Het westers marxisme ondermijnde taoïsme

Sinoloog Kristofer Schipper vertaalde een van de belangrijkste teksten van het taoïsme in het Nederlands. Het onbegrip van het Westen voor het Chinese denken blijft hem frapperen.

Geen kans laat Chinakenner Kristofer Schipper (1934) onbenut om het Westen te laten delen in de rijkdom van de Chinese cultuur, en andersom de Chinezen de rijkdom van de westerse cultuur mee te geven. In Fuzhou heeft hij een bibliotheek vol westerse boeken voor Chinezen. Voor westerlingen heeft hij net de eerste Nederlandse vertaling afgerond van de Geschriften van Zhuang Zi, een van de belangrijkste teksten van het taoïsme.

De Bibliotheek van de Westerse Belvedère in Fuzhou bestaat sinds 2001 en bevat inmiddels 25.000 titels op het gebied van literatuur, (kunst-) geschiedenis en filosofie in het Engels, Duits, Frans, Nederlands, Fries en andere westerse talen. Maar het instituut dat de emeritus hoogleraar sinologie van de ücole Pratique des Hautes ütudes in Parijs en van de Universiteit Leiden na zijn pensionering oprichtte, samen met zijn Chinese vrouw Yuan Bingling, is ’als een fles in de zee’, zegt Schipper.

Hij is vanwege het verschijnen van de vertaling van de Volledige Geschriften van Zhuang Zi even terug in Nederland. „We zijn thuis in China, we zijn er zelfs beroemd. Maar niet veel mensen komen de bibliotheek bezoeken. De tijd dat Chinese intellectuelen zaten te smachten naar de bronnen van de westerse cultuur is voorbij.” In Fuzhou geeft hij ook les in vakken als Frans, Duits, wereld- en kunstgeschiedenis. „Maar het aantal studenten is klein, de functie is meer symbolisch. Al komen er wel geregeld bezoekers van andere universiteiten kijken hoe het er bij ons toegaat”.

Toch denkt Schipper dat het belangrijk is dat er in China zoiets bestaat. Dat het de oude handelsstad Fuzhou is geworden neemt hij voor lief. „Ik heb ook gesprekken gevoerd met toonaangevende universiteiten in Peking en Shanghai, maar kreeg er geen poot aan de grond. Weliswaar is China liberaler geworden, maar de oude wetten zijn vaak nog van kracht. Westerse boeken bezitten en aanschaffen ligt officieel nog altijd wat gevoelig. Er is dus wat intellectuele moed voor nodig om zo’n westerse bibliotheek een echte kans te geven. De toonaangevende technische universiteit van Fuzhou durfde het aan; die zat erom te springen de letterenafdeling uit te breiden. Ze hadden een flink budget, mijn vrouw en ik kregen er de vrije hand. Toen de bibliotheek er eenmaal was, kregen we de nationale vriendschapsmedaille en daarna een permanente verblijfsvergunning”. Hij haalt het document, dat maar zelden aan buitenlanders wordt verstrekt, uit zijn portemonnee.

De in een hervormd domineesgezin in de buurt van Edam opgegroeide Schipper bestudeert het taoïsme al bijna vijftig jaar. In Taiwan liet hij zich tot taoïstisch meester opleiden, hij is de enige westerling die zich tao-meester mag noemen.

„Het is een bijzonder belangrijk boek, dat de cultuur van het gehele Verre Oosten heeft beïnvloed”, zegt hij over de Volledige Geschriften van Zhuang Zi. Toen in 1993 het aanbod van de Universiteit van Leiden kwam voor een hoogleraarstoel, was dat tegelijkertijd een kans om dit boek in het Nederlands te vertalen.”

Uniek is dit boek onder meer, zo schrijft hij in zijn inleiding, omdat in de teksten nergens „aanwijzingen te vinden zijn van politieke doeleinden of van een vorstelijk mecenaat, anders dan om er de gek mee te steken.” Het was immers de gewoonte in China dat de machthebbers het (laten) schrijven van teksten nadrukkelijk koppelden aan pogingen meer politieke macht te verwerven. Ook de filosofische scholen hadden vaak een politieke rol. Het confucianisme, de leer die de navolgers van de filosoof Confucius (551-479 vChr.) ontwikkelden, paste beter in het straatje van de Chinese keizers dan de vrije manier van denken van de taoïsten.

Het confucianisme met zijn nadruk op orde en het tonen van respect aan meerderen, ontwikkelde zich tot staatsideologie. Vrijwel alle officiële geschiedschrijving in China was bij uitstek confucianistisch. Alleen in een aantal perioden waarin het Chinese keizerrijk ophield te bestaan en China uiteenviel in verschillende staten, kon ’de vrije cultuurwereld enigszins herleven’, schrijft Schipper. Hij steekt niet onder stoelen of banken dat hij weinig opheeft met de ’stijve leer’ van het confucianisme. „Het confucianisme is vaak sterk fundamentalistisch. Het is in dat opzicht te vergelijken met bepaalde gereformeerde kerken die we in Nederland kennen.”

Ondanks alle tegenwerking ’is en blijft’ het taoïsme volgens Schipper de grote godsdienst van China. Al kreeg het taoïsme, evenals het confucianisme, in de vorige eeuw flink te duchten van wat Schipper noemt ’een westers exportproduct’: het marxisme. „Die leer komt van ons. Het marxisme ligt dicht bij het protestantse christendom. Ik kom zelf uit een familie van christen-socialisten. Die zagen destijds veel in de Chinese revolutie.”

„Maar het taoïsme in China is wel tamelijk onzichtbaar geworden”, vervolgt hij. „Het denken zit hooguit nog in een hoekje van het brein. Chinese kinderen krijgen twee soorten opvoeding. De ene is de opvoeding thuis, meestal door de grootouders. Die vertellen de verhalen uit de Chinese traditie, over yin en yang, goed en slecht eten en allerlei andere traditioneel Chinese onderwerpen. Aan de andere kant is er de op westerse leest geschoeide ideologische opvoeding op school, en die is erg dominant”.

„Er is de laatste tijd wel een zekere ideologische leegte in China, en dat ziet de overheid ook. De communistische ideeën zijn minder gangbaar, maar wat breng je daarvoor in de plaats? Hoe ver wil je gaan met het herstel van de democratische organisaties van de oude Chinese samenleving? Natuurlijk hadden de oude taoïstische tempelorganisaties hun nut, maar die hadden wel gekozen leiders. Hoe ver wil je gaan met de rehabilitatie van de oude mentaliteit? Dat zijn vragen waar de overheid nu voor staat.”

In China is de Staat altijd de laatste autoriteit op het gebied van godsdienst geweest. „De kritiek luidt wel dat er geen vrijheid van godsdienst is, maar dat is niet juist. Elke godsdienst is voor de overheid gelijk en aan dezelfde wetten onderhevig. Dat heeft grote voordelen. Het leidt tot onderlinge tolerantie en saamhorigheid. En heeft gemaakt dat er, historisch gezien, in China meer religieuze vrede heerst dan bij ons. Nog steeds is het in China geen probleem als mensen binnen één familie verschillende geloven aanhangen. In een Nederlands gezin is het huis vaak te klein als iemand zich tot de islam bekeert.”

Het nadeel van het Chinese systeem is dat het voor nieuwe bewegingen niet makkelijk is meteen een rechtspositie en officiële erkenning te verwerven. „Toch was er tot in de jaren negentig ook voor nieuwe stromingen een grote tolerantie. De Falun Gong-beweging heeft het voor alle andere bewegingen verprutst. Iedereen weet dat je niet zomaar op het Tiananmenplein mag gaan demonstreren, maar Falun Gong-aanhangers deden dat toch. Ze creëerden een sfeer waarin mensen bereid waren uit fanatisme zelfmoord te plegen. Vandaar dat de Chinese regering de Falun Gong-beweging totaal verbood. Wij westerlingen zijn vaak slecht gewapend tegen sekten, zoals Al-Kaida. Maar je zou nu toch voor veel landen in de wereld wensen dat er op het gebied van godsdienst een soort hoogste politieke instantie bestaat die het laatste woord heeft.”

Het onbegrip van het Westen voor het Chinese denken blijft Schipper frapperen. Bijvoorbeeld de gedachte dat we met het sturen van handelsmissies en veel geld richting China op den duur weer geld zouden kunnen verdienen. „De Chinese en westerse expansie zijn zeer verschillend. De westerse is gegrondvest in het kapitaal. Op school lazen we al Julius Caesars ’De bello gallico’ over hoe je een gebied moet veroveren: door er heel veel geld in te steken en er veel soldaten heen te sturen. Maar onze traditionele manier van expansie werkt niet altijd goed in China. Chinezen voelen die vaak als agressie.

De Chinese expansie komt al sinds meer dan 2000 jaar van onderop. Het is de expansie van de arme sloeber, de verstekelingen die, eenmaal aangekomen, een kleine negotie beginnen. Als het ze goed gaat, sturen ze hun kinderen naar een goede opleiding en binnen een paar generaties zijn deze mensen dan rijk. De Chinese expansie volgt het voorbeeld van de boeddhistische bedelmonnik, die met zijn bedelnap op pad gaat en dan een klooster sticht. Als het er eenmaal is, trekt hij weer verder. Mensen hebben het soms over de Chinese diaspora en dan refereren ze aan al die Chinese restaurants over de hele wereld. Maar het woord ’diaspora’ verwijst naar een groep mensen zonder land. De Chinezen in het buitenland onderhouden in tegendeel een zeer hechte band met hun land en hun familieleden aldaar. Dát is de Chinese expansie, maar wij herkennen die vaak niet.”

Zhuang Zi, de Volledige Geschriften, het grote klassieke boek van het taoïsme, vertaald en toegelicht door Kristofer Schipper; Uitgeverij Augustus, ISBN 9789045700854, 439 pg., euro39,90.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden