Opinie

Het Witte Huis als realityshow

Beeld anp

De wereld als voorstelling met hemzelf in de hoofdrol: de man in het Witte Huis bleek in 2017 écht dezelfde als die van de verkiezingscampagne, schrijft columnist Stevo Akkerman.

Eerst sla je nog steil achterover van de vulgariteiten, beledigingen, leugens, provocaties, schimpscheuten en scheldpartijen. Daarna, als ze je niet meer verrassen, beperk je je tot een licht hoofdschudden. Uiteindelijk ben je er zo aan gewend dat je je schouders ophaalt. Het zal wel, het is de president van Amerika maar. En zo verdween Donald Trump dit jaar langzaam maar zeker uit beeld als column-onderwerp.

Aanvankelijk wond ik me nog graag over hem op, ook omdat er stemmen opgingen om de president te zien als een weliswaar ongeleid, maar toch vooral onschuldig projectiel. Maar toen na verloop van tijd bleek dat de man in het Witte Huis echt dezelfde was als die van de verkiezingscampagne, viel er weinig meer aan de feiten toe te voegen. Ik schreef mijn laatste column over hem na de neo-nazimanifestatie in Charlottesville, waar Trump veel 'prima mensen' ontwaarde. Dat was half augustus. Collega-columnist James Kennedy was een paar weken daarvoor al afgehaakt. "De aandacht voor Trump als kwaadaardige clown leidt af van de werkelijke problemen in Amerika," schreef hij.

Het werd ook te gemakkelijk. Als zelfs de Nederlandse ambassade in Washington zich openlijk tegen de president keert, valt er voor een columnist geen eer meer aan te behalen. 'Facts still matter', liet de ambassade weten, en daar valt natuurlijk niets tegen in te brengen, behalve dat het misschien wel helemaal niet klopt. Doen feiten er nog toe? Zeer de vraag. Je bent geneigd te denken dat Trump ontmaskerd wordt als hij een filmpje uit Nederland verspreidt waarop te zien zou zijn hoe 'een moslim-immigrant' een jongen op krukken molesteert, en vervolgens blijkt - dat was ook de boodschap van de ambassade - dat het helemaal geen moslim-immigrant is. Tot je je realiseert dat dit voor de Trump-aanhangers niets betekent. De Nederlandse ambassade weerspreekt de lezing van de president? Dat brengt hen heus niet aan het twijfelen, als ze het überhaupt te horen krijgen.

De woordvoerster van het Witte Huis had gelijk. Het maakt niet uit of het filmpje echt is, zei ze. Het gaat om de dreiging, en die is echt genoeg. Ze had niet gelijk omdat het zo is, maar omdat het zo werkt.

Feiten

In het Witte Huis zit een man die geen belang hecht aan de betrouwbaarheid of onbetrouwbaarheid van informatie, noteerde The New York Times deze maand in een lang stuk over de dagelijkse routine van de president, waarvoor de krant sprak met zestig bronnen. "In bijna alle interviews zetten onze gesprekspartners vraagtekens bij de capaciteit of de bereidheid van Mr. Trump om onbetrouwbare informatie te onderscheiden van de waarheid," aldus de Times. De president blijft bijvoorbeeld zo halsstarrig vasthouden aan het idee dat hij meer stemmen won dan Hillary Clinton (zij kreeg er 65.844.952, hij 62.979.879) dat niet valt uit te sluiten dat hij dat werkelijk gelooft.

Voor de buitenwereld - laten we zeggen: iedereen buiten de Trump-bubble - is dit een groot probleem. Als er geen overeenstemming meer is over de manier waarop feiten kunnen worden vastgesteld, dan valt ieder debat over de interpretatie en consequentie van die feiten dood. Wat kan het Congres inbrengen tegen de 'alternatieve feiten' van de president, wat moet de Nederlandse ambassade doen om hem tot rectificatie te bewegen, wat is de rol van de pers als elke onthulling kan worden afgedaan als ook maar een mening? Natuurlijk valt er op filosofisch niveau een gesprek te voeren over het begrip 'waarheid', en is het goed je bewust te zijn van ieders gekleurde perspectief op de werkelijkheid, maar de regels van de logica hebben wel hun nut, en leugens bestaan. De hoofdredacteur van de Pittsburgh Post-Gazette, David Shribmandec, beschreef onlangs hoe zijn krant sinds het aantreden van Trump voortdurend wordt weggezet als 'fake news' en hoe dat lokale politici in staat stelt alle kritische verslaggeving eenvoudig van tafel te vegen. Hij voegde eraan toe dat de aanvallen van Trump de pers ook dwingen tot zelfonderzoek: zijn we nog wel bezig met de basisopdracht van het vak, het verzamelen van feiten en die zonder angst presenteren? Zelf heeft Shribmandec zich gezet aan het schrijven van een boek onder de titel 'A short history of the truth', in het midden latend of het gaat om een kort boek of een korte geschiedenis.

Partijgrenzen

Dat de waarheid het zo lastig heeft gekregen, is niet verwonderlijk voor wie bedenkt dat de Amerikaanse politiek al sinds enkele decennia een vorm van 'oorlogsvoering' is geworden. Dat is geen uitvinding van Trump, maar van de Republikeinse stokebrand Newt Gingrich, die in de jaren negentig een rigoureus einde maakte aan de traditie van inhoudelijke bondgenootschappen over partijgrenzen heen. Het eerste slachtoffer in een oorlog is de waarheid, zo luidt het gezegde, en in politieke vorm beleven we daarvan nu de climax. Maar de kanonnen waren eerder al van stal gehaald, zoals toen de Tea Party een leugencampagne lanceerde tegen Barack Obama; hij zou niet in de VS zijn geboren en dus geen president mogen zijn. "Hij is een moslim, hij is geen christen", zei Tea Party-activist Laurie Roth. "We zien een socialist-communist in het Witte Huis, die doet alsof hij Amerikaan is." Donald Trump zou deze mythe later tot grote proporties opblazen, als eerste etappe in zijn mars naar de macht.

Het idee dat politiek een vorm van oorlog is met andere middelen, maakt niet alleen de weg vrij voor het slopen van het begrip waarheid, het vernietigt ook alle respect voor de verschillende democratische instituties. Die zijn gebouwd om tegenwicht te bieden aan elkaar, en tegenwicht is wel het laatste wat je kunt gebruiken als je bent verwikkeld in een strijd op leven en dood.

Vandaar dat soms heel Washington op slot gaat; elk compromis is verdacht, dan liever de lucht in. Zelfs politieke partijen, die toch behoorlijk oorlogszuchtig kunnen zijn, verliezen in dit strijdgewoel terrein, zo betogen Steven Levitsky en Daniel Ziblatt in een recent artikel in The New Republic, waar ik ook de verwijzingen naar Gingrich en de Tea Party aan ontleen.

Voorheen functioneerden de Amerikaanse partijen als filters; kandidaten werden gewogen voordat ze de politieke arena in mochten. Wie te heethoofdig, demagogisch of extreem was, kwam niet door de ballotage. Formeel is dat nog steeds zo, maar sinds er sprake is van open voorverkiezingen kunnen talentvolle volksmenners hun slag slaan - zie hoe de onroerendgoed-tycoon Donald Trump, die als ongelikte tv-persoonlijkheid had bewezen garant te staan voor enorme amusementwaarde, de Republikeinse nominatie kaapte. Hij bracht stadions in vervoering door alle grenzen te buiten te gaan ('Lock her up!') en de tandenknarsende partijbonzen hadden het nakijken. Tegen de aantrekkingskracht van zo'n celebrity stonden ze met lege handen.

Entertainer

Macht als product van roem, dat is Trump, en die roem zou hij niet bereikt hebben als de media - televisie voorop - zijn oorlogsretoriek niet met zoveel graagte hadden aangegrepen om kijkers en dus adverteerders te winnen. Man slaat wild om zich heen, komt dat zien, komt dat zien! Wat over de rand viel was waarheidsvinding, gedachtenwisseling, debat en ideeënstrijd. Het gevolg is dat Trump zijn rol als entertainer nu voortzet vanuit het Witte Huis; de politiek, nee de hele wereld, is voor hem een voorstelling met zichzelf in de hoofdrol en anderen, zoals 'Little rocket man' uit Pyongyang, in bijrollen.

De werkelijkheid is een realityshow geworden en wat vroeger burgers waren, is nu publiek. Misschien zit er nog eens een column in.

Meer lezen van Stevo Akkerman? Bekijk ons dossier

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden