’Het was je reinste kinderslavernij’

Archieffoto uit oktober 1950 van de tien jaar oude tweeling Brian Thomas (l.) en Kevin James Sullivan. De jongens zijn op weg naar de boottrein die hen naar Nieuw-Zeeland zal brengen. ( FOTO AP)Beeld AP

De Australische regering heeft excuses aangeboden voor de onmenselijke behandeling van een half miljoen kinderen in (staats)kindertehuizen. Het wachten is nu op een Brits sorry.

De tranen rolden over zijn wangen, het ingelijste portret van zijn moeder in zijn handen. John Hennessy (72) stond vooraan in Canberra toen de Australische premier Kevin Rudd excuses aanbood voor de behandeling van in totaal 500.000 ’vergeten Australiërs’ – kinderen die tussen 1930 en 1970 in weeshuizen werden geplaatst waar abominabele omstandigheden heersten.

John Hennessy is een van de ongeveer zevenduizend Britse kinderen die na de oorlog op de boot naar Australië werden gezet. „Gedeporteerd”, zegt hij zelf. Als baby van vier weken oud was hij uit de wieg gehaald door priesters. Zijn moeder was een ongetrouwde vrouw en volgens de katholieke kerk was ze niet geschikt om een kind op te voeden.

John belandde in een Brits weeshuis dat door nonnen werd geleid. In 1947, toen hij tien jaar oud was, kwamen er broeders op bezoek. Zij zochten kinderen om naar Australië te gaan. Australië voerde een ’blanke politiek’: Aziaten waren niet welkom. De overheid zocht daarom blanke kinderen voor haar tehuizen. „De broeders vertelden dat kangoeroes ons naar school zouden brengen. Australië was het land van melk en honing. We waren kleine kinderen, wisten wij veel?”

En zo kwam Hennessy in 1947 aan in West-Australië. Hij kwam terecht in kindertehuis Boystown in Bindoon, ten noorden van Perth. Het tehuis werd gerund door fraters van de Christian Brothers. En daar begonnen zeven ’helse jaren’, zegt hij. „Toen we aankwamen, moesten we zelf onze toiletten, slaapzaal en eetzaal bouwen. Het was pure kinderslavernij. We kregen slecht te eten. Ik ben ook seksueel misbruikt. De broeders kwamen ’s nachts naar onze bedden en namen ons mee naar hun slaapkamers. Ze gebruikten ook grof geweld. Ik had op een dag met zes andere jongens druiven geplukt in de tuin. We hadden honger. De volgende dag werd ik bij het ontbijt naar voren geroepen door de overste. Hij sloeg me met zijn wandelstok, die een ijzeren kop had. Daarna kleedde hij me uit en ranselde me af in het bijzijn van de andere jongens. Ik was bijna dood. Hoe kon hij zo gemeen zijn? Ik zag hem als mijn vader. Op dat moment brak mijn hart.”

Hennessy stottert. Het kost hem moeite om zijn verhaal te vertellen. De emoties smoren zijn woorden. „In het tehuis liepen we na aankomst drie dagen lang met tranen in onze ogen rond. Daarna hadden we geen tranen meer over. Het was dankzij de onderlinge kameraadschap dat we niet gek werden. We konden nergens heen. Het tehuis was een gevangenis zonder muren.”

Hennessy slaagde er later in om een redelijk normaal leven als schilder en decorateur op te bouwen. Hij schopte het zelfs tot loco-burgemeester van een stad. Pas na 57 jaar kon hij dankzij de hulp van de organisatie The Child Migrants Trust zijn moeder in Engeland bezoeken. De priesters hadden haar verteld dat haar enig kind was geadopteerd door een keurig Brits gezin.

„Het is moeilijk voor te stellen hoe zij heeft geleden al die tijd. Ze had met de hand op de Bijbel moeten zweren dat ze niets aan anderen zou vertellen over haar kind. Die belofte is ze als goed katholiek nagekomen; zelfs tegen haar echtgenoot heeft ze nooit wat verteld over mij. Ik heb haar slechts zes jaar gekend. Twee jaar geleden is ze overleden.”

Hennessy is blij met het excuus van de Australische regering. Het wachten is nu op een ’sorry’ van de Britse premier Gordon Brown, waarschijnlijk begin volgend jaar (zie inzet). „Ik hoop op een financiële compensatie. Ik ben gepensioneerd en ik kan het me niet veroorloven het graf van mijn moeder in Engeland te bezoeken. De regeringen hebben veel te lang onze problemen genegeerd. Ze schaamden zich voor deze geschiedenis. Wij lijden nog steeds en we zijn op zoek naar gerechtigheid.”

(Trouw)Beeld AP
Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden