Het woord is aan de vogel

Taalkunde | Is taal een uniek menselijk verschijnsel of gebruik in het dierenrijk? Om antwoord te vinden op die vraag moeten in Leiden baby's het opnemen tegen zebravink en parkiet. En tot nu toe wint de parkiet.

Zebravink nummer 467 hipt wispelturig door haar kooi. Met haar rode snavel gaat ze langs de drie knopjes in de wand van haar kooi. Pikkend op het middelste knopje, krijgt ze een geluidje te horen. Als ze dat op de juiste manier interpreteert en rechts pikt, krijgt ze vogelvoer. Helaas, ze kiest het knopje links. Het licht in haar kooi gaat uit.

"Ai, verkeerde keuze", zegt biologe Michelle Spierings, die aan de Universiteit Leiden promotieonderzoek doet naar taal bij zangvogels. Het zebravinkvrouwtje is uitverkoren om mee te doen aan een poëtisch experiment. Mensen horen een klok een tik-tak geluid maken: eerst een hoge tik, dan een lage tak. Probeer het eens om te draaien. Dat klinkt gek. Taalgevoel zorgt ervoor dat de mens geluiden opdeelt in hoog-laag-combinaties van klanken. Spierings onderzoekt of zebravinken datzelfde taalgevoel hebben. Nummer 467 traint nog voor het echte experiment, de verwachting is dat zij straks, net als mensen, de klok tik-tak hoort gaan.

Hier in het Sylvius laboratorium op het bio-sciencepark in Leiden worden zebravinken gehouden voor taalonderzoek. Spierings laat de volières zien waarin de vogeltjes af en aan hippen en vliegen. Het is een gekwetter als op een kinderfeestje. Onderzoek naar zangvogels en taal is wereldwijd geëxplodeerd. Wetenschappers zijn op zoek naar talige eigenschappen die de mens deelt met zangvogels. Hun bevindingen kunnen nieuw licht werpen op het leren van taal, en op de mysterieuze oorsprong ervan.

Bijna tien jaar geleden kwamen ze elkaar tegen op een studiedag: taalwetenschapper Claartje Levelt en gedragsbioloog Carel ten Cate. Zij hield een presentatie over een onderzoek naar de grammaticale ontwikkeling bij baby's. Hij zei meteen: "Dit onderzoek kan ik misschien gebruiken voor mijn vogels". Zo ontstond een samenwerking tussen de twee disciplines. Ze proberen uit te zoeken welke mechanismen nodig zijn om taal te leren. Kunnen zangvogels, net als jonge kinderen, regels herkennen die ten grondslag liggen aan taal?

De manier waarop zangvogels leren zingen lijkt verdacht veel op hoe baby's leren praten: ze luisteren naar hun ouders, gaan stuntelig klanken imiteren, en uiteindelijk klinkt er een lied. Zangvogels lijken wat dat betreft meer op de mens dan apen; die hebben geen soortgenoten nodig om de juiste geluiden te kunnen maken.

Klankstructuur

Taalwetenschapper Levelt onderzoekt hoe kinderen de klankstructuur van hun ouders leren. "Ik heb in mijn opleiding geleerd dat taal uniek is voor de mens. De vraag is in hoeverre dat klopt; het lijkt erop dat ook andere diersoorten grammatica-achtige patronen kunnen leren. Ik wilde zien wat de vogels en mensen kunnen, en waar hun wegen scheiden."

Zo werd een aantal experimenten opgezet met jonge kinderen en vogels. Nog nooit waren baby's en zangvogels zo direct met elkaar vergeleken terwijl ze een niet-bestaande taal leerden. De Leidse onderzoekers bouwden voort op een beroemde studie uit 1999 van de Amerikaanse psycholoog Gary Marcus, die destijds opzien baarde, omdat het resultaat zo duidelijk liet zien dat baby's grammaticale regels kunnen leren.

In navolging van Marcus werden de afgelopen jaren in Leiden zo'n tweehonderd baby's van zeven maanden oud onderzocht. Ze werden getraind met geluiden in een XYX-structuur, bijvoorbeeld ka-ki-ka of lu-do-lu. Hierna hoorden ze in een test nieuwe geluiden, in het bekende XYX-patroon of in een ander, XYY-patroon, en hun aandacht voor beide patronen werd gemeten. Eerder onderzoek had laten zien dat de baby's dan minder aandacht hebben voor de bekende XYX-structuur dan voor de nieuwe structuur, wat zou aangeven dat de baby's tijdens de training het patroon XYX hadden leren kennen, en dat ze dus gevoelig zijn voor structuur in taal.

Ook parkieten en zebravinken deden mee aan dit experiment. De vogels werden getraind om het onderscheid te maken tussen een XYX en een XXY-tructuur, en daarna werd getest of ze de structuur in de klanken zouden herkennen. Het resultaat was opmerkelijk, zegt Levelt: "We namen natuurlijk aan dat mensen keien zouden zijn in het leren van taalregels, en dat ze de vogels met twee vingers in de neus voorbij zouden streven. Niets is minder waar, tot nu toe. Mensen, zowel de baby's als de volwassenen, doen het belabberd. De grote helden zijn de parkieten!"

De Leidse wetenschappers krijgen de resultaten van Marcus bij de baby's dus niet gerepliceerd. Maar Marcus' resultaat is wat Levelt betreft nog niet van tafel, want andere onderzoeken wijzen uit dat baby's goed zijn in het herkennen van grammaticale structuren en de volgorde van lettergrepen. Het komende jaar willen de Leidse onderzoekers in nieuwe experimenten de baby's de kans geven om te laten zien wat ze kunnen.

Hoewel het onderzoek met de baby's dus in het water viel, bleken de vogels het wonderbaarlijk goed te doen. De parkieten konden de structuur in klanken herkennen. De zebravinken hadden er meer moeite mee, ze konden patronen herkennen, maar zodra ze nieuwe klanken hoorden, wisten ze zich daar geen raad mee.

In andere Leidse testen liet de zebravink zich van z'n beste kant zien: hij blijkt intonatie te kunnen herkennen. Ook heeft de zebravink net als mensen een aanleg om klanken op bepaalde manieren te groeperen, zoals in het tik-tak onderzoek.

Gedragsbioloog Ten Cate houdt zich bezig met de vraag hoe taal is ontstaan. "Het feit dat talige aanleg niet alleen bij mensen voorkomt, maar ook bij dieren die geen taal hebben, zou erop kunnen wijzen dat die eigenschap al aanwezig was voordat mensen konden praten", zegt hij.

Gekibbel over Chomsky

Daar raakt hij een heikel punt. Twee jaar geleden zei de befaamde Amerikaanse taalwetenschapper Noam Chomsky, de vader van de moderne taalkunde, nog dat al die onderzoeken naar dierentaal niet veel opschoten. Chomsky verwachtte er weinig van, schreef hij in het tijdschrift Frontiers in Psychology. Vooralsnog was bij geen enkel dier de complexiteit gevonden die mensen in hun taal en spraak tentoonstellen. Chomsky's conclusie: dieren hebben geen grammatica.

Taal is, volgens Chomsky, zo'n 100.000 tot 60.000 jaar geleden ontstaan als een unieke menselijke eigenschap. Mensen zouden sindsdien over een aangeboren 'universele grammatica' beschikken. Bovendien, zegt Chomsky, is taal niet ontstaan om te leren communiceren, maar om mensen te helpen denken en de wereld beter te begrijpen.

Over die boude stellingen wordt in de evolutionaire taalkunde al jaren gekibbeld. Taal is al veel eerder ontstaan, zeggen andere invloedrijke wetenschappers. Volgens ontwikkelingspsycholoog Michael Tomasello ontdekken kinderen in hun omgang met volwassenen stukje bij beetje de regels van grammatica, met cognitieve vermogens die al bestonden voordat er taal was.

Ook Ten Cate is niet overtuigd van Chomsky's ideeën, om twee redenen. Allereerst zijn er volgens hem nog te weinig dieren bestudeerd om definitieve conclusies te trekken. Zebravinken, parkieten, spreeuwen, Japanse meeuwen, penseelapen, makaken, ratten en bavianen zijn onderzocht, en hun geluiden raken inderdaad niet de complexiteit van mensentaal. "Maar dit is een handjevol dieren. Het kan best zijn dat er dieren bestaan die taliger zijn", zegt ten Cate.

Ook vindt hij het niet afdoende om te kijken naar de geluiden die dieren produceren. De liedjes van zebravinken zijn inderdaad simpel, zegt hij. "Maar misschien dat ze wel degelijk de cognitieve vermogens hebben om structuren te herkennen en te gebruiken." Er zit volgens Ten Cate nog potentie in het onderzoek naar dierentaal. "Laten we eerst eens goed kijken wat dieren precies wel en niet kunnen."

Zebravink nummer 467 krijgt niets mee van al die debatten over haar mogelijke cognitieve vermogens. Ze blijft gericht op het voedsel achter de knopjes in haar kooi. Na twee keer proberen heeft ze door welk geluidje bij welk knopje hoort. Gauw pikt ze het vogelzaad eruit, scharrelt door haar kooi, en gaat weer op haar stokje zitten. Op naar het volgende geluid.

De zebravink heeft net als mensen de aanleg om klanken op bepaalde manieren te groeperen.

Zoals de ouden zongen, piepen de jongen

Zebravinken zijn bepaald geen nachtegalen. Vrouwtjes kunnen helemaal niet zingen, alleen toontjes tjilpen die klinken alsof je in een babyspeeltje knijpt. En mannetjes leren in de eerste honderd dagen van hun leven één liedje van hun vader.

Amerikaanse onderzoekers hebben ontdekt wat er in de hersenen van zebravink-mannetjes gebeurt als ze dit lied van hun vader leren. Ze plaatsten kleine elektroden op het kopje van de zebravink om hun hersenactiviteit te meten en zagen dat een bepaalde groep neuronen heel actief wordt als een zebravink zijn vader hoort zingen. Deze neuronen helpen de zebravink om zijn vader te imiteren.

Het mooie is: zodra de zebravink een bepaald deuntje kent, wordt een tweede groep neuronen actiever, die het leerproces weer afremmen. Dat betekent dat zodra de zebravink een deuntje hoort dat hij al kent, zijn brein dit negeert. "Die remmende cellen zorgen ervoor dat de vogel zich kan richten op zanggeluiden die hij nog niet kent", zegt Michael Long, neurowetenschapper aan New York University, waar de studie werd gedaan. Het enige punt is dat de zebravink zijn tutor totaal negeert na honderd dagen, en dus weinig meer bij kan leren.

Het onderzoek zou wellicht volwassenen met taalproblemen kunnen helpen, zegt Long. Net als zebravinken hebben mensen een gevoelige periode waarin ze taal moeten leren. Jong geleerd is oud gedaan: Een kind dat niet met taal in aanraking komt, zal nooit goed leren spreken. Het kan zijn dat het remmende proces daarin een rol speelt, zegt Long. "Onze droom is om dit proces te kunnen manipuleren, zodat we het leervermogen van ouderen kunnen verbeteren."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden