De benen zijn nog slap, maar we begonnen meteen met een afdaling en moesten direct daarop een col op.” Tegen die achtergrond was het verbazingwekkend dat Riis meteen explodeerde. De Deen is het prototype van een mooi weer-rijder. “Daar stond ik eerlijk gezegd zelf ook van te kijken. Want ik heb een hekel aan slecht weer. Het was voor mij een mooie dag. Toch had ik liever gehad dat de Galibier erin had gezeten. Dat zou de koers toch harder hebben gemaakt.”

Riis spreekt vloeiend zeven talen, maar is een man van weinig woorden. Daarom rolde er ook geen leedvermaak jegens de ingestorte Berzin over zijn lippen. De Rus was vorig jaar bij Gewiss nog zijn onwillige ploeggenoot-kopman. Toen Berzin in 1995 uit pure gemakzucht opgaf in de Ronde van Frankrijk, kreeg hij intern van de Deense kampioen het terechte verwijt dat hij toch wel in zijn dienst had kunnen fietsen. Riis heeft nu een sterkere ploeg om zich geen dan hij bij de overgang naar Telekom kon bevroeden. Udo Bölts handhaaft zich keurig in de bovenste gelederen en het uit de voormalige DDR afkomstige talent Jan Ullrich (22) is tot nu de jaarlijkse verrassing in de Tour. Ullrich kan eigenlijk 'alles': sprinten, tijdrijden en klimmen. In Duitsland wordt hij de nieuwe Didi Thurau genoemd. Vanwege diens kwaliteiten als wielrenner, niet om zijn playboy-achtige leefwijze.

Miguel Indurain, blij dat hij de inzinking van het afgelopen weekeinde weer te boven is, tipt Riis voorlopig als de grootste kandidaat voor de eindzege. “Hij is heel gevaarlijk, omdat hij een goede ploeg achter zich heeft staan. Ik ga de komende dagen natuurlijk zijn positie aanvallen, maar wel op een intelligente manier.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden