Het wereldsucces van Nijntje

Welke Nederlanders hebben zo'n grote invloed gehad op de twintigste eeuw, dat na hen de wereld niet meer dezelfde was? Beroemd, berucht of onderschat, wie veroorzaakte een wending in onze levenswijze, markeerde een doorbraak in ons denken? Met het eind van de eeuw in zicht blikt Podium iedere dinsdag terug op invloedrijke landgenoten in de afgelopen honderd jaar.

op een dag kreeg nijn een brief

een brief van haar vriendin

of nijn bij haar logeren kwam

nou.....nijntje had wel zin

Dit versje herinneren weinigen zich. Maar wie direct in het hoofd opkomt is Nijn. Dick Bruna heeft een personage gecreëerd, dat voor iemand die na 1963 geboren is niet meer uit zijn of haar kindertijd is weg te denken.

Tachtig miljoen exemplaren verkocht, in meer dan vijfendertig talen (Chinees, Fries, zelfs Welsh): Dick Bruna heeft een manier van verbeelden die blijkbaar kinderen over de hele wereld aanspreekt. Bij hem is een konijn in één oogopslag een konijn. Hij beheerst als geen ander de kunst van het weglaten. Ook al is het abstract wat hij doet, door de heldere egale kleurvlakkken, het ontbreken van perspectief, met dikke contouren in minimale vormen tekent hij wat hij om zich heen ziet. Zoals de wereldberoemde Nijn, in 1955 ontstaan naar een pluche konijn, vast kameraadje van zijn zoontje. Het duurde tot 1963 voordat Nijn zo gevormd was dat zij voor altijd Nijn is - de spil in Bruna's werk.

Dick Bruna is op 23 augustus 1927 in Utrecht geboren in een uitgeversfamilie. Als kind tekende hij graag en wist hij dat hij daar zijn vak van zou willen maken. Maar zijn vader wilde zich door hem laten opvolgen in de uitgeverij. Hij moest in Londen en Parijs het uitgeversvak leren. Daar kwam hij er al spoedig achter dat hij helemaal geen zakelijk instinct had. Als hij even de tijd had glipte hij het museum in en maakte hij kennis met het werk van kunstenaars als Braque, Picasso, Matisse. Vooral de laatste zou met zijn collages grote invloed op Bruna's werk krijgen. Terug in Nederland wist hij dat hij z'n hart moest volgen en ging hij tekenen en grafisch ontwerpen: geen boeken uit- maar vormgeven. Menige Nederlander heeft ze in de boekenkast (gehad), de Bruna-pockets ('zwarte beertjes'), uitgegeven door Bruna met een heldere grafische omslag van zoon Dick - detectives als Maigret, Havank en de Saint: je kon zonder de titel te lezen al zien dat het om een Maigret ging, doordat diens pijp als een pictogram ging werken.

Toen kwam Bruna's eerste 'eigen' werk, het prentenboek 'De Appel'. Geïnspireerd door collages van Matisse maakte hij gebruik van geknipte eenvoudige vormen die genoeg ruimte overlieten voor de eigen fantasie. Het was het begin van talrijke boekjes (meer dan 90 heeft hij er inmiddels gemaakt), altijd in vierkante vorm en met vast formaat van 15,5 bij 15,5 cm op stevig karton, zodat kinderhandjes het makkelijk kunnen vasthouden.

Het is eerder zijn kijk op de wereld om hem heen die leidde tot boeken maken voor kinderen, dan een bewuste keuze om speciaal voor kinderen te gaan tekenen. In de eerste plaats is hij tekenaar. De tekeningen komen altijd eerst, later schrijft hij de teksten op rijm erbij die - in de lijn van zijn karakter - altijd wensvervullend en kindvriendelijk zijn. Hij heeft zoals hij zelf zegt geen boodschap te melden, maar maakt de boekjes voor z'n plezier. Wel heeft hij - passend bij zijn idealistische betrokkenheid bij de wereld - tekeningen gemaakt voor onder andere Terre des Hommes, het Rode Kruis, Amnesty International, Unicef en voor ziekenhuizen (wandversieringen). Onlangs heeft hij nog voor de FNV een affiche ontworpen tegen kinderarbeid: een jongentje dat blokken in zijn armpjes draagt, een traan biggelend over zijn wang.

Het ziet er zo eenvoudig uit. Maar Bruna is uren bezig om de juiste voorstelling te krijgen. Het is een voortdurend proces van wikken en wegen. Moet het jongentje stenen of houten blokken sjouwen? Een zware hamer? Moeten het twee tranen of een enkele worden? Bruna maakt verschillende schetsen met en zonder. Uiteindelijk wordt het een flinke traan, dat doet volgens hem meer dan een douche vol.

Ondanks de technische ontwikkelingen in de grafische industrie wordt alles nog met de hand getekend, eerst in potlood, daarna met de hand de dikke zwarte contouren. (Als je goed kijkt kun je het bibberige van de hand erin zien). Daarna worden de kleuren bepaald. Hij maakt gebruik van een zeer beperkt aantal, in het begin alleen rood, geel, blauw en groen. Maar omdat er later dieren bijkwamen (zoals prachtig in 'De ark van Noach') voegde hij er bruin en grijs aan toe. Rode olifanten wil hij de kinderen niet aandoen.

Dat zijn werk over de hele wereld populair is heeft waarschijnlijk te maken met de zuivere weergave van de dingen om ons heen. De herkenning van kinderen is niet cultureel bepaald en gaat over taalbarrières heen. Hij heeft een universele taal gecreëerd. Met name in Japan is Bruna waanzinnig populair en niet alleen bij de kleine kinderen, veel tienermeisjes lopen daar graag rond met op hun rugzak een print van Nijntje.

Ondanks zijn wereldsucces kwam de erkenning pas laat. Weliswaar heeft hij prijzen gewonnen met de omslagen van zijn pockets, maar relatief laat kreeg hij prijzen, zoals in 1990 de Gouden Penseel voor 'Boris Beer' en in 1997 de Zilveren Griffel voor 'Lieve oma Pluis'. In 1990 werd hem de D. A. Thiemeprijs voor zijn hele werk toegekend.

Tegenwoordig zijn de tekeningen van Boris en Barbara, Betje Big, Nijntje en Snuffie niet alleen in de boekjes te vinden maar zie je ze terug op tassen, kalenders, borden en bekers. Zorgvuldig bewaakt. Want een nagemaakte Nijn is geen Nijn.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden