Het woord als antiterreurwapen

Drie auteurs zoeken het medicijn tegen terrorisme

Tijdens een taxirit confronteert de chauffeur de Israëlische romancier Sammy Michael met radicale denkbeelden: het was maar het beste als de Israëliërs alle Arabieren zouden doden. Hoe dat dan in zijn werk zou gaan?, vroeg Michael. Iedereen moest er maar een paar voor zijn rekening nemen, zei de chauffeur resoluut. Oké, stelde de schrijver, u hebt het u toegewezen huizenblok uitgemoord en hoort bij het weglopen nog een kindje op de vierde verdieping huilen. "Gaat u terug om de baby dood te schieten? Ja of nee?" De taxichauffeur gaf geen antwoord. Tegen Michael zei hij alleen: "Weet u, u bent een heel wrede man."

De Israëlische schrijver Amos Oz haalt de anekdote aan in zijn essay 'Hoe genees je een fanaticus'. Zelfs de meest rotsvaste overtuiging is uiteindelijk gevoelig voor de eroderende werking van de twijfel, wil hij maar zeggen. Het woord kan al een koevoet wrikken in een geharnast gelijk.

Kan taal wat uitrichten tegen extreem geweld? Dat is ook de centrale vraag in 'Een woord een woord' van Frank Westerman. Is bij al vervaarlijk tikkende menselijke bommen het ontstekingsmechanisme onklaar te maken met verbale middelen? De aanslag op de redactie van satirische weekblad Charlie Hebdo beroofde de Nederlandse schrijver eigenlijk van het geloof in een ja als antwoord. Terroristen fysiek uitschakelen was volgens hem de enige remedie.

Schrijvend verandert Westeman stilaan toch van mening. Als rode draad gebruikt Westerman de Molukse acties in de jaren zeventig van de vorige eeuw, gijzelingen in treinen, een school en een provinciehuis. Als opgroeiend jongetje in Drenthe zat hij er bovenop.

Onderhandelaars speelden daar een prominente rol. Ze wekten bewondering, zelfs in de internationale media en in wetenschappelijke kring. Tegelijkertijd waren er ook toen al hardliners die zich verzetten tegen een slappe aanpak: zij zagen die mannen van de dialoog als 'lullepot' of 'geitenwollensok'.

Westerman koppelt de ontwikkelingen in de Molukse zaak aan zijn ervaringen als bevlogen student-vrijwilliger op Cuba (en naïeve contacten met een RAF-terroriste), en als Rusland-correspondent met Tsjetsjeens terrorisme en de tegenreacties van Moskou. De auteur deed bovendien mee aan antiterrorismeoefeningen en -trainingen en bezocht een biënnale voor onderhandelaars (ja, die bestaat!).

Westerman heeft soms de neiging om de geschiedenis iets te versimpelen. Hij roemt de resultaten van Dutch Approach die er toch maar mooi voor zorgde dat Nederland na 1978 gevrijwaard bleef van Molukse acties. Maar de Nederlandse autoriteiten kozen destijds niet consequent voor de fluwelen benadering. Ze improviseerden. Soms kreeg praten de voorkeur. Op een ander moment raakte het geduld op of werd gevreesd voor gegijzelden en besloot men tot (heel) stevig doorpakken.

Die laatste methode leidde tot lang en uitvoerig zelfonderzoek, constateert de schrijver. Een ietwat bizarre exercitie, vindt hij. "Welk land poert op eenzelfde manier in zijn ingewanden? Het was alsof Nederland een trauma had opgelopen, niet omdat ons geweld was aangedaan, maar omdat we geweld hadden toegepast."

De kracht van Westermans literaire non-fictie ligt niet in de weergave van de gebeurtenissen van toen (dat is al eerder en beter gedaan), maar in het bevragen van de werkelijkheid en de werkelijkheid daar weer achter. Zijn verkenning brengt ook de contradicties aan het licht. Veel van de fanatici worden gedreven door idealen, beroepen zich op het woord. Ze zijn er tegelijkertijd doodsbang voor. Kijk ook maar eens hoe op idealen gebouwde staten ontaardden in totalitaire bastions die panisch reageren op elke aanval op de bestaande doctrines en dogma's.

Soms behoeft de realiteit geen enkele literaire bewerking. Een van de treinkapers van toen, Abé Sahetapy, is nu dichter. Jezelf leren verwoorden, is dat nodig om geweld af te zweren?, vraagt Westerman hem. Die schokt met zijn schouders, lichaamstaal die zich niet meteen laat plaatsen. Dan zegt hij: "Als je moord omdraait krijg je droom."

Het boekje 'Hoe genees je een fanaticus' bevat twee essays van Amos Oz, die ondanks het feit dat ze al veertien jaar oud zijn nog niets aan actualiteit en accuratesse hebben ingeboet. Ze zijn opnieuw uitgegeven, dit keer met een voorwoord van de Rotterdamse burgemeester Ahmed Aboutaleb. Waarschijnlijk is dit gebeurd naar aanleiding van het interview met Nobelprijskandidaat Oz in het tv-programma 'Buitenhof', kort na de laatste aanslagen in Parijs, dat op velen indruk maakte.

In 'Tussen gelijk en gelijk' schetst hij de contouren van een uitweg uit het voortslepende Israëlisch-Palestijnse conflict, een pijnlijke en riskante tweestatenoplossing. "Een scheiding is nooit prettig, zelfs al verloopt alles min of meer eerlijk en rechtvaardig."

'Hoe genees je een fanaticus', het titelessay, zoekt naar een medicijn om extremisme tegen te gaan, een fanatismeremmer. Oz zoekt het in de kracht van humor en verbeeldingskracht. Met zweverig idealisme heeft hij weinig op. Hij weet hoe extremisten in elkaar zitten. "Ik moet bekennen dat ik als kind in Jeruzalem zelf een compleet gehersenspoeld fanatiekelingetje was." De meeste fanatici kunnen, meent Oz, maar tot één tellen. Maar het minste wat je kunt proberen, is om iets van een onderlinge band te creëren. Met contact komen de ietsiepietsies inlevingsvermogen en ruimte om een beetje te relativeren. Toch weer de al door Westerman genoemde kracht van het woord.

Wat minder hoopvol is de Duitse essayist, dichter en toneelschrijver Hans Magnus Enzensberger in 'De radicale verliezer. Over de psychologie van de zelfmoordterrorist', een uitgebreide, herziene versie van een essay dat hij al tien jaar geleden schreef. Wie zichzelf eenmaal bestempelt als radicale verliezer is nauwelijks meer te stoppen, is hier de boodschap. De destructieve energie zoekt een uitweg. Zelfvernietiging is niet genoeg. Hij (het is bijna altijd een man) wil vernietiging. Enzensberger haalt Freud aan: de fanatici verkiezen een einde vol verschrikking boven een - reële of imaginaire - verschrikking zonder einde.

De analyse van de (zelf-)haat bij terroristen die de schrijver maakt, is een scherpe. Ook Enzensberger laat weinig ruimte voor nuance en relativering. Islamisten willen niet onderhandelen, stelt hij. Troost moeten we zien te putten uit het feit dat hun wensen en doelen volstrekt onhaalbaar zijn. Ondertussen moeten we maar wennen aan een permanent aanwezig risico, vindt de auteur. Verkeersongelukken liggen ook voortdurend op de loer.

Frank Westerman: Een woord een woord. De Bezige Bij; 286 blz. euro 19,90

Amos Oz: Hoe genees je een fanaticus.

Vert. Patty Adelaar. De Bezige Bij; 64 blz. euro 7,99

Hans Magnus Enzensberger: De radicale verliezer. Over de psychologie van een zelfmoordterrorist.

Herzien en uitgebreid. Vert. Gerda Meijerink en Gerrit Bussink. Cossee; 104 blz. euro 9,95

Treinkaping bij de Punt in 1977.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden