ColumnRob Schouten

Het wordt tijd voor een mentale voorjaarsschoonmaak

Ik denk aan van alles en nog wat, bijvoorbeeld aan restaurants in coronavrije tijden waar niettemin geen mens zit, voor de massamens geen goed teken, voor de ander juist een signaal dat hij er met égards bediend zal worden. Aan stranden waar mensen graag bij elkaar in de buurt gaan zitten, maar er zijn er ook altijd wel een paar die een stuk verder lopen naar een eenzaam plekje. En aan Elias Canetti­­ die zijn weergaloze studie over mensenmenigten en macht, ‘Masse und Macht’, begint met een betoog over onze aanrakingsvrees: ‘Voor niets is de mens meer beducht dan voor aanraking door iets onbekends. Hij wil zien wat er naar hem grijpt, hij wil het herkennen of op z’n minst kunnen thuisbrengen. Overal gaat de mens de aanraking door een vreemd element uit de weg. (...) Alle afstanden die de mensen om zich heen hebben geschapen, zijn door deze aanrakingsvrees ingegeven. Men sluit zich in huizen op waarin niemand mag binnenkomen, slechts daarin voelt men zich ten dele veilig. De angst voor de inbreker geldt niet alleen zijn roofzuchtige bedoelingen, ze is ook een vrees voor zijn plotselinge, onverwachte greep uit het donker.’

Zo bekeken beleven heel wat mensen ideale tijden, maar ik vraag me af of het wel helemaal klopt en grijp voor een andere mening naar Schopenhauer die de mens ‘Fabriekswaar van de natuur’ noemde, net als de dieren, en een wezen dat juist gezelschap zoekt maar er vervolgens door wordt gekweld. Hij vergeleek hem met twee stekelvarkens die in de koude winter elkaars gezelschap zoeken maar door hun stekels weer uit elkaar worden gehouden. En daarom is halve distantie het beste, zei Schopenhauer. Iets tussen de massamens en de solitaire individualist in dus. Misschien zo’n anderhalve meter?

Verveling

En nu ik toch opgesloten zit in mijn bibliotheek dóór naar de cultuurfilosoof Adorno die het over een ander nijpend aspect van de huidige toestand heeft, te weten de verveling. In zijn essay over ‘Vrije tijd’ noemt hij de verveling waaraan de opgesloten mens in deze dagen makkelijk ten prooi raakt, ‘de reflex op de objectieve troosteloosheid’. Hm, wat bedoelt de grote denker daar nou mee? ‘Als de mensen over zichzelf en hun levens konden beslissen; als ze niet overgeleverd waren aan het altijd-gelijke, dan behoefden zij zich niet te vervelen.’ Ik denk dat hij bedoelt dat de vrije tijd ons verveelt omdat de Efteling, de voetbalstadions en andere dependances van de vrijetijdsindustrie ons altijd hetzelfde aanbieden en dat we niet zelf iets bedenken. Maar nu die clubs dichtzitten krijgen we ineens de kans om zelf de sleur te doorbreken, zou ik zeggen.

Je hoort het overal, naast het slechte nieuws, dat mensen nu ze weinig meer mogen, allerlei creatieve dingen bedenken. Maar het voornaamste dat de coronacrisis te bieden heeft, naast schone lucht, is toch wel de tijd om eens grondig over onszelf na te denken, bij wijze van mentale voorjaarsschoonmaak. Nederland is ziek, zeggen de landsbestuurders, het lichaam is ongezond. Alle tijd om er een gezonde geest op los te laten.

Eerdere columns van Rob Schouten leest u hier

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden