Het WK altijd in Duitsland, heb je geen gedonder

Een Afrika Cup is geen WK, had KNVB-directeur Henk Kesler al gezegd en op de Podiumpagina van deze krant schreef de cultureel antropoloog Arnold Pannenborg dat ook nog eens. Dan is er weinig reden om het nog te betwijfelen.

Voor zo’n aanslag als die op de spelersbus van Togo, in de woelige grensstreek van Angola, hoeven we straks bij het WK niet bang te zijn. Dat wil ik nog wel geloven, in de politiestaat die Zuid-Afrika ruim een maand lang zal zijn.

Toch zat er een verschil in de bezwerende teksten. Kesler vond het eigenlijk maar overdreven om meteen weer te zeuren over de veiligheid in Zuid-Afrika. Pannenborg stelde dat het vragen om problemen was geweest, de commerciële keuze voor het olierijke, maar vooral chaotische Angola als gastland voor de Afrika Cup. Maar Zuid-Afrika is óók ’om de verkeerde redenen gekozen’ en ’het dagelijkse geweld is er van een buitensporig niveau’.

Bij de wetenschapper proef je de scepsis over barmhartige verhalen dat hier weer een land de gelegenheid wordt geboden om zich te ontplooien –los nog van de banale optelsom dat het niet méér is dan een wederdienst van Fifa-voorzitter Blatter voor de vele Afrikaanse stemmen die hij de achterliggende jaren heeft kunnen kopen dan wel ronselen. De schrijnende contrasten in Zuid-Afrika tussen (heel) rijk en (heel) arm zullen door het WK niet worden weggenomen, eerder nog worden verscherpt. En van wat er straks moet gebeuren met het grote, gloednieuwe stadion in Kaapstad –om er maar één te noemen– heeft niemand een flauw benul.

In Japan zijn stadions afgebroken, na het WK 2002. Sloeg nergens op, dat toernooi in wezensvreemde contreien –en van een boost voor de Japanse voetbalcultuur is ook niets gebleken. De Japanner Honda van VVV kon overal heen, als je de verhalen mocht geloven, maar CSKA Moskou had de miljoenen nog niet op tafel gelegd of hij was al verdwenen naar de verscholen toendra’s. Zó is het, acht jaar na een vergeten WK, gesteld met de Japanse voetbalcultuur.

Ik zou het wel weten: het WK elke vier jaar in Duitsland. Behoedzaam, weinig avontuurlijk en de handen van reislustige collega’s krijg je er niet mee op elkaar, maar de organisatie zit gegarandeerd geramd, verzin een communistische verdeelsleutel om de revenuen mondiaal te verspreiden –en je bent af van alle gedonder, of angst daarvoor.

Niet haalbaar natuurlijk, zeker niet in de geest van de 21ste eeuw, waarin onderhand iedereen zijn kunstje maar moet kunnen tonen, of dat nu een goed idee lijkt of niet. Tijdens de traditionele kerstborrel van Oranje maakten we kennis met de Nederlandse ambassadeur in Zuid-Afrika, Rob de Vos. Het enthousiasme spatte van hem af. Als niet-kenner van de mores in die kringen weet ik niet of een ambassadeur gebonden is elk project in zijn gastland desnoods geblinddoekt te steunen. Maar als dat zo is, hebben we in Zuid-Afrika een goeie.

Trots overhandigde hij ons het Oranje Boekje: tips voor de supporters onder het motto ’Geniet, maar pas op!’ Dat zoiets kennelijk nodig is zegt al veel, probeerde ik nog bij de ambassadeur, maar ik had niet het idee dat hij dat begreep.

Deze week het Oranje Boekje toch eens doorgelezen. Al in het begin waarschuwt de ambassade dat die ’je niet uit de gevangenis kan halen’. Gelieve er ook rekening mee te houden dat de politie in Zuid-Afrika gewend is eerder het vuurwapen te gebruiken dan die in Nederland. Winkel alleen in goed beveiligde shopping malls. Op bijna de laatste pagina: ’Op straat lopen om te winkelen is niet gebruikelijk en wordt, zeker in de binnenstad van de grote steden, afgeraden’.

Dan mag het niet snugger zijn om in Noord-Angola de bus te pakken, maar zó groot is het verschil plots niet meer.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden