Opinie

Het zijn toch je kinderen

Het bijzondere aan televisie is dat het soms extremen toont waarvan we het bestaan wel weten, maar die we pas geloven als we het zien.

Twee documentaires waren daar deze week een voorbeeld van.

’Dierenliefde’ van Hans Hermans en Martin Maat (NPS, dinsdag, Nederland 2) en ’Jesus Camp’ (VPRO, woensdag, Nederland 2).

’Dierenliefde’ ging over het huisdier als volwaardig gezinslid. Of beter gesteld: over de mens die van het huisdier een volwaardig gezinslid máákt.

Met de beestjes zelf is namelijk bij mijn weten niks geks gebeurd. Die willen gewoon brokjes, net als altijd.

Wij zijn gek geworden. Echt hoor.

En in ’Dierenliefde’ zagen we hoe gek. Luister maar hoe de humanisering van het animale in onze woorden zijn geslopen.

We vonden het niet correct tegenover Fay om dan maar te zeggen: we trekken de stekker eruit.” En: „Als de telefoon ging dacht ik steeds: nu moet ik meteen mijn vader bellen dat ie een kistje maakt.”

(Fay is dus de hond, hè. Niet de moeder)

Het dier als gelijkwaardig schepsel aan de mens, dus. En soms zelfs als superieur aan ons eigen soort.

„Je kind komt altijd op de eerste plaats.”

(Je kind is een terriër)

Hoe zit dat?

Waarom liggen mensen graag krom om de rekening van het dierenhospitaal te kunnen betalen? Wat is de verklaring voor die hechte band?

Het antwoord kregen we niet. Bedenk het zelf maar, leken de makers te willen zeggen. Wij gooien slechts een bot en dan rent u er maar achteraan of niet.

Goede insteek van de filmers. Hier moeten we inderdaad zelf maar eens over nadenken.

Net als over de vraag in hoeverre artsen in de hondsdolheid meegaan.

Daar gaf ’Dierenliefde’ wél antwoord op: als trouwe viervoeters gaan de artsen het hele blokje mee om. Althans, in de Universiteitskliniek voor Gezelschapsdieren in Utrecht, waar de docu grotendeels werd opgenomen.

Een chemokuur voor Lassie of een MRI-scan voor Felix; u zegt het maar in het grootste dierenhospitaal van Europa.

De humanisering van het dier is daar het beste zichtbaar.

Door die vijftien behandelkamers, een intensive care, zes operatiezalen en bijbehorende cardiologen, oncologen en neurologen.

Maar óók door de empathische opstelling van het medisch personeel, die het humaniseringsproces van de dierenouders (het zijn eigenlijk geen baasjes meer) enthousiast en dienstbaar bevestigen.

Nog veel gekker ging het eraan toe in de documentaire ’Jesus Camp’ over evangelicaanse doctrine in een Amerikaans kinderkamp.

Het was een film die heel wat meer bewijs tegen misdaden leverde dan een uitzending van Peter R. de Vries.

Anderhalf uur lang maakten we deel uit van sektarisch geweld. Jankende kinderen, krijsende volwassenen, haatzaaierij en discriminatie. De terecht voor een Oscar genomineerde documentaire riep – hoewel het toch om het geloof ging – uitsluitend ongeloof op.

Zouden religieuze kampbeulen ook wel eens vertederd zeggen ’ ach, het zijn toch je kinderen, hé’?

De leidster van het extreem fundamentalistische christelijke kamp vond in elk geval dat ze al aardig op weg waren om de evenknie te worden van hun islamitische tegenpolen, die ze ook als voorbeeld zag.

De mitrailleurs ontbraken nog, maar het spervuur zat al wel in haar stem: „Geen gedraai meer, geen hypocrisie! Ga ergens bidden en berouw tonen! Voer oorlog tegen ze!”

Ineens dacht ik weer aan terriërs en hoe nuttig die kunnen zijn.

De hond erop af!

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden