Het wilgenroosje zie je vooral in de winter

Aan de einden van de kale takken van wilgen, het meest van schiet- en cricketbatwilgen, maar ook wel van geoorde, grauwe en kruipwilgen, zijn nu zwarte propjes te zien: wilgenroosjes. Verwar de naam niet met die van de gelijkmatige plant! Door zijn vorm en de zichtbaarheid in de winter is het wilgenroosje van de galmug Rabdophaga rosaria een van de bekendste gallen. De ongesteelde en verbrede bladeren zitten dicht op elkaar en vormen een platte rozet. Naar binnen toe worden de bladeren steeds kleiner. De gal is in juni al te herkennen en dan nog groen. De prikkel tot galvorming gaat uit van de larve en duurt tot deze volgroeid is of de gal voortijdig heeft verlaten. Het galweefsel is voornamelijk opgebouwd uit sterk vergrote cellen. De larve is in staat de wanden van die cellen op te lossen en voedt zich met het vrijkomende sap.

Het wilgenroosje van Rabdophaga rosaria heeft een centrale kamer met maar één larve, die in de larvekamer overwintert. De mug vliegt in het voorjaar.

Verschillende Rabdophaga-soorten zijn zo nauw verwant dat ze bijna gelijke gallen op wilgen veroorzaken. Zo wordt de rozetgal van Rabdophaga heterobia ook op wilgen gevonden, maar de rozetten zijn meestal wat kleiner en hebben meer kamers met larven. Ze komen hoofdzakelijk voor op amandelwilgen. Dat geeft genoeg houvast voor een waterdichte determinatie.

Daarentegen verwekt Rabdophaga salicis spoelvormige gallen op de takken van breedbladige wilgen, zoals de grauwe, de geoorde, de kruip- en de boswilg. Zulke gallen zitten ook nogal eens op de middennerf van bladeren van geoorde wilgen. Daar kun je je niet in vergissen.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden