Het was onvermijdelijk: het moorden moest een keer dichtbij komen

Beeld Bram Lammers

De eigenaar van de stamkroeg van correspondent Niels Posthumus werd twee weken geleden doodgeschoten in Johannesburg. Het moest een keer dichtbij komen in een land met vorig jaar 18.673 moorden.

Werner Perchtold zou volgens ooggetuigen hebben uitgeroepen dat hij niet bang was voor de dood, seconden voordat hij in zijn hart en in zijn hoofd werd geschoten. 'Swazi', zoals wij stamgasten hem kenden, zakte in elkaar op de vloer van zijn kroeg. Ook een met hem bevriende journalist overleefde de vermoedelijke roofoveral niet. De twee barvrouwen en de schoonmaakster bleven ongedeerd.

Regelmatig hoor ik door mijn open ramen schoten als ik tot laat aan het werk ben. Ik woon aan de rand van het centrum van Johannesburg. Zuid-Afrika kent uitzonderlijk veel gewelddadige criminaliteit. En al zijn Durban en Kaapstad - afgezien van hun toeristische centra - gevaarlijker, ook Johannesburg heeft zijn dubieuze reputatie niet voor niks.

De bewuste avond was ik uit eten. Ik hoorde pas over de schietpartij toen een vriendin me de volgende ochtend met het nieuws wakker belde. Het moest een keer dichtbij komen, schoot door mijn hoofd.

Want een snelle berekening leert dat in de 4,5 jaar dat ik nu in Zuid-Afrika woon, er ongeveer 75.000 mensen in het land zijn vermoord. Vorig jaar alleen al telde Zuid-Afrika 18.673 moorden. Dat waren er minder dan op het dieptepunt in 1996, toen het land te maken had met ruim 26.000 moorden op een aanzienlijk kleinere bevolking. Maar 18.673 blijft een reusachtig aantal. En het loopt de laatste drie jaren weer op.

Even ter vergelijking: Nederland telde in 2016 slechts 108 moorden. Zelfs als je compenseert voor de drie keer grotere bevolking, blijft de kans om in Zuid-Afrika te worden vermoord 58 groter dan in Nederland. Daar kwamen vorig jaar nog 18.127 mislukte moordpogingen, 182.933 aangiften van fysieke mishandeling, 132.527 gewelddadige berovingen, 250.606 huisinbraken en 14.602 car hijackings bij.

Waslijst aan waarschuwingen

Car hijackings zijn beangstigende overvallen op auto's bij stoplichten, waarbij de bestuurder zijn wagen moet afgeven. Op zich dus niet vreemd dat veel Zuid-Afrikanen wat paranoïde overkomen. Wie in het land overnacht in een bed and breakfast, krijgt bij aankomst meestal direct een waslijst aan waarschuwingen over zich heen van de eigenaar. Daarna volgt een bos van soms wel vijf sleutels, die nodig zijn om alle hekken, deuren en veiligheidspoorten rond het pension te openen en het alarm in en uit te schakelen.

Ondanks de misdaadstatistieken lachte ik mijn eerste twee jaren in Zuid-Afrika vooral een beetje om al deze overbezorgdheid. Zo wilde toch niemand leven? En trouwens, zó erg kon het toch niet zijn?

Dat Swazi niet bang was voor de dood, wist ik. Daar kon niemand omheen. Zijn oudste zoon verwoordde het kernachtig tijdens de herdenkingsdienst: "Mijn vader hield intens van het leven, maar zocht wel graag het randje van de dood op." Hij had het voornamelijk over vroeger. Aan de muren van het herdenkingscentrum hingen krantenknipsels die de 76-jarige Swazi mij jaren geleden al eens trots had laten zien.

Decennia geleden was hij een klassieke avonturier geweest. In 1960 had hij, twintig jaar jong, zijn geboorteland Oostenrijk verlaten en was hij op de bonnefooi naar Egypte vertrokken, om van daar af te zakken naar Zuid-Afrika. In Swaziland verwierf hij zijn grootste faam en bijnaam. Hij groeide er uit tot een gerenommeerd krokodillenjager. In kranten heette hij de 'Crocodile Dundee van Afrika' en een 'Indiana Jones uit het echte leven'.

Ik las in de artikelen onder meer hoe hij eens een half uur in het water had geworsteld met een krokodil die hij vanuit zijn bootje was besprongen. De krokodil bleek 2 meter lang en veel sterker dan Swazi had ingeschat. Niet alleen de kranten, ook de littekens bewezen het verhaal. De kroeg in het centrum van Johannesburg was Swazi's oudedagsvoorziening.

(tekst loopt door onder de afbeelding)

Beeld Bram Lammers

Heldenepos

Het was niet de eerste keer dat hij werd overvallen. Een gat in de tafel waaraan de bejaarde Indiana Jones vaak de krant zat te lezen, herinnerde aan een eerste schietpartij. Een gat in een van de ramen aan de achterzijde aan een tweede. Bij die overval was het Swazi op miraculeuze wijze gelukt de schutter en zijn compagnons, zonder gewond te raken, zijn kroeg uit te vechten. Hij vertelde dat heldenepos graag. Hij wist hoe hij moest vechten. Hij had in het Oostenrijkse én in het Zuid-Afrikaanse leger gediend.

Toch was zelfs Swazi altijd op zijn hoede. Uit persoonlijke interesse interviewde ik hem een paar keer over zijn leven, tijdens gezamenlijke ochtendwandelingen op een stadsheuvel niet ver van zijn kroeg en mijn huis. Ik was gefascineerd door zijn avonturen, al stonden de meeste onderdelen daarvan - jagen, oorlog voeren in Congo en Angola - mij feitelijk nogal tegen.

Tijdens deze wandelingen zag ik dat zelfs als je niet bang bent voor de dood, je in Zuid-Afrika nooit nonchalant kunt zijn. Want ook iets simpels als een stadsheuvel beklimmen is er niet geheel zonder risico. Zo'n heuvel is verlaten. De politie kan er niet snel te hulp schieten. "Vorige week nog is er iemand overvallen, en een paar maanden geleden hebben ze er een wandelaar vermoord", maakte Swazi onze eerste trip nodeloos extra spannend. Ik nam de verhalen niet zo serieus, maar was stiekem toch blij dat Swazi me voorafgaand aan onze tocht een stok in de handen duwde. "Ter verdediging", zei hij.

Misschien dat ik die stok gretig aannam, omdat ik tegen die tijd zelf ook al een misdaadstatistiek was geworden. Twee keer zelfs. En dat had vaker kunnen zijn als ik bij elke beroving aangifte had gedaan. Ik deed dat niet, net zoals veel Zuid-Afrikanen. De treurige realiteit is dat daardoor zelfs de bizar hoge misdaadstatistieken in Zuid-Afrika nog een te rooskleurig beeld schetsen

Vijf berovingen

Vijf keer ben ik overvallen. Steeds zat er ongeveer een jaar tussen. Bij twee berovingen werd ik met de dood bedreigd. Eén keer kreeg ik daadwerkelijk een pistool op mijn hoofd. Langzaamaan begon ik de voorzichtigheid van de Zuid-Afrikanen te begrijpen. Ook ik maakte van oplettendheid een tweede natuur. Ik was mijn nonchalante naïviteit van mijn eerste twee jaren in Zuid-Afrika kwijt. De eerste twee keer werd ik op straat beroofd. Sindsdien loop ik minder ontspannen door Johannesburg: mijn pas is gehaast, ik houd mijn omgeving in de gaten, bellen is uit den boze.

Lees verder: 'Kunnen we met jouw auto naar de plek waar hij gestolen is?' Niels Posthumus vertelt over de dag dat hij overvallen werd.

De derde beroving vond plaats in een huis in Soweto, waar ik een interview deed. Mijn fotograaf en ik werden van achteren besprongen, met pepperspray verblind en in een hoek gedrukt. Er vielen klappen. Ik kreeg te horen dat, als ik mijn autosleutels niet gaf, onze belagers ons zouden vermoorden. Ik ben nu minder relaxed als ik voor verhalen delen van townships in moet die ik niet goed ken.

De vierde beroving vond plaats in Kaapstad, toen ik met een vriendin 's nachts na het uitgaan in het donker naar huis liep. Dat was natuurlijk ook niet verstandig. Ik heb het daarna nooit meer gedaan. Het vijfde incident vond plaats voor een stoplicht. Vanachter mijn auto dook een man op. Toen ik dit vanuit mijn ooghoek opmerkte en me naar het half geopende raam draaide, keek ik recht in de loop van een pistool.

Dat ik mij sinds die dag niet meer volledig veilig voel in mijn auto, merkten Nederlandse vrienden die onlangs op bezoek waren. Zij zagen hoe ik me, wachtend voor een verkeerslicht, wild schrok van een plastic zakje dat vanachter de auto plotseling aan mijn raam voorbij waaide.

Chronisch alert

Dit betekent niet dat ik voortdurend bang ben. Voorzichtigheid kun je betrachten zonder angstig te zijn. Mijn chronische alertheid staat mijn levensgeluk ook niet in de weg. Het blijft leuk om in Zuid-Afrika te wonen. Ik durf nog steeds overal heen, alleen ben ik mij meer bewust van mijn kwetsbaarheid. Hoewel slachtoffer worden van misdaad uiteindelijk toch vooral pech blijft, zelfs in een land met zulke hoge criminaliteitscijfers als Zuid-Afrika.

Veruit de meeste toeristen overkomt niets. Ik heb Zuid-Afrikaanse vrienden die nooit zijn beroofd. Er zijn best wijken die redelijk veilig zijn. En toch, als er nu mensen uit Nederland op bezoek komen, betrap ik mijzelf erop dat ik hen bij aankomst direct enkele waarschuwingen meegeef. Ik ben een paranoïde Zuid-Afrikaan geworden. Op weg naar de herdenkingsdienst voor Swazi kwam ik in mijn appartementencomplex twee vrouwen tegen. Ik had hen niet eerder gezien, maar ze leken er te wonen. Mijn kennelijke buren namen me in de hal van onder tot boven op en vroegen overduidelijk flirtend: "Woon jij hier?" Gecharmeerd antwoordde ik bevestigend. "Alleen?", giechelde een van de twee. Ik knikte. "Waar dan precies?", vroeg de ander. Voordat ik het doorhad, floepte ik mijn huisnummer eruit. Ik nam afscheid en ik liep naar mijn auto.

Maar binnen een paar stappen was van mijn trotse roes, opgewekt door het geflirt, weinig meer over. Want wat als dit een opzetje was? Wat als die twee vrouwen nu samen met een aantal vrienden plannen aan het smeden waren om mijn huis leeg te roven? Hoe had ik zo stom kunnen zijn? Nooit je huisnummer geven! Altijd op je hoede zijn.

Die nacht sliep ik onrustig. Ik droomde dat er iemand in mijn kamer stond en een pistool tegen mijn hoofd zette.

Meeste moorden in Kaapstad

Wie op vakantie gaat in Zuid-Afrika heeft doorgaans geen last van de omvangrijke criminaliteit in het land. De meeste gevaarlijke wijken liggen ver van de plekken waar toeristen zich ophouden. Kaapstad is wat dat betreft het meest extreem. De toeristische stranden en het centrum van de stad zijn zeer veilig, maar aan de andere kant van de Tafelberg bevinden zich de gevaarlijkste townships van het land.

Vooral door de extreme criminaliteit aan die kant van de platte berg is het moordcijfer per 100.000 inwoners in Kaapstad (66) twee keer zo hoog als dat in Johannesburg (32). Kaapstad behoort zelfs tot de tien moorddadigste steden ter wereld. Johannesburg, dat in de jaren negentig de reputatie had de moordhoofdstad van de wereld te zijn, staat tegenwoordig niet meer in die top-10. Wel blijven ook daar bepaalde townships en vooral ook delen van het stadscentrum berucht. Mannen - en dan vooral zwarte Zuid-Afrikanen - hebben de grootste kans te worden vermoord.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden