'Het was mij  weer een  voorrecht!'

Zorgbestuurders krijgen steeds vaker een tijdelijk contract of ze worden als externe kracht ingehuurd. In 2012 had een op de zes zorgbestuurders geen vaste aanstelling. Die ontwikkeling baart deskundigen zorgen.

Het Zwolse Berkumstede, een instelling voor ouderenzorg, is volop bezig met een nieuwbouwproject als de enige bestuurder zich ziek meldt. De raad van toezicht besluit de situatie een paar weken aan te zien. Een jaar eerder was afgesproken dat het management de taken van de bestuurder zou overnemen bij uitval. Dan komt het bericht dat de bestuurder kampt met burn-out. "Voorspeld werd dat hij ongeveer zes maanden uit de running zou zijn", herinnert oud-toezichthouder Louis van Daalen zich de situatie van 2012. "Omdat Berkumstede zich met de nieuwbouw in een hectische fase bevond, zou de druk op het managementteam veel te groot worden."

De toezichthouders realiseren zich dat het tijd is om in te grijpen en dus bellen ze Movimento in Zeist. Dat bureau is gespecialiseerd in interim management in de zorgsector. Na een, volgens Van Daalen, uitvoerig selectieproces wordt via dat bedrijf interim-bestuurder Ed van Cortenberghe ingeschakeld. Aanvankelijk gaat het om een contract voor drie maanden met een optie op verlenging. Omdat de bestuurder langer ziek is en de instelling geconfronteerd wordt met gewijzigd overheidsbeleid, blijft Van Cortenberghe uiteindelijk bijna anderhalf jaar aan Berkumstede verbonden. Na afloop van die periode houdt de instelling op te bestaan als gevolg van een fusie.

Van Cortenberghe was in 2012 zeker niet de enige bestuurder die op tijdelijke basis in de zorg actief was. Uit onderzoek van deze krant blijkt dat het aantal tijdelijke en extern ingehuurde bestuurders in de periode 2008 tot en met 2012 is gegroeid. Hun aandeel in het bestuur steeg van 12 naar 17 procent (grafiek op deze pagina). Een steekproef onder veertig bestuurders, leert dat die trend in 2013 doorzet.

De groei van het aantal externe en tijdelijke bestuurders heeft meerdere oorzaken. Zo nemen raden van toezicht tegenwoordig makkelijker afscheid van falende bestuurders of topfunctionarissen die in opspraak zijn geraakt. In die gevallen is met spoed een externe interimmer nodig. Anderzijds speelt ook schaalvergroting een rol, waarbij de bestuurder in dienst komt bij de topholding. De zorginstellingen die onder die topholding vallen, huren de bestuurder dan in als externe. Ze betalen de holding daarvoor een managementfee.

De ontwikkeling heeft ook te maken met het constant wisselend beleid van overheid en zorgverzekeraars, zeggen betrokkenen. Dit maakt het voor toezichthouders lastig een functieprofiel voor bestuurders op te stellen gericht op de lange termijn. Ze kijken maximaal een of twee jaar vooruit. Dit verklaart bijvoorbeeld de toename van het aantal bestuurders met een tijdelijke aanstelling. Toezichthouders kunnen zo makkelijker afscheid nemen als de situatie wijzigt en er een ander type bestuurder nodig is.

De stijging van het aantal tijdelijke bestuurders, naar bijna 250 op een totaal van zo'n 1500 bestuurders (grafiek op de pagina hiernaast), baart deskundigen zorgen. Ze vrezen voor de bestuurlijke continuïteit als gevolg van het grote aantal bestuurswisselingen. En ze maken zich vooral zorgen over de groei van het aantal externe bestuurders - tevens de groep die de inkomenstop domineert.

Hoogleraar Governance Rienk Goodijk van de Universiteit van Tilburg: "Wat je veel ziet is dat bestuurders in een topholding zich richten op de strategie, terwijl ze minder oog hebben voor interne bedrijfsvoeri ng."

Hij noemt het VU medisch centrum en het Maasstad Ziekenhuis als voorbeeld. In het eerste ziekenhuis moest bestuursvoorzitter Elmer Mulder het veld ruimen vanwege geruzie in de medische staf en het schandaal rond de filmopnamen op de spoedeisende hulp. In het tweede ziekenhuis kostte de falende aanpak van de Klebsiella bacterie bestuurder Paul Smits de kop.

Goodijk: "In beide ziekenhuizen zaten goede strategen in de top. En hoewel het belangrijk is om je bezig te houden met strategische vraagstukken, is het voor bestuurders ook belangrijk om zich te bemoeien met de interne processen."

Bij interim bestuurders spelen nog andere risico's, zegt hoogleraar Interim Management Leo Witvliet van Nyenrode Universiteit. Witvliet onderzocht de karaktertrekken van interim bestuurders: "Daadkracht is dominant. Maar ze zijn slecht in reflectie. Als er onvoldoende tegenmacht is, kunnen ze heldengedrag gaan vertonen. Ik noem dat het Robinson Crusoë-effect. Daarmee kunnen ze de organisatie schade berokkenen."

Dat risico is bij interim bestuurders groter dan bij vaste bestuurders, omdat ze gezien worden als iemand die orde op zaken komt stellen. Witvliet: "Hun eigen sociale integratie in de instelling is van secundair belang. Daarin verschillen ze sterk van vaste bestuurders."

Dat het tijdens interim-klussen niet altijd goed gaat, bewijst ook de casus van het Zwolse Berkumstede. Tijdelijk bestuurder Van Cortenberghe is op zijn Linkedin-pagina enthousiast over de klus: "Wat eerst vervanging 'tijdens ziekte' was, werd uiteindelijk een interessant fusietraject van een jaar. Eindslogan: het ging over 'buren en besturen'. Het was mij weer een voorrecht!"

"Die man denkt dat hij een leuke opdracht heeft gedaan", zegt hoogleraar Witvliet over de jubeltekst. En inderdaad: de fusie tussen Berkumstede en het eveneens Zwolse Driezorg is een succes. Toch heeft de huidige directeur van de fusieorganisatie een nare nasmaak. Precies twee weken voordat beide organisaties fuseerden, plaatste de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) Berkumstede onder verscherpt toezicht. De inspectie was anderhalf jaar eerder met een onderzoek begonnen.

"De situatie was vrij ernstig", zegt bestuurder Wim Rave van Driezorg daarover. "De medicatieveiligheid voldeed niet, onder meer doordat geen actueel medicatieoverzicht werd bijgehouden. Dat is doodzonde nummer één. Daarnaast waren er nog wat problemen. De medewerkers van Berkumstede en wij hebben er na de fusie veel tijd en energie in gestoken om de situatie te verbeteren. Inmiddels is het verscherpt toezicht opgeheven."

De maatregel van de Inspectie kwam voor Rave als een donderklap bij heldere hemel, zegt hij. Volgens hem heeft Van Cortenberghe tijdens de fusiebesprekingen nooit de bezwaren van de IGZ kenbaar gemaakt. "Ik betwijfel of de interim-bestuurder de situatie voldoende in de peiling had."

Uit de documentatie van de IGZ rijst in elk geval het beeld van een interim bestuurder die zich voornamelijk bezig hield met het fusietraject. "Vanuit het bestuur is te weinig sturing en borging om de door de inspectie geëiste verbeteringen door te voeren", schrijft de inspecteur in zijn laatste brief. En in het rapport: "Zaken die geregeld hadden moeten zijn, zijn mede door de aankomende fusie te lang uitgesteld."

Uit een reactie van Van Cortenberghe blijkt inderdaad dat hij zich vooral op de fusie richtte. Hij verwachtte daarmee de problemen bij Berkumstede te kunnen oplossen. De interimmer wijst erop dat Berkumstede met veel meer vraagstukken worstelde dan alleen de medicatieveiligheid. "Belangrijk waren bijvoorbeeld ook het opheffen van de verzorgingshuizen in Nederland, de nieuwbouw, behoud van werkgelegenheid en de financiële positie van de organisatie."

De zorginstelling had te weinig stafmedewerkers om die problemen zelf het hoofd te bieden, meent Van Cortenberghe. "Vergeten wordt dat de fusie ook kwaliteitsbevorderend kon zijn, bijvoorbeeld omdat Driezorg wel de verpleeghuisarts had die wij misten."

Witvliet is van die reactie niet onder de indruk. Hij ziet dit vaker bij interim bestuurders: ze maken de sprong voorwaarts. "Natuurlijk kan het zijn dat de fusie van belang is, maar dan nog zul je ook aandacht moeten besteden aan de werkelijkheid van vandaag, en die werkelijkheid is dat de inspectie problemen constateert."

Witvliet en zijn collega Goodijk roepen raden van toezicht daarom op voldoende tegenmacht te organiseren. Witvliet: "Die functie kan bijvoorbeeld vervuld worden door het bureau via welke je de interim inhuurt." Goodijk: "Daarnaast moet de toezichthouder de werkgeversrol goed invullen. Juist bij tijdelijk bestuurders is het belangrijk om er bovenop te zitten, bijvoorbeeld door binnen de raad van toezicht een commissie te formeren die zich tussentijds op de hoogte houdt."

Louis van Daalen, de toezichthouder van Berkumstede die Van Cortenberghe inhuurde zegt aan die verplichting te hebben voldaan. Zo hield de raad van toezicht functioneringsgesprekken, en toetste ook of de interim bestuurder zich aan de opdracht hield. Daarnaast hielden de toezichthouders contact met Movimento, het bureau dat de interim bestuurder leverde. "De interim heeft ons van het traject van de inspectie op de hoogte gesteld, maar wij hadden niet de indruk dat het op een verscherpt toezicht zou uitdraaien."

Volgens Van Daalen was het ingrijpen van de inspectie veel te hard. "Dat blijkt ook wel, aangezien het verscherpt toezicht een half jaar later al weer was opgeheven. Bij zeer ernstige problemen lukt je dat niet hoor."

Dit artikel kwam tot stand met een bijdrage van het Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten (www.fondsbjp.nl). Met dank aan Geert Braam van de Radboud Universiteit en journalist Jaap Meijers.

Data en methode van onderzoek

Dit artikel is gebaseerd op gegevens die zorginstellingen jaarlijks aanleveren bij CIBG, een uitvoeringsorgaan van het ministerie van VWS. De onderzochte periode is 2008 tot en met 2012. Meer recente gegevens zijn nog niet verwerkt. Meegeteld zijn alle bestuurders met een maandtarief hoger dan drieduizend euro. Onder tijdelijke bestuurders wordt verstaan bestuurders met een contract voor bepaalde tijd, een contract als 'externe', een functie als 'interim' of als 'waarnemer'. Het maandtarief is berekend door de totale bezoldiging minus de werkgeverslasten en eventuele ontslagvergoeding, te delen door het opgegeven aantal maanden dat een bestuurder werkzaam was. Het betreft de loonkosten die de instelling betaalde. Het werkelijke inkomen dat een bestuurder genoot ligt lager. Er werd ook gekeken naar verschillen tussen grote en kleine instellingen (zoals in grafiek 4: gemiddelde maandtarief 2012 nb deze grafiek staat wsch in dagkrant). Daarbij werden instellingen in een groep ingedeeld op basis van hun omzet. Die onderverdeling is gebaseerd op de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen (WNT).

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden