Het ziekenhuis is de Ark van Noach

Ondanks het succes van Chris Adrians debuut wilde niemand zijn ambitieuze tweede roman 'Het kinderziekenhuis' uitgeven. Ten onrechte.

Het is een dankbare literaire legende: het geweldige boek dat keer op keer door uitgevers werd afgewezen. Een klassiek voorbeeld is 'Onder de vulkaan' van Malcolm Lowry; het recentste geval de nieuwe roman van Chris Adrian, geprezen om zijn fantasierijke debuut 'De machine van Gob'. Van de vijftien redacteuren die Adrian het dikke manuscript toestuurde, lazen veertien de duizend pagina's niet uit. En de ene redacteur die wel de eindstreep haalde, wees het net zo hard af.

Het is aan de tussenkomst van cultauteur Dave Eggers te danken dat het boek toch een uitgever vond - en werd ingekort tot een kleine 600 bladzijden. Met dat laatste schijnt Adrian het nog steeds moeilijk te hebben; op literaire avonden leest hij bij voorkeur fragmenten voor die de uitgever wegsneed.

Maar wat is 'Het kinderziekenhuis' voor roman? In elk geval een ambitieus en symbolisch verhaal, dat teruggrijpt op een bijbels thema. God heeft de wereld namelijk opnieuw doen overstromen. Een ark van Noach is er dit keer niet, wel een kinderziekenhuis dat - in ieder geval voorlopig - is gered, met alle zevenhonderd mensen die zich er op het moment van de overstroming in bevonden: patiënten, soms met familieleden die op bezoek waren, artsen, studenten, verpleegkundigen. Het geheel drijft rond op een immense watervlakte, dijt uit zodat er voor iedereen een kamer beschikbaar komt, beschikt over diverse Replicators die voedsel en andere benodigdheden leveren, en heeft een engel aan boord die regelmatig met beleefde, mechanische stem door de intercom van zich laat horen.

In het kleine jaar dat het ziekenhuis drijft, probeert iedereen zo goed en zo kwaad als het kan de dagelijkse bezigheden voort te zetten. Er wordt een bestuur gevormd, er wordt gefilosofeerd en gepreekt, en bovenal wordt er gewacht. Praktische geesten hopen op land in zicht, spiritueel ingestelden op een openbaring.

Hoe ongelofelijk het allemaal ook klinkt, het verhaal heeft raakvlakken met Adrians eigen leven. Hij is niet alleen kinderarts, maar heeft kort geleden ook een studie theologie afgerond.

Die medische ervaring lees je terug in plastische beschrijvingen van ziektes, en in getob over het vak. Zo haat een derdejaars studente geneeskunde de operatiekamer: "Ze had nog nooit extreem bloedverlies meegemaakt, geen amputatie van het verkeerde been, geen krankzinnige chirurgen die hun initialen in het bovenbeen van de patiënt kerfden, geen onthoofdingen. Toch geloofde ze dat er bij elke operatie iets vreselijks gebeurde: iemand werd opengesneden en een vreemde woelde rond in zijn ingewanden. Iemand werd aangerand, en dat er langzaam, bedreven, klinisch en systematisch te werk werd gegaan maakte het er niet minder gewelddadig op."

De theoloog in Adrian laat aanmerkelijk minder van zich horen: op prangende vragen geeft de roman geen antwoord. Waarom een nieuwe zondvloed? Waarom is dit ziekenhuis uitverkoren? Wat is de zin van deze tocht? Het blijft gissen. Adrian weigert op de stoel van God te gaan zitten en Zijn bedoelingen te onthullen.

Het lezen van een dikke roman die geen antwoord geeft op de belangrijkste vragen die de tekst oproept, kan ontmoedigend werken. Dat het proza nergens lichtvoetig klinkt, helpt ook niet. En voor wie over onvoldoende fantasie beschikt om mee te gaan in Adrians fictieve wereld, is er waarschijnlijk geen doorkomen aan. Dat verklaart in elk geval waarom het manuscript zo vaak werd afgewezen.

Toch is dat ten onrechte, want dit het boek is ook een rijke roman, vol inzichten over ziekte, verlies en sterfelijkheid, waarin Adrians ervaring als arts, theoloog én schrijver doorklinken. Bovendien schrijft hij mooi afgewogen proza. Elke gedachte die zijn personages opperen, werkt hij uit, waardoor alle personages tot hun recht komen en de thematiek van alle kanten wordt belicht.

Een van de personages is dokter Siri Chandra, zo'n sneu type dat altijd verkeerd begrepen wordt, altijd voordeeltjes misloopt, altijd net iets onhandiger is dan zijn collega's, altijd van anderen hoort over seks, terwijl hij zelf eenzaam in een groot bed ligt. Hij is de enige van de zevenhonderd opvarenden die de reis van het ziekenhuis als zo volkomen uitzichtloos ervaart, dat hij overboord springt. En zelfs daarbij heeft hij nog pech: "Dokter Snood greep nog naar hem, maar niet snel genoeg, of niet echt gemeend, en dokter Chandra viel." Na het dichtslaan van het boek dringt het opeens tot je door: je ként deze dokter; hij komt ook in verschillende korte verhalen van Adrian voor. Sterker nog: Siri Chandra is een anagram van Chris Adrian.

En dat geeft deze raadselachtige, apocalyptische roman toch extra betekenis.

Chris Adrian: Het kinderziekenhuis (The Children's Hospital).
Uit het Engels vertaald door Leen Van Den Broucke, An de Greef en Marijke Versluys. Ailantus, Amsterdam. ISBN 9789089530486; 592 blz. € 29,95

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden