Het zijn maar kamelen

Onderzoek wijst uit: aartsvader Abraham bezat waarschijnlijk geen kamelen. Moeten we nu twijfelen aan de betrouwbaarheid van het Oude Testament?

MARIJE VAN BEEK EN DAPHNE VAN BREEMEN

Probeer je Abraham eens voor te stellen zonder kameel. Of Izaäk. Of Jakob. Of Jozef. Misschien maakt de vertederend onnozele blik van de dieren het wel zo lastig om ze weg te denken uit de bijbelverhalen. Toch zit er niet veel anders op. Dat wil zeggen, voor wie hecht aan de laatste wetenschappelijke bevindingen.

In de passages over de aartsvaders (die leefden in de eerste helft van het tweede millennium voor Christus) spelen de dieren een glansrol: Gods volk wordt ermee door hele woestijnen versleept en menig vrouw wordt ermee gekocht. Ook de opstellers van de Bijbel vonden het moeilijk de kamelen weg te denken. Mogelijk ten onrechte, want uit nieuwe archeologische vondsten in Israël zou blijken dat kamelen veel te vroeg in de Bijbel opduiken.

De archeologen Erez Ben-Yosef en Lidar Sapir-Hen van de Universiteit van Tel Aviv onderzochten het terrein van een oude kopermijn in Jordanië. Op kamelenbotten die zij daar vonden en dateerden, troffen zij geen slijtage aan die erop duidt dat de dieren voor zwaar transport waren ingezet. Hun conclusie publiceerden zij onlangs in het archeologentijdschrift Tel Aviv: kamelen werden in Israël pas in de tiende eeuw voor Christus als lastdier getraind. Dat is lang ná Abraham. Dus is er in de Bijbel sprake van een anachronisme, een vermelding van iets dat niet past in de beschreven tijd.

Voor Bob Becking, oudtestamenticus aan de Universiteit van Utrecht, komen de bevindingen van Erez Ben-Yosef en Lidar Sapir-Hen niet als een verrassing. "Het bevestigt een vermoeden dat onder literatuurwetenschappers en historici al langer bestond. In de jaren 1200 tot 1000 voor Christus zat Israël in een donkere periode. Daarna braken er betere tijden aan. Er viel meer regen, de bevolking nam toe, de landbouw werd gemoderniseerd, er was meer voedsel. Kortom, de economie groeide, en vervolgens werden kamelen ingezet als transportmiddel voor het vervoer van bijvoorbeeld ijzererts. Daar bleken ze geschikter voor dan ezels."

Voor zijn vakgebied heeft de ontdekking geen grote gevolgen, denkt Becking. "Je moet geen overhaaste conclusies trekken. Mijn positie is: je moet de Bijbel zowel vertrouwen als wantrouwen. Het is nu eenmaal geen wiskunde en geen natuurkunde. Je kunt ook niet bewijzen dat Abraham heeft bestaan."

Schedel
De conclusies van de Israëlische archeologen zijn wel lastig voor gelovigen die de Bijbel van kaft tot kaft voor waar aannemen. Aan de vrijgemaakt-gereformeerde theologische universiteit in Kampen, bijvoorbeeld, wordt terughoudend gereageerd. Oudtestamenticus Koert van Bekkum ziet geen overtuigend bewijs dat de Bijbel mis zit met de kamelen, zei hij in het Nederlands Dagblad. Hij kent zelf archeologische vondsten uit de tijd van de aartsvaders die juist zouden bevestigen dat Abraham en de zijnen kamelen als lastdieren hebben gebruikt. Van Bekkum noemt 'figuren en afbeeldingen uit Egypte en Kanaän van kamelen die kruiken en goden dragen'.

Telefonisch licht Van Bekkum toe waarop hij doelde. "In een graf in Egypte is een schedel van een kameel gevonden - gedateerd ergens tussen 2000 en 1400 voor Christus. Mij lijkt het niet logisch dat je een schedel van een wilde kameel meeneemt in je graf."

Maar volgens Van Bekkums collega Becking zegt dat voorbeeld weinig. In de eerste plaats omdat de periode van datering nogal ruim is: dat roept vragen op over de kwaliteit van het onderzoek. In de tweede plaats: niemand zal ontkennen dat er schedels of kaken te vinden zijn, zegt Becking. "Natuurlijk waren er kamelen. Maar de vraag is juist of het om wilde kamelen gaat of om lastdieren. Daar hebben de onderzoekers in Tel Aviv ook bewust naar gekeken. Aan een kaak of aan een schedel kun je moeilijk zien of een kameel wild was: daar heb je de poten voor nodig."

Via de mail wil Van Bekkum nog wel aanvullende bronnen geven: een afgebroken kleifiguur uit Libanon waarop een kameel zou zijn afgebeeld met lading, en een cilinderzegel uit Syrië waarop een kameel goden draagt.

Maar ook daar is Becking niet van onder de indruk. "Het identificeren van een dier op een afbeelding is moeilijk. Zo hebben we honderden jaren gedacht dat iets een eenhoorn was. Bij het zien van zo'n afbeelding op een kleifiguur of cilinderzegel moet je je afvragen: is dit wel een kameel? Als ik met vakantiefoto's terugkom uit Engeland, ja, dan herken je de streek, en misschien ook een enkel dier. Maar in dit geval hebben we te maken met een kunstvoorwerp, en van kunst weten we dat het niet altijd één op één de werkelijkheid weergeeft. Daar is nota bene een aparte wetenschappelijke discipline voor: de kunstgeschiedenis. En die is voorzichtig. Je moet blij zijn met elke splinter die je vindt, maar je moet niet aan één splinter de hele geschiedenis willen ophangen."

Historische feiten
Volgens Van Bekkum is híj juist de voorzichtige in de kamelenkwestie. "Zo vaak duiken de dieren in de aartsvaderverhalen helemaal niet op. Als je die verhalen leest, hoef je nog niet de conclusie te trekken dat kamelen grootscheeps werden ingezet als karavanen. Ik ben niet van de school: ga met de Bijbel langs de archeologie, want dat is het hooggerechtshof van wat klopt of niet. Het punt is: veel weet je niet."

"Het zijn maar kamelen", relativeert Van Bekkum. "Maar ik denk dat die aartsvaderverhalen wel geschiedenis beschrijven. Het gaat om historische feiten. Waargebeurd? Zo zou ik het niet formuleren, dat zou impliceren dat alles tot achter de komma klopt. Ik erken natuurlijk wel: het is een oud oosters verhaal dat eeuwenlang is overgeleverd."

Onder 'historische feiten' schaart Van Bekkum ook: de zwangerschap van de negentigjarige vrouw van Abraham, en het bezoek dat het echtpaar kreeg van engelen. Met zulke geloofssprongen is het de vraag waarom je nog de moeite zou nemen de aanwezigheid van kamelen tot op de bodem uit te zoeken. Van Bekkum: "Ik geloof dat God in die verhalen naar ons toe komt, en dat je de verhalen dus goed moet lezen, tot in detail. We proberen ons dat leven zo concreet mogelijk voor te stellen, omdat het iets zegt over God. Dan is het dus interessant te weten of er kamelen waren of niet."

Al met al vindt Van Bekkum het een lastige kwestie. Maar, zegt hij, als wetenschapper kan hij niets uitsluiten. "Het zou kunnen dat in de toekomst uit onderzoek blijkt dat Abraham niet op een kameel reed."

Maar ook na het onderzoek van Erez Ben-Yosef en Lidar Sapir-Hendat is dat bewijs er niet, houdt hij vol. En dus reden de aartsvaders op kamelen, zoals het in de Bijbel is te lezen. "Dat iets niet is gevonden, betekent nog niet dat het er niet is. Dat is een denkfout."

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden