Het zal je gen maar wezen

DNA | Siddhartha Mukherjee ging op zoek naar een erfelijk mysterie in zijn Indiase familie, en kwam terug met een fascinerende geschiedenis van de genetica.

Rajesh Mukherjee was 22 toen hij in 1946 in Calcutta overleed. Hij was de meest belovende van vijf broers en had tien jaar eerder probleemloos de rol van zijn vermoorde vader overgenomen. Maar snel daarna ging Rajesh zich vreemd gedragen. Heftige stemmingswisselingen volgden elkaar steeds sneller op. Hysterische vreugde-uitbarstingen werden gevolgd door krachtige aanvallen van verdriet.

De familie Mukherjee hield lange tijd de mythe in stand dat een longontsteking Rajesh fataal was geworden. Als hij al een psychische aandoening had gehad, was die het gevolg van de deling van Brits-Indië. Door die deling was niet alleen het land gespleten, maar ook zijn geest. Die mythe spatte uiteen toen ook Rajesh' broer Janu aan wanen begon te lijden. Net als hun beider neefje Moni. "Er was weinig fantasie voor nodig om te bedenken dat er een erfelijk aspect achter dit deel van onze familiegeschiedenis kon schuilgaan", schrijft Siddhartha Mukherjee in 'Het gen; een intieme geschiedenis'. De vervolgvraag diende zich meteen aan. Rajesh en Janu waren ooms van hem, Moni een neef. "Was mijn vader ook belast? En ik? Stel dat ik precies wist welk gen de drager was, zou ik dan mezelf laten testen of mijn twee dochters?"

Het bezoek van Siddharta aan zijn neef Moni vormt het startpunt van een zoektocht naar de geschiedenis van de erfelijkheid. Een tocht die eindigt met een imposante pil van 600 pagina's, net zo dik als het vorige boek van Mukherjee, zijn debuut over kanker. Voor 'De keizer aller ziektes' kreeg hij in 2011 de Pulitzerprijs.

Hij was totaal uitgeput toen hij dat boek had voltooid, vertelt hij over de telefoon vanuit Londen. Hij had niet gedacht dat hij ooit nog een pen zou oppakken. Het leek ook of hij al zijn verhalen had verteld. "Totdat ik besefte dat kanker een afwijking is van de normale gang van zaken. In tumoren slaat de celdeling door. Maar hoe gaat het dan normaal, vroeg ik mij af. Waarom ontspoort de genetica normalerwijze niet? Die vraag vormde eigenlijk de basis voor dit boek."

De vroegste mens moet al een besef van erfelijkheid hebben gehad. Kinderen leken op hun ouders, en gaven die trekken ook door aan hun kinderen. Maar wie gaf precies wat door? De Griekse filosoof Aristoteles betoogde in de vierde eeuw voor Christus dat de moeder het materiaal aandroeg voor de foetus, terwijl de vader de instructies gaf voor de vorming. "Precies zoals de timmerman geen materieel deel van hemzelf overdraagt op het hout dat hij bewerkt", schreef Aristoteles, "maar zoals het materiaal zijn vorm krijgt door de beweging die hij in gang zet."

Die gedachte werd meer dan twee millennia lang niet verbeterd. Toen Charles Darwin in 1859 zijn 'On the Origin of Species' uitbracht, besefte hij dat zijn idee van natuurlijke selectie geen hout sneed als de natuur geen code had uitgevonden om de geschikte eigenschappen door te geven. Hij opperde dat de cellen van alle organismen minieme deeltjes - 'gemmulen' - voortbrachten waarin erfelijke informatie lag opgeslagen. Maar toen de Duitse bioloog August Weismann een paar decennia later bij vijf generaties muizen de staarten afsneed, kon hij geen bewijs voor deze gemmulen vinden. Ook muis nummer 901 werd gewoon met een staart geboren.

In de twintigste eeuw maakten wetenschappers gestaag vorderingen maar het zou nog tot na de Tweede Wereldoorlog duren eer ze tot de broncode doordrongen. Hoewel, gestaag? Als Mukherjee iets duidelijk maakt, is het dat de wetenschap zich zelden in een rechte lijn van A naar B ontwikkelt. Ontdekkingen worden vergeten, ontdekkers verguisd en de spreekwoordelijke olifant in de kamer wordt vaak over het hoofd gezien. Het DNA was zo'n olifant. Het molecuul was allang in de celkern aangetroffen, maar het leek zo saai - stupide, zeiden sommigen - dat het geen intelligente boodschappen kón overbrengen. Eiwitten daarentegen - divers, vertrouwd, veelzijdig, in staat allerlei vormen aan te nemen en functies te vervullen - waren oneindig geschiktere kandidaten om genen te dragen. Het pleit wordt pas in 1953 beslecht als James Watson en Francis Crick - met hulp van Maurice Wilkins en Rosalind Franklin - de structuur van DNA ophelderen.

Juweel

Het is de kracht van Het gen dat Mukherjee alle miskleunen bespreekt en de vele zijpaden bewandelt. Zo maakt hij van de genetica weer mensenwerk. Maar daardoor vergt hij nogal wat van de lezer. Het lijkt veel, een boek van zeshonderd pagina's, maar door zijn aanpak heeft Mukherjee voor elk deelverhaal, voor al die wetenschappers met hun eigen bijdrage, maar een paar bladzijden.

Zijn gouden pen vergoedt veel. Mukherjee strooit met prachtige voorbeelden die ook de grootste leek op dit terrein erdoorheen slepen. Bovendien lardeert hij de wetenschappelijke geschiedenis met het verhaal van zijn eigen familie. Hoe bevreemdend bijvoorbeeld de bezoeken aan zijn neef kunnen zijn: "Moni betekent juweel in het Bengali, maar met het woord kan ook iets van een ongrijpbare pracht aangeduid worden, bijvoorbeeld de glinsterende lichtpuntjes in iemands ogen. Dit was precies wat Moni in de loop der jaren was kwijtgeraakt. Zijn ogen stonden mat. Het licht was er nagenoeg uit verdwenen, alsof iemand ze van binnenuit met een minuscule kwast vaal had geschilderd."

En dat alles door één gen, of een combinatie van enkele genen? Niet helemaal, zegt hij. "Als ik één les heb getrokken uit mijn zoektocht, is het dat het genoom een bepalende factor is voor iemands identiteit, voor het ontstaan van ziektes of stoornissen. Maar dat het niet de enige factor is. De omgeving speelt ook een rol. Een gen heeft soms een trigger nodig, zoals wellicht de onrust destijds in Calcutta. En vlak het toeval niet uit. Genen gedragen zich niet als een blauwdruk, heeft Richard Dawkins geschreven. Maar als een recept."

Het is ook een gevaarlijk concept, schrijft hij. Hij schaart het gen onder dezelfde noemer als die twee "andere wetenschappelijke basisideeën uit de twintigste eeuw die de wereld op haar grondvesten hebben laten schudden: het atoom en de byte. Inzicht in atomen was een noodzakelijke voorwaarde om materie naar onze hand te kunnen zetten, en leidde via de manipulatie van materie tot de uitvinding van de atoombom. (...) Inmiddels kunnen we ons genoom 'lezen' en 'schrijven'. Je hoeft geen graad in de moleculaire biologie te hebben om in te kunnen zien dat dat tot een sprint naar de afgrond leidt. Als we eenmaal weten welk lot ons genoom voor ons in petto heeft en als we eenmaal over de technologie beschikken om doelbewust deze waarschijnlijkheden te beïnvloeden, dan ondergaat onze toekomst een fundamentele verandering."

Pervertering

De geschiedenis heeft ons lessen geleerd, vertelt hij, wijzend op de duistere periode van de eugenetica en de uitwassen uit de nazi-tijd. "We hebben een technologie in handen die ons voorspoed kan brengen. We kunnen steeds meer erfelijke ziektes vermijden en wellicht ook uitroeien. Maar we moeten oppassen dat de technologie niet perverteert. Dat we genen willen veranderen of toevoegen om de mens zogenaamd te verbeteren. Als we die kant opgaan, openen we een doos van Pandora."

Het is een grens die we nog niet gepasseerd zijn, voegt hij eraan toe. "Maar dat is vooral omdat er nog zoveel onzekerheden zijn. We weten niet precies wat er gebeurt als we aan ons genoom gaan sleutelen. We weten niet hoe genen met elkaar interfereren en hoe die interferentie de fysiologie van de mens beïnvloedt."

Maar dat is wellicht een kwestie van tijd. "Er is een genetische wapenwedloop gaande en sommige wetenschappers - in China bijvoorbeeld - hebben hier toch een iets andere kijk op. Er zullen internationale afspraken moeten komen waarin exact wordt vastgelegd wat de grenzen zijn. Dat wordt een cruciale vraag voor onze kinderen: waar gaan we gentechnologie voor inzetten en waarvoor niet? En wie ziet toe op die grenzen?"

Verplichte anticonceptie glijdende schaal

Aan het begin van de vorige eeuw maakten velen uit de Europese en Amerikaanse elite zich zorgen over wat zij zagen als 'de degeneratie van de humane soort'. Al die arbeiders zouden hele kinderhorden op aarde gaan zetten, vreesde de gezaghebbende bioloog Francis Galton. Ze zouden de genenpool domineren en de natie meesleuren in de val naar opperste middelmatigheid. Galton, een neef van Charles Darwin, pleitte voor verplichte sterilisatie. Zoals een medestander het verwoordde: "In de hof van het leven is het niet anders gesteld dan in onze openbare parken. (...) Ons streven is om een gevoel van orde te kweken en het raciale onkruid met wortel en al uit te roeien."

Een van de slachtoffers van dit denken was Carrie Buck. In 1920 was haar moeder door een rechtbank in Virginia 'zwakzinnig' verklaard en ondergebracht in een inrichting. De toen twaalfjarige Carrie kwam in een pleeggezin terecht. Ze werd verkracht en bleek zwanger te zijn. Om schande te voorkomen leidden haar pleegouders haar voor dezelfde rechter die haar moeder naar de inrichting had verwezen. Ook Carrie kwam hier terecht.

In 1924 nam de staat Virginia een wet aan die verplichte sterilisatie voor zwakzinnigen mogelijk maakte. Na een lange rechtsgang oordeelde het Hooggerechtshof in 1927 dat Buck moest worden gesteriliseerd. "Drie generaties debielen is genoeg", oordeelde één van de opperrechters. In de tussentijd hadden diverse andere Amerikaanse staten wetten aangenomen die sterilisatie toestonden op 'verstokte misdadigers, idioten, imbecielen en verkrachters'.

Siddhartha Mukherjee schrikt als hij hoort van het recente Rotterdamse voorstel om ouders van wie de rechtbank heeft geoordeeld dat ze niet in staat zijn kinderen op te voeden, te verplichten tot anticonceptie. "Het lijkt zo logisch dat je zo'n maatregel moet kunnen nemen, maar dat is het niet. Je begeeft je op een glijdende schaal. Wie neemt zo'n besluit? Waarop is dat gebaseerd? Dit is in ethisch opzicht een heel gevaarlijk terrein waarop we ons niet zouden moeten wagen."

Siddhartha Mukherjee, Het gen, uitg. Bezige Bij, 672 pag., 29,99 euro

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden