'Het was gekmakend werk'

interview | In de serie De Schepping vertellen kunstenaars hoe hun werk tot stand komt. Vandaag: Aad in 't Veld knutselde meer dan twintig jaar de reliëfs van kunstenaar Jan Schoonhoven in elkaar.

Elke 'snipper van Jan' heeft Aad in 't Veld bewaard. Vanaf de eerste dag dat hij ging werken als assistent van kunstenaar Jan Schoonhoven, bewaarde hij alle correspondentie. "Ik vond hem toen al een groot kunstenaar. Ik was trots dat ik voor hem mocht werken."

We zitten in de kleine bovenwoning van Aad in 't Veld (1944) in Delft. Voordat hij 'losbarst' - "Er is zoveel te vertellen over Jan" - zet hij thee. Als ook de mariakaakjes op tafel staan, pakt hij er een dikke map bij en haalt er zijn eerste opdracht uit, gedateerd op 26 mei 1970. 'Beste Aad', schrijft Schoonhoven op het vergeelde stukje papier. En dan volgen de instructies: 'Overplakken met krant tot en met de buitenkant van grijs karton aan de rand van het quadratenveld. Zo dus: ....' gevolgd door een verduidelijkend schetsje. 'Svp lijm zo dik mogelijk plakken, d.w.z. dikke lijm waar niet zo veel water in zit. Dat zal beter zijn om 't kromtrekken van de spaanderplaat te voorkomen. Met groeten, Jan Schoonhoven.'

Aad in 't Veld is de man die meer dan twintig jaar de reliëfs van vierkantjes, recht- en driehoeken van Jan Schoonhoven (1914-1994) in elkaar knutselde. Altijd bleef hij in de schaduw van de kunstenaar. Maar nu er twee tentoonstellingen aan Schoonhoven worden gewijd, in Delft en Schiedam, wil hij vertellen over zijn jaren met Jan. "Ik doe het graag, maar ben dat ook verplicht aan Jan. Hij is wereldberoemd, maar niet hier in Delft, waar hij zijn hele leven heeft gewoond. Het wordt tijd dat hij ook hier het respect krijgt dat hij verdient. Daar werk ik graag aan mee."

Vaak wordt gedacht dat Schoonhoven zelf al zijn reliëfs heeft gemaakt, zegt In 't Veld. "Tegenwoordig restaureer ik ze ook, vooral voor particulieren. Het overkomt me regelmatig dat die verbijsterd zijn als ze horen dat ik ook de maker ben. Ik zeg dan altijd: Jan was de architect, ik de uitvoerder."

Schoonhoven heeft er nooit een geheim van gemaakt dat hij het maken van zijn reliëfs overliet aan assistenten. Eerst deed hij dat nog wel zelf. Toen zijn ster steeg, nadat hij in 1967 de tweede prijs had gewonnen op de Biënnale van São Paulo, kon hij de vraag niet meer bijbenen. Hij moest het allemaal in zijn vrije tijd doen, omdat hij ook nog een baan had bij de PTT.

Waarom gaf hij die niet op om fulltime kunstenaar te worden?

"Dat wilde hij niet. Hij werkte op de centrale afdeling gebouwen van de PTT waar hij de aan- en verkopen van stukken grond moest inventariseren. Elke morgen stapte hij op hetzelfde tijdstip in de trein naar Den Haag. Die structuur had hij nodig. 'Ordnung muss sein', zei hij altijd. Hij sprak graag Duits. Zonder de regelmaat van zijn baan zou het een chaos worden. Jan was een hele systematische man. Op zijn bureau was alles stipt geordend, zelfs het fruit lag op volgorde van bederf, dus eerst de banaan, daarna de peer en dan de appel. Die orde in zijn leven had hij ook nodig om zijn verslaving in toom te houden. Hij dronk bij vlagen veel, maar daar wil ik niet over uitweiden. Dat is niet leuk voor zijn zoon Jaap en kleinzoon Jan."

Eerst waren het vooral studenten van de TU Delft die Schoonhoven hielpen bij het maken van zijn reliëfs. Die haakten vaak snel weer af, omdat ze gingen afstuderen of er geen zin meer in hadden. Met Aad in 't Veld (1944) liep het anders. Hij groeide uit tot de vaste assistent van Schoonhoven en maakte tussen 1970 en 1992 tal van reliëfs. In zijn map bewaart hij 150 schriftelijke opdrachten. Daarnaast kreeg hij ook telefonische bestellingen.

Voordat we verder praten, heeft hij een verzoek. Of we 'prudent' willen omgaan met de informatie die hij geeft.

Wat bedoelt u?

"Ik wil er wel over vertellen, maar niet alle details exact in de krant. Bijvoorbeeld over de precieze hoogte van de wandjes in de reliëfs en andere finesses."

Waarom niet?

"Weet je, Jan is inmiddels zo beroemd dat er tonnen worden betaald voor zijn reliëfs." Hij pakt er de laatste veilingcatalogus van Christie's bij. "Kijk, hier heb je een wit reliëf , dat is een groot formaat, richtprijs 800.000 euro. Die informatie lezen vervalsers ook. Er duiken al vervalsingen op. Als ik in de krant precies ga uitleggen hoe ik te werk ging, maak ik het die lui wel erg gemakkelijk. Soms halen ze me er bij Christie's al bij als ze vermoeden dat het om een vervalsing gaat."

Ziet u meteen of het een echte of een nep-Schoonhoven is?

"Natuurlijk, de meeste zijn slordig en dom gemaakt. Het werk van Jan heeft zulke mooie harmonische verhoudingen. Vervalsingen zijn veel lomper. Of de signatuur is onzeker gezet."

Hoe kwam u bij Schoonhoven terecht?

"Ik had een technische opleiding in de radioelektronica, maar ik fotografeerde ook en was gek op films. Van vriendjes in het kunstcircuit hoorde ik dat Schoonhoven assistenten zocht. Eerst durfde ik niets aan hem te vragen, omdat ik erg tegen hem opkeek. Later heb ik hem op straat aangesproken. Hij wilde het wel met me proberen."

Hoe kreeg u instructies?

"De eerste keer gaf hij me een compleet bouwpakket mee met een beschrijving en schetsjes. Op de spaanplaat had hij al het patroon van hokjes getekend. Verder kreeg ik lijm en plakband mee, voorgesneden grijs karton, bruine ribkarton en witte verf. Een schaar heb je zelf wel, zei hij erbij. En ik moest een stanleymes kopen. Dat heb je goed gedaan, zei hij, toen ik mijn eerste reliëf inleverde."

"De eerste tijd werkte ik hier aan de keukentafel, maar toen ik het steeds drukker kreeg en ook grote reliëfs mocht maken, heb ik een atelier gezocht. Jan bewaarde alles aan karton en papier. Hij was erg zuinig. Na verloop van tijd ging ik ook zelf bij winkels kartonnen dozen halen. Ik had daarvoor speciale adresjes. De televisiedozen van Philips en ook die van Grundig hadden het fijnste ribkarton. Jan woonde naast een schildersbedrijf, daar kreeg hij de witte grondlak van. Later moest ik latex gebruiken, omdat die door de matte uitstraling het licht zo mooi reflecteert. Jan had het altijd over het licht. 'Het licht moet er ook weer uit kunnen', zei hij. Daarom was hij zo secuur met de hoogte van de wandjes."

Deed u ook wel eens suggesties aan Schoonhoven?

"Door mijn inbreng zijn de reliëfs strakker geworden. Eerst werkten we met krantenpapier. We gebruikten De Telegraaf en De Waarheid, dat was het lijfblad van Jan, hij was communist. De kranten scheurde ik aan snippers en daarmee beplakte ik het karton. 'Er moet een huidje overheen', zei Jan. De snippers gaven een wat bobbelig effect, dat vond hij mooi. Maar dat was heel veel werk. Daarom bedacht ik om lange repen papier te gebruiken, dat gaf ook een strakker effect. 'Hé, we zijn het huidje kwijt. Dat is niet romantisch', zei Jan, toen hij het zag. Maar hij kon het toch wel waarderen. Het was ook mijn idee om geen krantenpapier meer te gebruiken, maar onbedrukt papier. Dat scheelt veel latex, zei ik tegen Jan." Met een grijns: "Het was vooral uit luiheid, geen mooie eigenschap."

Had u er wel lol in?

"Ik was altijd trots op het resultaat, maar het was gekmakend werk. Met een reliëf van een meter bij een meter was ik weken bezig. Na een paar uur ging het duizelen, ook door de lijm- en verflucht. Alles moest handmatig van Jan."

Hij imiteert zijn brommerige stem: 'Het mag niet machinaal, de mensen moeten zien dat het handwerk is. Laat het mes maar gaan, doe het wat losser.'

Is het ook echt allemaal handwerk?

"Jan heeft één keer een uitzondering gemaakt. Dat was aan het einde van zijn loopbaan. Het ging om stervormige reliëfs. 'Die Sternen' noemde Jan ze. Daarvoor moest ik zo verschrikkelijk veel driekantjes met het stanleymes snijden, dat ik er tureluurs van werd. Dat hebben we toen laten doen door een kartonnagefabriek." Hij pakt de opdrachtbon erbij, gedateerd 18 september 1990. 'Gelieve driehoekjes aan te maken uit 1,1 mm dik karton, volgens bijgaande tekeningen. 55.700 stuks van 3 x 3 x 3 cm en 3800 stuk van 3 x 1,5 x 2,6 cm.' "Maar ze zijn wel allemaal handmatig geplakt."

Heeft Schoonhoven nooit iets afgekeurd?

"Jawel, maar dat lag nooit aan mij, dan was het een experiment, dat niet goed uitpakte. Jan nam het altijd voor me op, ook als zijn galeriehouder Leo Verboon moeilijk deed over de betaling. Ik was zijn assistent, maar we hadden een vriendschappelijke verhouding. Ik kwam ook bij hem over de vloer op de jazzavondjes die zijn vrouw Anita organiseerde. Het was daar een zoete inval, met thee en jenever, muziek en discussies over kunst."

Wat blijft u vooral bij van hem?

"Hoe hij zich verkneukelde over zijn eigen kunst. Hij was altijd nieuwsgierig hoe het geworden was. En altijd keek hij of het licht er wel uit kon. Ik vind het mooi dat ik nu nog steeds in zijn geest kan handelen bij het restaureren van reliëfs. Ze zijn vaak erg vies. Ik maak ze schoon, maar ik ga niet vertellen hoe. Dat is geheim. Maar ze knappen er erg van op, al is er soms nog een likje latex nodig. Ik hoor Jan dan altijd nog brommen: 'Niet dicht smeren, Aad, de structuur moet zichtbaar blijven'."

Er hangt een poster in de woonkamer van een expositie van Jan Schoonhoven in 1984. Ook bezit Aad in 't Veld een zelfgemaakt proefmodelletje van een detail van een reliëf. En dan is er nog een tekening van Schoonhoven, gesigneerd en wel. In 't Veld schiet in de lach. "Dat is een reproductie. Deze tekening stond op een poster voor een tentoonstelling. Ik had hem uitgeknipt en ingelijst. Jan keek er naar en zei: 'Wat een schatje' en signeerde het."

Hebt u nooit een reliëf cadeau gekregen? Of stiekem een tweede exemplaar gemaakt van een van zijn ontwerpen?

"Nee, ik was braaf en betrouwbaar. Maar ik heb er wel twee gehad. Er was een keer een doos met karton over. Ik had ook nog spaanplaat staan. Jan zei: 'Plak het maar vol.' Dat heb ik gedaan. Ik bepaalde de structuur en het ritme, voor even was ik Jan. Toen hij het zag, zei hij: 'Er zit een mooie beweging in.' En signeerde het. Dat heeft hij later nog een keer gedaan. Ze hebben hier jaren gehangen. Zijn galeriehouder Leo Verboon was erg op de centen en viel er over. Hij zei: 'Dom Jan, dat moet je nooit meer doen.'

Waar zijn ze gebleven?

"Toen ik 65 werd heb ik ze laten veilen. Dat is nu mijn pensioentje naast mijn aow.

Als u ze had bewaard, was u nu rijk geweest.

"Als ik ze nu had verkocht, waren ze het driedubbele waard geweest. Daar staat tegenover dat ik er de afgelopen jaren leuk van heb kunnen leven."

'Kijk, Jan Schoonhoven' in Museum Prinsenhof Delft. 'De werkelijkheid van Jan Schoonhoven' in Stedelijk Museum Schiedam. Beide exposities zijn te zien t/m 14 februari.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden