Het Wilhelmus: pittiger tempo of andere tekst?

Nog nooit opende of sloot een van de twaalf Festivals Oude Muziek met het 'Wilhelmus', ook al verschijnen er hoge dames en heren, tot de minister van cultuur toe, en vergeleek de secretaris van de organisatie, De Ruiter, het festival met een athletiekwedstrijd.

Als er een volkslied met recht gespeeld zou kunnen worden op een internationaal festival met oude muziek als voorwerp van genieting en vergelijking, dan wel het Nederlandse: het is in zichzelf oude muziek op oude tekst, van ongeveer 1570. Nederland kan er zelfs op wijzen het enige land te zijn met zo'n monument, want wat er in onze buurlanden de harten sneller doet kloppen, is van hooguit eind achttiende eeuw, maar vaker stammend uit de nationalistisch gekleurde negentiende.

Alleen Engeland kan met het 'God save the King/Queen terugwijzen op de tweede helft van de zeventiende eeuw, toen het naar alle waarschijnlijkheid door Purcell werd geschreven als huldebetoon aan koning James II. Maar pas vanaf midden achttiende eeuw klonk het vaker.

Wat deed mij in het Festival nou aan het 'Wilhelmus' denken?

We werden overgoten met Monteverdi en zijn tijdgenoten. De cultuur van Italiaanse liefdesgedichten en madrigalen kende ook een vertakking naar de Nederlanden. P. C. Hooft voorop, hielden dichters en componisten zich er mee bezig. Niet Monteverdi werd benut, maar Gastoldi, maker van populairder liedjes. Hooft schreef op een van diens melodieen: 'O vermaeckelijck smaeckelijck soentjen'.

Ik miste in het Festival een goed opgezet concert met juist deze Nederlandse varianten op een internationaal verspreide cultuur. Men kan zelfs zeventiende eeuwse teksten op Monteverdi zingen.'Volgend jaar is het Tesselschade-jaar', sprak Louis Peter Grijp toen wij opliepen naar een volgend madrigalenconcert. Die troost van een kenner van de liedkunst rond 1600, wekte associaties op met Roemer Visscher, met de Nederlanden uit die tijd. Met het 'Wilhelmus' ook.

Dat zat nog in het achterhoofd als herinnering aan een plotseling weer eens opgelaaide discussie over de al dan niet voldoende kennis van het 'Wilhelmus' bij de Nederlanders in het algemeen en bij de jeugd in het bijzonder.'De waarde van het nationaal gevoel' bruiste even door de kranten van juli. Het leren zingen van het 'Wilhelmus' werd als hoog doel voor het onderwijs gesteld. Merkwaardig genoeg bekommerde geen artikel zich over het feit dat zingen op school iets met muziekles te maken heeft en dat muzieklessen op basisscholen met een lantaarntje moeten worden gezocht.

Zou het Festival Oude Muziek iets kunnen bijdragen aan de kennis en populariteit van ons volkslied, dacht ik een beetje cynisch. Is het niet een hoog doel van de oude-muziekbeweging om partituren en teksten naar de oorspronkelijke bedoelingen en in de geeigende expressie tot leven te brengen? Zou daar een prikkel van kunnen komen om het gezapige tempo waarmee doorgaans het 'Wilhelmus' wordt gespeeld, te doorbroken? Ik herinnerde me dat Franois Mitterand als kersverse president van Frankrijk besliste dat de 'Marseillaise' pittiger gespeeld diende te worden, in de geest van het lied en zijn nieuwe bewind. Of de Fransen sindsdien beter meezingen, weet ik niet.

Ons volkslied is in oorsprong geen waardig kerkgezang, maar een overwinningslied, geschreven in Chartres. Of pikte de liedmaker een bestaand populair melodietje? Hij bezong de geslaagde verdediging van Chartres in 1568 door de katholieke, verdedigers van de stad onder De Guise tegen de aanvallende protestantse oppositie onder Conde. Het moet een aansprekend wijsje zijn geweest, want in 1574 stond het in een liedboekje, uitgegeven in Antwerpen (met een Godlovende tekst). Hoe de tekst van het 'Wilhelmus' eronder kwam, is een onopgelost raadsel. De melodie diende ook andere propaganda voor Oranje zoals 'Ras seventhien Provincien stelt u nu op de voet'.

Het was me bijgebleven van een concert door Camerata Trajectina over Willem van Oranje. Daar klonk die oorspronkelijke melodie heel wat sneller, pittiger. Zou dat niet een stimulans moeten zijn voor de uitvoering van het 'Wilhelmus' nu?

Men hoeft niet vol sentiment te wijzen op Valerius die dat lied wat versierde in zijn 'Gedenckklank'. Dat boek vond nauwelijks verspreiding bij publicatie in 1626 en werd pas in de negentiende eeuw in de toen groeiende sfeer van nationaal bewustzijn 'ontdekt', waarna in 1898 het 'Wilhelmus' tot nationale hymne werd verheven. Het verving het volk en vaderland verheerlijkende 'Wien Neerlands bloed door d'aderen vloeit' van tekstdichter Tollens en componist Wilms. Het 'Wilhelmus' ging men zingen met romantisch gevoel en in sfeer van een psalm. Zie je wel: toch een taak voor het Festival Oude Muziek.

Maar de tekst. Kunnen we daar, al of niet op hoger tempo, de twintigste eeuw mee in? Hoeveel uitleg vergt dat en op welke basisschool gaat de geschiedenisles zo diep? Willem Wilmink gaat het proberen in een boek dat in het najaar verschijnt bij Van Goor. Of dient er toch een andere tekst gedicht worden?. Huub Oosterhuis deed al een waardige stap met zijn 'Wij die met eigen ogen de aarde zien verscheurd, maar wreed en onmeedogend ontkennen wat gebeurt'. Zijn tekst is meer naar de geest van onze tijd; Oosterhuis blijft bovendien in het spoor van 'Die Tyrannie verdrijven/Die my mijn hert doorwondt' als hij in zijn tweede couplet laat zingen: 'Dat wij toch nooit erkennen het recht van vuur en zwaard'.

Of dat bij interland-sportwedstrijden of tentoonstellingen moet worden gezongen, is een andere zaak. Het 'Wilhelmus' past daar netzomin. Dan spelen we alleen de melodie: pittig.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden