Het wonder van de natuur op doek

Het werk van kunstenaar Wim van Assen is van grote kwaliteit, maar pas nu, op 77-jarige leeftijd, houdt hij zijn eerste expositie. Hij geeft zijn werk slechts aarzelend prijs en is blij dat hij nooit ’in de barre en boze wereld van de beroepskunstenaars’ is terechtgekomen.

Het hele ’huus’ staat op z’n kop, had Wim van Assen al gezegd door de telefoon. Uit alle hoeken en gaten zijn schilderijen, tekeningen en linoleumsneden weggehaald voor de tentoonstelling. En zelf zijn ze ook helemaal van slag. Of Trouw dus alsjeblieft niet voor twaalf uur wil langskomen. Kunnen ze even rustig op gang komen met hun ’ochtendrituelen’.

Al jaren leest Wim van Assen z’n vrouw Riet rond koffietijd voor, eerst uit de Bijbel en daarna ligt er nog een roman. Later op de dag vertalen ze samen Engelse gedichten. Dat vinden ze een goede oefening om hun Engelse woordenschat te vergroten. Ze hebben die taal nooit geleerd. En binnenkort komt de Amerikaanse vriendin van hun oudste zoon weer een paar dagen logeren. „Je wilt toch een beetje met elkaar kunnen praten. Zij een paar woorden Nederlands, wij een paar woorden Engels. En de rest met handen en voeten.”

Het zijn hectische dagen voor Wim van Assen en zijn echtgenote. Er bellen zomaar wildvreemde mensen aan bij de voormalige bakkerswoning aan de IJssel in Hattem, waar hij al zijn hele leven woont. Ze willen hem spreken of zijn atelier bekijken. Hij schiet in de lach: „Mijn atelier? Nou, dat is een groot woord, dat zal ik je zo laten zien.” Ook kwam er een vrouw met twee cakes langs, zelf gebakken, en de vraag of ze een foto van hem mocht nemen. Die cake wordt nu in dikke plakken geserveerd bij de koffie. „Neem er alsjeblieft nog één, anders krijgen we het nooit op”, zegt Riet van Assen.

Het is een gekkenhuis, maar Wim van Assen had het niet willen missen. Op 77-jarige leeftijd heeft de Hattemer, die vrijwel autodidact is en zijn hele leven in stilte en afzondering werkte, zijn eerste expositie. In het Voermanmuseum in zijn woonplaats hangen zijn uitbundige kleurige aquarellen van wolken, schepen en planten, zijn olieverfschilderijen van de IJssel en het landschap bij Hattem en zijn levendige linoleumsneden. Sommige werken zijn al meer dan een halve eeuw oud en werden dik onder het stof uit zijn huis gehaald. Want aan verkopen doet Wim van Assen niet. Alles wat hij maakt, wil hij bij zich houden.

Vaak genoeg werd hij benaderd door galeriehouders. „Maar die denken alleen maar aan verkopen.” Een expositie in een museum was voor hem ook een hele stap, maar leek hem een stuk veiliger. Al gaat hij daar nu toch aan twijfelen. „Ik krijg steeds vragen van mensen of ze iets mogen kopen. Al die druk die dat op je legt, dat is niet goed. Tenminste niet voor mij, ik moet in alle rust kunnen schilderen.”

Het levensverhaal van Wim van Assen is als dat van velen van zijn generatiegenoten. Een leven van soberheid en hard werken. Zijn vader had een bakkerij en Wim moest als enig kind al jong meehelpen. Na de ulo kwam hij vast bij zijn vader werken met het vooruitzicht dat hij later de bakkerij zou voortzetten.

„Diep in mijn hart wist ik dat ik dat niet wilde, omdat ik volstrekt niet zakelijk ben. Onder mijn leiding zou de goedlopende bakkerij kelderen. Van jongs af aan wilde ik kunstenaar worden. Maar dat zat er niet in. Kunst was voor de rijken. Met kunst maken kon je geen bestaan opbouwen. Toch heb ik me wel eens afgevraagd waarom ik dat nooit doorgedrukt heb. Ik had ook kunnen weggaan en mijn eigen pad kiezen. Maar daarvoor heb ik niet de power. Het heeft ook jaren geduurd voordat ik mijn vader durfde te vertellen dat ik de bakkerij niet wilde voortzetten. Je kunt je wel voorstellen wat een klap dat geweest is voor die man. Ook in het dorp werd er over gepraat. Daar heb ik veel last van gehad. Dat heeft er ook toe bijgedragen dat ik mijn schilderijen altijd verborgen heb gehouden. Ik wilde niet opvallen.”

Toen hij als kind naar de lagere school liep, stopte Wim van Assen altijd even bij de etalage van drukkerij Schipper, waar werk van de kunstenaar Jan Voerman (zie kader) hing. „Ik herkende het IJssellandschap dat hij schilderde en de wolkenluchten waar ik altijd naar keek. Ik vond het prachtig en thuis probeerde ik het na te maken. Door Voerman ben ik gaan tekenen en schilderen.”

Tijdens het rondbrengen van brood leerde hij veel mensen kennen, onder wie ook kunstliefhebbers die ervoor zorgden dat hij schilderles kreeg. Ook haalde hij zijn lo-akte tekenen. Tijdens het broodventen maakte hij snelle schetsen die hij thuis uitwerkte tot schilderijen. Op zondag fietste hij naar Giethoorn voor schilderlessen bij Piet Zwiers. „Toch heb ik geen slechte tijd gehad in de bakkerij. Met mijn vader kon ik het goed vinden. En in de bakkerij kon ik mijn creativiteit kwijt in het maken van gebakjes en taarten.” Met kleurige composities van vruchten en ’lekkere dikke verfklodders slagroom’, maakte hij daar de mooiste ’schilderijtjes’ van.

Na zijn jaren in de bakkerij vond Wim van Assen in 1969 werk aan de lopende band in de verffabriek van Talens in Apeldoorn. Hij voelde zich thuis tussen de tubetjes verf en de mensen die daar werkten: „Allemaal mislukte figuren met andere ambities, net als deze mislukte bakker die liever kunstenaar was geworden.” Na 22 jaar moest hij om gezondheidsredenen stoppen met werken en sindsdien probeert hij al schilderend de tijd in te halen die hij eerder niet kon benutten.

Nu hangt zijn werk in het museum. Conservator Alice van Zaal van het Voermanmuseum had nog nooit van hem gehoord, maar zag een aquarel van zijn hand in Den Haag, toen ze daar een bruikleen kwam ophalen. Het schilderij hing in het huis van Wietse van den Noort, voormalig restaurator van het Haags Gemeentemuseum. Samen met zijn broer Jan, oud-conservator van het Gemeentemuseum, volgt Wietse al jaren de schilderkunstige ontwikkeling van Van Assen, die ze kennen uit hun jeugd, toen ze nog in Kampen woonden. Volgens Wietse van den Noort is Van Assen veel te bescheiden over zijn werk.

„Het is van bovenregionaal belang. Van Assen is ook veel vrijer dan Jan Voerman ooit is geweest.” Conservator Van Zaal was zo enthousiast over de aquarel dat ze Van Assen vroeg of ze al zijn werk mocht komen bekijken. Wim van Assen: „Dat die conservator mij moest ontdekken in Den Haag, dat is toch een besturing van bovenaf? Je kunt het toeval noemen, maar er gebeuren zoveel dingen in je leven waar je niet uitkomt. Ik zie het als een wonder.”

Vaak wordt hem nu gevraagd of hij geen spijt heeft dat hij niet veel eerder naar buiten getreden is met zijn schilderijen. Maar achteraf ziet hij er juist een ’besturing’ in dat hij nooit in de ’barre en boze wereld van de beroepskunstenaars’ terecht is gekomen. „Je kunt wel veel talent hebben, je moet ook zakelijk zijn om je daarin staande te houden. Ik zou totaal ondergedompeld zijn geraakt in die wereld, is het niet, Riet?” Riet van Assen knikt. „Wim is meer een gevoelsmens.”

En dan zal hij nu zijn ’atelier’ laten zien. Het is de ruimte achterin de woning, waar vroeger de bakkerijmachines stonden. Tussen de wasmachine en andere huishoudelijke apparaten maakt Wim van Assen zijn schilderijen. Maar vaak zit hij ook aan de keukentafel te werken. Daar ontstaan prachtige aquarellen van de kamerplanten in de vensterbank, waarmee Riet van Assen altijd aan het ’rommelen’ is. „En verduld, nu hangt haar christusdoorn in het museum.”

Op weg naar het Voermanmuseum wijst Van Assen de plekken aan die hem inspireerden maar in de loop der jaren soms onherkenbaar zijn veranderd. „Het is er hier niet altijd mooier op geworden”, constateert hij. Maar gelukkig heeft de mens niks te vertellen over het water in de IJssel en de wolkenluchten daarboven, waarop hij nooit uitgekeken en uitgeschilderd zal raken.

In het museum kijkt hij met een mengeling van verbazing en bewondering naar zijn eigen werk. „Dat ík dat allemaal heb gemaakt.” Eindelijk eerherstel voor de mislukte bakkerszoon? Van Assen schudt zijn hoofd. „Nee, dat me dit allemaal overkomt, ervaar ik eerder als een wonder.” Vooral zijn kleurrijke aquarellen met exotische lichteffecten springen eruit. Hij wijst naar een aquarel van een punter in het riet bij Giethoorn. „Toen ik dat schilderde, dacht ik eraan hoe het zou zijn om op een mooie zomerdag in dat bootje te zitten, doodse stilte om je heen, verder alleen wat hopen hooi en struweel. Dan gaat mijn fantasie met me op hol en dan krijg je dit. Het wonder van de natuur, als je dat in je schilderij kunt krijgen, dan heb je geluk.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden