Het wegkijken van rechts

Een werkzaam leven besteedde Hans Achterhuis aan utopieën. De Denker des Vaderlands was ooit zelf een linkse utopist met blinde vlekken. Nu ziet hij het gevaar wel, van links én van rechts. "Waarom reageert 'rechts' niet op liberalismekritiek? Omdat rechts het nieuwe links is."

Frits Bolkestein is irritant. Het is niet de VVD-politicus die me ergert; ik ben het vaak met hem eens. Dat is zeker het geval als het gaat om zijn utopiekritiek, die ik zonder meer deel. Mij stoort de denker Bolkestein.

Wanneer hij mijn vakgebied ¿ de wijsbegeerte ¿ betreedt, verwacht ik dat hij beantwoordt aan een aantal simpele criteria, zoals correct citeren en de boeken die je bespreekt, ook lezen. Dat gaat hem niet goed af. Zo noemt Bolkestein in het eerste boek dat ik van hem als denker las, 'Onverwerkt Verleden' (1998), verschillende keren Hannah Arendt. Ik herkende haar ideeën er nauwelijks in; hij kan haar werk onmogelijk goed gelezen hebben, want hij spelde haar naam consequent als de fabrikant van kantoormeubilair: Ahrend. En in zijn beschouwingen over politiek 'Moedwil en onverstand' (2008) citeert hij Karl Marx uit diens 'Das Kapital', hoofdstuk 31 ¿ terwijl dat boek toch echt maar 25 hoofdstukken heeft.

Ik schreef dat ik Bolkesteins utopiekritiek deel, maar dat is niet helemaal juist. Wat me opvalt is dat hij kritiek op de goeroes van zijn eigen liberale overtuiging volstrekt negeert.

Tijdens een radiouitzending riep ik laatst luid dat ik het toen net verschenen boek van de slordige denker Bolkestein niet wilde lezen. Dat heb ik geweten. Als 'linkse intellectueel' zou ik mij ergeren aan of zelfs bang zijn voor de kritiek op mijn eigen slag denkers.

Natuurlijk heb ik het boek inmiddels aangeschaft. 'De intellectuele verleiding' gaat over gevaarlijke ideeën in de politiek, zoals de ondertitel luidt. Het lezen ervan hielp me niet van mijn ergernis af, integendeel. Die bleef alleen maar groeien. Niet zozeer door de akelige missers die erin voorkomen, maar vooral doordat Bolkestein alleen een bepaald soort gevaarlijke ideeën bespreekt: linkse.

Bolkestein hekelt de fellowtravellers van het communisme, zoals Jean Paul Sartre. Maar aan de onbetwiste held van de vrije markt, de Oostenrijker Friedrich von Hayek, wijdt hij geen woord. Terwijl die toch schreef: "We moeten van het bouwen van een vrije samenleving opnieuw een intellectueel avontuur maken, een onderneming vol moed. Wat wij missen is een liberale utopie, een echt liberaal radicalisme. De belangrijkste les die de ware liberaal moet leren van het succes van de socialisten is dat zij de moed hadden om utopisch te zijn, waardoor dagelijks mogelijk wordt wat kort geleden nog een verre droom leek."

De gelukkigste mensen die Sartre zei aangetroffen te hebben in communistisch Moskou, vond Hayek in Chili onder de rechtse militaire dictator Pinochet. In dat land was namelijk de neoliberale blauwdruk verwezenlijkt - maar er waren ook duizenden Chilenen vermoord of spoorloos weggewerkt, en honderdduizenden gevlucht. Hayek, die ooit zijn minachtig had uitgesproken over Lenins beruchte stelling 'dat men geen omelet kan bakken zonder de eieren ervoor te breken', zweeg over de Chileense wandaden. Het hoge utopische doel van een neoliberale revolutie rechtvaardigde kennelijk al deze slachtoffers.

Hayek was ongetwijfeld de beroemdste van een grote schare neoliberale fellow-travellers richting de nieuwe kapitalistische heilstaat.

Hij is zeker de favoriete filosoof van premier Mark Rutte; dat vertelde de VVD-lijsttrekker in een verkiezingsdebat in 2006. Wat mij verbaast is dat Rutte nooit reageert op kritiek op de leermeesters van het hedendaagse liberalisme: Milton Friedman en Friedrich von Hayek.

En op Ayn Rand. Wat ik in de denkbeelden van deze filosofe en romanschrijfster ontdekte, is dat haar mens- en wereldbeeld geen enkele ruimte biedt voor vriendschap. In het grote 'Ayn Rand Lexicon' schittert friendship door afwezigheid.

De in Rusland geboren Rand is vooral bekend in de Verenigde Staten, waar de rechtervleugel van de Republikeinen en de Tea Party het soort compromisloze politiek bedrijven dat zij voorstaat. Maar ook in Europa groeit haar populariteit.

Mark Rutte haalt haar juichend binnen als een authentiek liberale filosoof - hij noemde haar dit jaar nog een 'grote geest'.

Voor PVV-ideoloog Martin Bosma is ze een echte inspirator. De contacten van zijn partijleider Geert Wilders wijzen in dezelfde richting. Diens belangrijkste relatie in de VS, Pamela Geller, heeft een website die 'Atlas Shruggs' heet. Dat is een variatie op de titel van hét boek van Rand, 'Atlas Shrugged' (1957), waarin ze haar utopie van de hebzucht bezingt, het paradijs van het ongebreidelde vrije-markt-kapitalisme. De roman 'Atlas Shrugged' is voor Amerikanen het invloedrijkste boek van de afgelopen eeuw - en Martin Bosma's lievelingslectuur.

In een bespreking van Bolkesteins 'De intellectuele verleiding' las ik dat Ayn Rand er 'om begrijpelijke redenen' niet in werd behandeld. Een van die redenen: ze is de filosofe van een 'bijna maximaal laissez-faire kapitalisme'. Dat klopt, Rand is een onversneden rechtse denker.

En Alan Greenspan is haar belangrijkste discipel, zeg maar gerust: een obsessief bewonderaar. Tot 2006 was hij de president van de Amerikaanse Federal Reserve Bank, waarvan de monetaire politiek de hele wereld raakt. Volgens sommigen was hij een van de veroorzakers van de kredietcrisis, die eigenlijk nogal altijd woedt. In 2008 moest hij voor een commissie van het Amerikaanse Congres verschijnen. Op foto's van die bijeenkomst zie ik een ontstelde man, het ongeloof staat op zijn gezicht te lezen. Hij vertelde over de uiteengespatte kapitalistische utopie dat er "een fout moest zitten in de overtuiging dat de vrije markt zichzelf beter kan reguleren dan enig overheidstoezicht dat zou doen".

Ik zou zeggen dat dat voor Bolkestein voldoende reden had moeten zijn om Rand, door wie Greenspan sterk beïnvloed is en met wie hij nauw samenwerkte aan 'Atlas Shrugged', wél te bespreken.

Minister-president Mark Rutte zei eind september in Leiden tijdens zijn Popperlezing wat zijn ideaal is: "Altijd kritisch zijn. Vragen blijven stellen. Niets voor waar aannemen. Niet proberen theorieën te bewijzen, maar ze te weerleggen."

Daar ben ik het geheel mee eens. Maar waarom dóet Rutte dan niets met kritiek op de 'liberale utopie' (Hayek), de politieke theorie die hij volgt?

De door Rutte bewierookte filosoof Karl Popper (die het najagen van utopiën afwees) verdedigde de 'open samenleving' tegen haar vijanden. Waarom gaat Rutte, of Bolkestein, de confrontatie dan niet aan met mogelijke moderne rechtse vijanden van die open maatschappij?

Van liberale zijde ontmoet mijn boek 'De utopie van de vrije markt', waarin ik die kritiek formuleer, sterke afwijzing, maar een goed debat erover gaan liberalen uit de weg.

In de jaren zestig voerden wij, linkse intellectuelen, alleen in eigen kring discussies; met denkers van rechts gingen we bijna nooit in gesprek. Dat gebeurt nu in spiegelbeeld. De manier waarop linkse welzijnswerkers mijn boek 'De markt van welzijn en geluk' (1981) afserveerden, doet sterk denken aan de ontvangst die 'De utopie van de vrije markt' nu onder liberalen krijgt. Ik zie vergelijkbare kritiekloze vanzelfsprekendheden en blinde vlekken. In dat opzicht is rechts het nieuwe links.

Het is goed om die merkwaardige gedaanteverwisseling eens onder de loep te leggen. Ik doe dat aan de hand van de verschuiving die mijn eigen denken heeft ondergaan, en de manier waarop daar ¿ door links en rechts, door politici en recensenten ¿ op is gereageerd.

In mijn boek 'Filosofen van de derde wereld' uit 1975, waarin ik portretten opnam van onder anderen Mao Zedong en Ernesto Che Guevara, legitimeerde ik hun revolutionaire geweld. Het boek drukte perfect de toenmalige tijdgeest uit.

De ontdekking dat geweld geen simpel middel is om een betere maatschappij tot stand te brengen, maar een eigen zelfstandig fenomeen dat de bedrijvers ervan nooit kunnen beheersen, was het startpunt van mijn onderzoekingen in 'Met alle geweld', dat in 2008 verscheen.

Nelleke Noordervliet prees me omdat ik altijd bereid zou zijn om mijzelf en mijn uitgangspunten ter discussie te stellen en 'terug te komen van een ooit verdedigd idee'. Noordervliet: "De meeste denkers behandelen hun eigen missers als schattige jeugdzonden of blijven draaien om de fout 'goed' te maken."

Veel denkers veranderen gelijk op met de tijdgeest van standpunt zonder dat ze dit zelf in de gaten lijken te hebben. Exemplarisch is de voortdurende kritiek die ik krijg vanwege mijn positieve beschouwingen over Che Guevara en Mao uit 1975. Als uit een repeteergeweer komen de verwijten die mij ondertussen bekend in de oren klinken en vaak afkomstig blijken van mensen die mijn boek vroeger juist de hemel in prezen.

Zo serveerde tijdens een debat in Gent onlangs de Vlaamse neoliberale politicus en hoogleraar Boudewijn Bouckaert mij af met citaten uit dat boek. Maar Bouckaert was, zo vertelden Vlaamse studenten mij later, in de jaren zestig zelf een overtuigd marxist geweest. Uit zijn eigen stukgelezen exemplaar van 'Filosofen van de derde wereld', waar hij nu op strenge toon uit citeerde, bleek impliciet dat hij mijn standpunten destijds had gedeeld. Het debat met hem zou een stuk interessanter zijn geweest als hij zijn eigen overgang van marxisme naar neoliberalisme denkenderwijs zou hebben gethematiseerd.

Ik vind dat een filosoof zich niet alleen kritisch tot de tijdgeest moet verhouden, maar ook tot zijn eigen denken. De opmerkingen van Noordervliet zijn daarom tevens een kritiek op mijn beroepsgroep.

In 2010 heb ik in 'De utopie van de vrije markt' erkend dat ik lange tijd blind ben geweest voor de ideologische kanten van het neoliberalisme, dat als een pragmatische noodzaak -- There is no alternative, luidde de leus van Margaret Thatcher -- werd gepresenteerd.

In een recensie verweet Maartje Somers (NRC) mij dat mijn denken tegen mijzelf in 'iets kokets' had. Dat verwijt heb ik wel meer gehoord. Misschien is een zekere vorm van ijdelheid mij niet vreemd, maar het lijkt me niet terecht dat ik op juist op dit punt van koketterie verdacht word. Volgens mij laat het vooral zien dat het tegen jezelf in durven denken, dat ik als een vanzelfsprekendheid van het filosofische métier beschouw, voor de meerderheid kennelijk een grote uitzondering is.

De neiging om tegen mijn eigen voorkeuren en ideeën in te denken, was ook bepalend voor de twee soorten utopieën die ik heb onderzocht in 'De erfenis van de utopie' (1998): de sociale en de technische utopie. In mijn directe omgeving waren er de nodige aanhangers van beide soorten utopieën en zelf ervoer ik ook de aantrekkingskracht ervan. Wat was er op het eerste gezicht aantrekkelijker dan een samenleving waarin mensen solidair voorzagen in elkaars behoeften of waarin de technologie zorgde voor overvloed en geluk? Maar waarom ontspoorden dit soort paradijzen altijd in de praktijk? Was er soms iets fundamenteel mee mis?

Via een nauwgezette lezing van allereerst de oerteksten van beide soorten utopieën, 'Utopia' van Thomas More en 'Het Nieuwe Atlantis' van Francis Bacon, probeerde ik een antwoord op deze vragen te vinden.

De neoliberale marktutopie die ik toen ook al kende via Ayn Rands 'Atlas Shrugged', heb ik nauwelijks onderzocht in 'De erfenis van de utopie'. Het mensbeeld erachter verwierp ik instinctief. Het bevatte voor mij geen enkele verleiding. Via bestudering van de twee andere utopiesoorten dacht ik liever kritisch na over mijn eigen persoonlijke vragen en blindheden, dan dat ik bevestiging ging zoeken voor mijn afwijzing van de liberale utopie.

Pas toen met de kredietcrisis de gevolgen van die liberale utopie leidden tot een wereldwijde catastrofe - een catastrofe die, laten we ons niet vergissen, nog steeds voortduurt - probeerde ik de verleidingskracht te begrijpen die de liberale benadering voor velen kennelijk nog steeds heeft.

Voor degenen die mij op dit punt van koketterie verdenken, onderstreep ik hier graag dat ik over een aantal belangrijke thema's niet van opvatting veranderd ben, ook al bots ik hierdoor bijna continu met de tijdgeest.

Mijn ideeën over het belang van wat tegenwoordig veelal als de civil society wordt betiteld, zijn vanaf 'De markt van welzijn en geluk' (1979) tot 'De utopie van de vrije markt' (2010) niet wezenlijk gewijzigd. In beide boeken heb ik een pleidooi gehouden voor wat Joseph Stiglitz, winnaar van de Nobelprijs voor Economie, omschrijft als 'het herstel van het evenwicht tussen markt, staat en burgermaatschappij'. In beide boeken heb ik ook gewezen op het feit dat deze verhouding zwaar uit het lood ligt, in de jaren zeventig door het overwicht van de overheid en nu door de bijna exclusieve aandacht voor de markt.

Omdat de tijdgeest sinds de jaren zeventig diametraal is omgeslagen van een voorkeur voor de staat naar een gerichtheid op de markt, kreeg ik niet alleen twee keer van verschillende zijden lof toegezwaaid, maar lag ik ook twee keer van verschillende kanten onder vuur.

'De markt van welzijn en geluk' werd indertijd de hemel in geprezen door liberale politici als Henk Vonhoff, die staatssecretaris van het Ministerie van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk was geweest. Van sociaal-democratische zijde werd daarentegen aanvankelijk alleen maar de vloer aangeveegd met mijn ideeën. Denigrerende artikelen over 'de achterklap van Achterhuis' verschenen in de progressieve welzijnsbladen. En toen ik een lezing zou houden op de radicaal-linkse Sociale Academie De Horst, werd mij door scheldende studenten het spreken lange tijd onmogelijk gemaakt.

De tijden zijn veranderd, mijn ideeën over markt en staat niet. Nu wordt ter linkerzijde van het politieke spectrum 'De utopie van de vrije markt' welwillend besproken en krijg ik de volle laag van de liberalen.

Ik beperk me tot één voorbeeld van dit laatste. In 'Bemind, maar onbekend' bespreekt Edwin van de Haar 'de politieke filosofie van het liberalisme', zoals de ondertitel luidt. Premier Mark Rutte heeft een lovend voorwoord geschreven voor dit boek, waarin hij zegt blij te zijn dat de ideeën van een grote geest als Ayn Rand aandacht krijgen als onderdeel van het liberale gedachtegoed. Rutte blijkt enthousiast te zijn over de studie van Van de Haar en hij belooft 'Bemind, maar onbekend' 'een prominente plaats' in zijn boekenkast te geven.

Deze lof houdt wel in dat er voor 'De utopie van de vrije markt' geen ruimte zal zijn in de boekenkast van onze premier. Van de Haar noemt namelijk mijn boek 'een dieptreurig voorbeeld' van de aanval die 'uit de linkse hoek van het politieke spectrum' op het liberalisme wordt ondernomen. Hij geeft nergens inhoudelijke argumenten, maar probeert mijn boek af te doen met een sweeping statement:

"Door een lange reeks van onjuistheden, halve waarheden en dubieuze interpretaties meent de auteur ten onrechte aan te tonen dat het neoliberalisme de recente kapitaalcrisis heeft veroorzaakt, en daardoor eindelijk door de mand is gevallen."

Dit soort kwalificaties was ik in het verleden van linkse zijde gewend. Toen keek links weg bij kritiek, nu doet rechts dat.

Ik trek me deze diskwalificaties niet meer aan, maar blijf er verbaasd over. Enige argumentatie wordt er namelijk zelden of nooit bij gegeven. Toch lijkt argumentatie mij volstrekt noodzakelijk, juist bij dit soort afrekeningen.

Het schrijven van negatieve boekbesprekingen vond ik altijd moeilijk. Een lovende kritiek kun je kort houden. Maar wanneer ik een boek min of meer de grond in boorde, had ik veel meer ruimte nodig, omdat ik vond dat ik in dat geval uitvoerig en zorgvuldig moest argumenteren.

Hoe het mogelijk is dat Van de Haar na al deze schimpscheuten aan mijn adres geen enkel voorbeeld of argument geeft, maar simpelweg zijn eigen betoog vervolgt, blijft voor mij een raadsel dat even groot is als dat van de linkse studenten die mij liever uitjouwden dan een inhoudelijke discussie aan te gaan.

Hans Achterhuis is filosoof en theoloog. In april 2011 is hij benoemd tot Denker des Vaderlands. Dit is een (bewerkte) voorpublicatie uit zijn boek 'Zonder vrienden geen filosofie' (ISBN 9789047704133, uitgeverij Lemniscaat, 12,50 euro), dat vandaag verschijnt.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden