Review

Het water in, om en onder Amsterdam

Emma van der Wateren

Amsterdammers gebruiken water om van te leven en op te leven. Het heeft hen verdedigd en bedreigd. Ze drinken het en zijn er in verdronken. ’De Watercanon van Amsterdam’ beschrijft de rol die water speelde en speelt in het leven van de bewoners van de hoofdstad

Het boek dat is samengesteld door ’waterdeskundigen’ bespreekt op speelse wijze allerlei aspecten, zoals drinkwater, woonboten, verdrinkingen en de walvisvaart. Bij de verhalen staan veel oude foto’s en prenten. Zo is er een prachtige zwart-witfoto van schaatsers in het Vondelpark in de negentiende eeuw. Dit park is illustratief voor het eeuwige gevecht van Amsterdammers tegen het water.

Het is aangelegd in een poldergebiedje met een drassige veengrond, zo meldt de Watercanon. Als de grond rondom het Vondelpark rond 1870 vier meter wordt opgehoogd tot een halve meter boven zeeniveau om woningbouw mogelijk te maken, stroomt het grondwater daar weg en functioneert het park als put. Door de slappe ondergrond en het gewicht van dat water, komt het park nog lager te liggen. Er moet gedraineerd worden. Na regenbuien staan waterplassen op de grasvelden, zijn paden drassig en krijgen boomwortels weinig zuurstof.

Dat probleem blijft het park ruim een eeuw parten spelen. In 1999 begint een grote renovatie die ruim tien jaar in beslag neemt. Volgens de schrijvers van de Watercanon blijft de diepe ligging van het Vondelpark een punt van zorg.

Ook minder voor de hand liggende onderwerpen worden aangesneden. Zo beschrijft het boek hoe de Amsterdammers na de Tweede Wereldoorlog een nieuwe bron voor olie en vet nodig hadden. „Het land is leeggeroofd, de veestapel verdwenen, de plantaardige vetten en oliën van Nederlands-Indië worden niet meer aangevoerd en Nederland heeft geen geld om de broodnodige grondstoffen voor margarine en zeep in te kopen.” De oplossing: walvis.

Direct na de bevrijding wordt een Amsterdams Comité voor de Walvisindustrie opgericht en op 27 oktober 1946 vertrekt de Willem Barendsz naar het zuiden. „Er wordt vooral gejaagd op de blauwe en gewone vinvis, omdat deze het grootst zijn en het meeste spek en vlees bevatten.” Op de ingewanden na wordt alles van de walvis gebruikt. Het spek voor de traan, het vlees wordt ingevroren en door een Japans vriesschip tegen een goede prijs gekocht, de beenderen worden vermalen tot beendermeel. Van de baleinen uit de bek van vinvis maakt men bezems en ze dienen als grondstof om een soort kunststof van te maken, is in het boek te lezen.

Aan natuur, in en rond het water, besteedt de Watercanon wat minder aandacht. Het korte hoofdstukje ’Flora en fauna’ heeft dan ook de insteek hoe mensen hebben bijgedragen hebben aan natuurlijke elementen in de Amsterdamse grachten, onder meer met floatlands. Dat zijn drijvende eilanden van gaas en hout, met daartussen plantenwortels van moeras- en oeverplanten. De eerste floatlands zijn in 1995 in de grachten aangelegd om dieren en planten een plekje in de stad te geven. Eerst in de Lijnbaansgracht en bij de Bilderdijkkade. „In het voorjaar en de zomer liggen deze floatlands erbij als een groene zee van riet, lisdoddes, gele lis en andere waterplanten. De meerkoeten, waterhoentjes, futen en eenden vinden ze geweldig als nestplek.”

Bij het boek zit een uitneembare plattegrond met twee vaarroutes en vier wandelroutes die langs de meest karakteristieke waterplekken van Amsterdam leiden. Zoals de Haringpakkerstoren. Hier vonden vrouwen die het katholieke geloof hadden afgezworen, de verdrinkingsdood, volgens de Watercanon. De schout gooide ze ’s nachts ingenaaid in zakken vanaf de toren het IJ in.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden