Het Westen zal het moeten doen

Het was de zoveelste keer dat Moammar Kadafi de show stal op een top van de Arabische Liga. Daar in Doha in 2009 beschimpte hij de Saoedische koning als 'een Brits product en bondgenoot van de VS'.

Toen de gastheer, de emir van Katar, de boel probeerde te sussen, ontstak Kadafi in woede: ¿Ik ben een wereldleider, de nestor van de Arabische leiders, de koning der koningen van Afrika en de imam van de moslims. Met mijn status verlaag ik mij niet tot een minder niveau.¿

Wat zou de Arabische Liga, de club van 22 Arabische landen, zijn zonder het Palestijns vraagstuk en zonder Kadafi? De Palestijnse zaak was lange tijd zo'n beetje de enige waarover de Arabische leiders - verbaal - eensgezindheid konden uitstralen. En Kadafi was altijd goed voor tumult, met zijn theatrale optreden en vaak pijnlijke, rake opmerkingen. Zo stak hij de draak met een voorstel voor een gezamenlijk nucleair programma: ¿Hoe kunnen we dat doen? We haten elkaar, onze veiligheidsdiensten bespioneren elkaar. We zijn onze eigen vijand. Ons bloed en onze taal mogen dezelfde zijn, maar er is niets dat ons verenigt.¿

Misschien zijn de Arabische leiders dan toch ook verenigd in hun afkeer van de Libische 'gek', zoals wijlen de Egyptische president Sadat hem ooit betitelde.

Zoet moet vorige maand de wraak van Saoedi-Arabië zijn geweest toen de Arabische Liga besloot Libië te schorsen en de wereld opriep tot een vliegverbod. Datzelfde Saoedi-Arabië stuurt troepen naar Bahrein om daar de hervormingsdrang te smoren maar pretendeert tegelijkertijd de Libische opstandelingen te helpen.

De oproep van de Arabische Liga aan de leden van de Veiligheidsraad om een vliegverbod voor Libië in te stellen telt vele bodems. De tekst was al een kunstwerk: het verzoek ging gepaard met de voorwaarde dat er geen buitenlandse inmenging in Libië mocht plaatsvinden.

Het besluit van de Arabische Liga lijkt vooral ingegeven door de afkeer van de man die hen jarenlang heeft bespot. Maar diezelfde Arabische leiders hebben ook te vrezen voor de uitstraling van een succesvolle Libische revolutie, en al helemaal voor buitenlandse inmenging in een Arabisch land om die revolte te doen slagen.

Washington was aanvankelijk gekant tegen een vliegverbod, uit vrees dat Arabische woede daarover zich tegen de VS zou richten. Maar Obama en Clinton gingen naar eigen zeggen om door de Arabische oproep, en zetten nu de Arabische landen voor het blok.

Die moeten hun steentje bijdragen, staat in de tekst van de donderdagavond aanvaarde resolutie van de Veiligheidsraad. Daarmee zou het vliegverbod niet een Westerse onderneming zijn, maar een die door de Arabische landen wordt gedragen.

Die moeten nu hun engagement tonen. De Emiraten en Katar zouden vliegtuigen moeten leveren. Of ze daartoe bereid zijn, moet nog blijken: diezelfde landen steunen het neerslaan van de opstandelingen in Bahrein. Net als grote broer Saoedi-Arabië, zijn ze kwaad op Obama omdat die Moebarak liet vallen.

Iets dichterbij zou Jordanië bases beschikbaar kunnen stellen. De Egyptische bijdrage kan nog het meest tastbaar zijn, omdat het zijn afweergeschut kan inzetten.

Volgens de Wall Street Journal zou Egypte al in alle stilte de Libische opstandelingen voorzien van geweren en pistolen. Tegelijkertijd liet het Egyptische ministerie van buitenlandse zaken formeel weten niet van plan te zijn 'aan enige militaire interventie mee te doen'.

De conclusie lijkt dan ook dat de uitvoering van resolutie 1973 een Westerse aangelegenheid wordt, met hooguit symbolische dan wel stille steun van een als altijd verdeelde Arabische wereld.

Wat doet de Arabische Liga?

De Arabische Liga begon in 1945 als een club van zes landen: Egypte, Irak, (Trans-)Jordanië, Libanon, Saoedi-Arabië en Syrië. Nu zijn 22 landen met een totale bevolking van 320 miljoen aangesloten. Het doel is coördinatie van politieke, economische en sociale programma's en bemiddeling bij conflicten tussen de leden onderling en met derde partijen. Ieder lid heeft één stem maar besluiten zijn niet bindend voor staten die niet hebben meegestemd. Ten tijde van de oprichting vielen veel landen nog onder Brits of Frans bestuur, en speelde de bevrijding van de koloniale bezetter een belangrijke rol. De eerste grote activiteit was een 'gezamenlijke' aanval op de net uitgeroepen staat Israël. Het mislukken daarvan leidde in 1950 onder meer tot een wederzijds defensieverdrag. Tot eind jaren zeventig Egypte, de leider van de Arabische wereld, vrede sloot met Israël was de Liga verenigd in de strijd tegen dat land. Egypte werd geroyeerd en pas in 1989 zijn de banden hersteld. In de jaren negentig waren er geen bijeenkomsten, vanwege de ruzie tussen Irak en Koeweit. De benoeming in 2001 van de Egyptische diplomaat Amr Moessa tot secretaris-generaal bracht leven in de brouwerij. Hij wil president van Egypte worden.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden