Het wonder van de poppenkast

Servaes Nelissen speelt voor het eerst in een poppenkast. In een portret van zijn vader, de handpoppenspeler, en zijn eigen geschiedenis. Over traditie en ironie, geploeter en de magie van de pop.

Hij kon je driftig tegen de schenen schoppen, als je niet snel genoeg reageerde. Daar hebben al zijn assistenten blauwe plekken aan overgehouden. Met zijn handen in de poppen - en zijn stem figuurlijk ook - was dat natuurlijk wel mijn vaders enige middel om iets duidelijk te maken."

Servaes Nelissen (1959), theatermaker en poppenspeler, kreeg het vak met de paplepel ingegoten. Zijn vader Jan Nelissen (1918-1987) geldt als de nestor van het handpoppenspel. Hij paarde puur vakmanschap aan een geweldig theatergevoel en een enorm improvisatietalent. Als kind is Servaes talloze malen mee op stap geweest, zag alle voorstellingen tig keer en leerde de verschillende poppen zó op de schouder van zijn vader te leggen, dat deze er moeiteloos met zijn hand in kon schieten.

"Toen ik klein was wilde ik absoluut poppenspeler worden. Ik had een enorme bewondering voor alles wat mijn vader deed en kon. Toen ik puber was, begon ik ook de worsteling te zien, het eeuwige gevecht om erkenning, het harde werken voor een karige verdienste. Ik kan beter beeldhouwer worden, dacht ik toen. Maar op de Rijksacademie boterde het niet. Eén docent liet me elke dag weer afbreken wat ik de dag ervoor had gemaakt.

"Ik ben heel lang een zorgenkind geweest. Na de teleurstelling van de Rijks ben ik her en der gaan klussen, soms decors helpen bouwen en schilderen. Een beetje vaag, doelloos en onbevredigend. Tot Theo Terra, zelf assistent bij mijn vader geweest, me vroeg met hem te komen samenwerken. Opeens viel alles op zijn plek. Mijn vader vond het heel erg leuk. 'Je moet wel meteen rijlessen nemen', zei hij, 'want je kan Theo niet aldoor alleen laten rijden'."

Etaleur

"Hij heeft onze eerste voorstelling nog gezien. Vanuit zijn rolstoel - hij had al een hartaanval en een beroerte gehad - aan de zijkant in het theater. Toen we het jaar daarop, in 1988, de Hans Snoekprijs voor 'Zwanedons' kregen, zei mijn moeder: 'Net te laat. Had hij dat nog maar meegemaakt'."

"Met het idee om een voorstelling over mijn vader te maken speelde ik al veel langer. Pas toen mijn moeder stierf, twee jaar geleden, begon ik er echt serieus over na te denken. Bij het maken van 'Mijn vader was poppenspeler' ben ik me heel bewust geworden van het toeval. Dat mijn vader overleed in hetzelfde jaar dat ik begon. Dat wij allebei pas op ons zevenentwintigste met dit vak begonnen. Bij mijn vader kwam de oorlog ertussen. Hij was eerst etaleur en heeft in Duitsland een paar jaar in een werkkamp gezeten voor hij in Maastricht met Het Kleine Wereldtoneel begon."

"Mijn vader was een romanticus, een traditionalist. Met Kerst deed hij voor de pauze steevast 'Het meisje met de zwavelstokjes' en daar moest ik altijd weer om huilen. Zelf ben ik meer van de ironie en het cynisme. Zo zeg ik in deze voorstelling over mijn vader: 'Ik heb hem expres heel klein gemaakt, want in een andere voorstelling had ik een levensgrote oma en daar werd ik compleet door weggespeeld. Dat laat ik me niet nog 's gebeuren'."

"Het mooist vond ik de scènes waarin niks te zien was. Dat je de pop een keldertrap zag afdalen en alleen hoorde wat hij daar uitspookte. Mijn vader was heel ruimtegevoelig en erg goed met geluid. Een echte ambachtsman. Hij kon altijd het wonder van de poppenkast laten gebeuren. Zelfs toen hij als Sinterklaas in een schoolklas zijn sinterklaaspop meenam. 'Niet doen pa', zei ik nog, maar wat gebeurt? De kinderen praatten juist tegen de pop en pakten diens houten handje. Inmiddels werd het poppenspel experimenteler en mijn vader zag ontwikkelingen waar hij niet in mee kon. Daar is hij later wel zuur van geworden."

Illusie creëren

"Ik ben erg gevormd door Kas & de Wolf, Nieuw West, Werkteater, Gebr. Flint. Nooit een vierde wand, maar alles heel open. Ik wil de illusie creëren, dat iets ter plekke ontstaat, vanuit liefst een rommelig decor. Nu heb ik à la mijn vader een echte, heel nette poppenkast, een reconstructie van zijn reiskast. Mijn broers Huib en Maarten hebben dat gebouwd.

"Ik ben de jongste van zeven kinderen. 'Mijn vader was Poppenspeler' is ook een portret van dat geploeter, het gebrek aan geld, het borreltje dat pa nooit liet staan, terwijl mijn moeder alle kleertjes maakte en voor eten zorgde. Ook voor de altijd welkome gasten en logees. Die reuring mis ik weleens."

"Veel mensen denken, dat handpoppenspel gesneden koek is voor mij. Mooi niet. Het is mijn eerste keer en zwaar werk, zo boven je hoofd. Ik krijg soms echt last van verzuring in mijn armen. Tegelijk gaat mijn steeds grotere hang naar poppenspel in feite gelijk op met de toenemende digitalisering op toneel. Ik heb een hekel aan camera's daar. Dus, al grijp ik terug naar iets ouderwets, voor mij is dit heel vernieuwend."

Servaes heeft het wel in zijn vingers. Zodra hij het sterk gelijkende popje op zijn hand zet, komt zijn vader tot leven. Het kan hemzelf verrassen: "Pas op een try-out raakte ik ontroerd bij de afscheidsscène. Idioot toch. Sta ik dat zelf zo boven mijn hoofd te spelen, krijg ik tranen in de ogen."

'Mijn vader was poppenspeler' is nog te zien t/m 21-5. Première 4-4 Toneelschuur Haarlem. Info: www.allesvoordekunsten.nl, www.servaesnelissen.nl

Geestelijk vader van Pietje Grijpgraag

Jan Nelissen was de grootste handpoppenspeler van Nederland. Hij begon zijn carrière na de oorlog in Maastricht. Zijn politieke poppenkast werd zo populair en gevreesd, dat de clerus hem er ten slotte het leven onmogelijk maakte. In 1966 werd hij oprichter, directeur en vaste bespeler van het Amstelveens Poppentheater. Hij had een uitgebreid repertoire voor kinderen (veel sprookjes) en volwassenen. Heks Bel Janet en Pietje Grijpgraag waren zijn meest bekende poppen.

Servaes Nelissen is een gevierd theatermaker en begenadigd poppenspeler, zowel bij anderen (Firma Rieks Swarte, Orkater) als in eigen producties. Na 'Zwanedons' viel hij nog meermalen in de prijzen. In 2011 kreeg hij de Gouden Krekel voor de Meest Indrukwekkende Podiumprestatie (in 'Lang zal die Wezen', Beumer & Drost). Indrukwekkende solo's (met poppen): 'Herberts aquarium', 'Kom maar bij het vrouwtje', 'Op dagen van scherp licht', 'De Broekophouder'. "Tragisch, maar ook oergeestig", schreef Trouw.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden