Het was een waar geploeter

Mensen en hun motieven waren altijd de leidraad voor Henk Wesseling in de grote reeks boeken en artikelen die hij heeft geschreven. Afgelopen week ging deze internationaal bekende historicus met emeritaat. Een gesprek over zijn grote liefde: Frankrijk, en over het kolonialisme, dat zo gek nog niet was. nterview

Het is even wennen voor prof.dr. H. L. Wesseling, die vorige week aan de Universiteit Leiden afscheid heeft genomen als hoogleraar in de algemene geschiedenis. In het fraaie, aan de rand van de Wassenaarse duinen gelegen gebouwencomplex NIAS, (Netherlands Institute for Advanced Study), waar hij sinds 1995 de leiding had, bezet hij nu een kleinere kamer. ,,Ik moet het nu allemaal zelf gaan doen, ik heb geen secretaresse meer.'' Met enige moeite schakelt hij de gsm uit die hij sinds enkele dagen heeft. ,,Nu moet ik lang deze knop indrukken.'' Tot zijn eigen verbazing bemerkt hij dat zijn handeling daadwerkelijk slaagt. ,,Ik moet nu ook leren omgaan met een computer, heb daar les in. Ik zie daar als een berg tegen op. Het is allemaal nieuw voor me. Ik heb zelfs nooit typen geleerd.'' Binnenkort zal Wesseling eigenhandig kunnen ontdekken dat zijn naam op internet via de zoekmachine Google meer dan 400 maal voorkomt.

Henk Wesseling (1937) is een wat ouderwets man, laat dat duidelijk zijn, koestert zich ook graag in dat conservatisme, althans als het om levensstijl gaat. Politiek gezien voelde hij zich tot de PvdA aangetrokken totdat Den Uyl kwam en sinds die tijd ziet hij meer in het CDA, omdat die partij 'fatsoenlijk' regeert. Alle 483 publicaties uit zijn bibliografie: boeken, essays, columns voor NRC Handelsblad enzovoort heeft hij met de hand geschreven. In veel gevallen tikte de secretaresse het dan over. ,,Het was een waar geploeter. Ik schrijf heel snel, maar herschrijf soms wel tien keer.''

Ondanks al die publicaties heeft Wesseling de neiging om zichzelf wat lui te noemen. Hij werkt alleen maar overdag. ,,'s Ochtends heb ik wat moeite met opstaan, lees al veertig jaar lang de krant in bed. En als ik 's avonds thuiskom neem ik eerst twee borrels en daarna bij het eten komt de fles wijn op tafel. Dan doe ik verder weinig, neem wat stukken van de universiteit door, lees wat boeken. Ik kijk weinig tv, wel naar het nieuws als het mogelijk is. En ik zie dolgraag Inspector Morse.''

Wesseling is vooral vermaard geworden door het boek Verdeel en Heers, het standaardwerk over de deling van Afrika, dat in maar liefst zeven talen is vertaald en binnenkort ook in het Pools en Arabisch zal verschijnen. Een nieuw boek staat nu op stapel over Europa's koloniale eeuw. Hij laat de transcripten zien die naar de uitgever of de vertaalster zijn gegaan. Het verschijnt ook in een Engelse versie, waarin het onderdeel over het Britse kolonialisme op verzoek van de Engelsen ontbreekt. De Britten hebben geen behoefte aan een Hollandse zienswijze over hun eigen koloniale verleden. Daar staan de Britse bibliotheken al vol mee.

Henk Wesseling wordt geroemd binnen en buiten Nederland, iets wat hij niet zal hebben verwacht toen hij in 1955 in Leiden met zijn studie begon. ,,Er zat geen bijzonder diepzinnig idee achter om geschiedenis te studeren'', zegt Wesseling. Het was een kwestie van afstrepen na het gymnasium alpha, andere studies vielen gewoon af. Even had hij nog rechten overwogen, maar het werd geschiedenis, omdat deze studie het breedst was. ,,Van huis uit had ik interesse voor de politiek meegekregen. Mijn vader, die in 1947 gestorven is, stapte uit de Katholieke Staatspartij en begon een eigen linkse stroming die ging samenwerken met de SDAP. Mijn moeder heeft veel over hem verteld en ik ben zijn geschriften gaan lezen. Als jongen ging ik in Den Haag de straat op als er verkiezingen waren, ik heb daar romantische herinneringen aan.''

Wesseling hield zich in het eerste deel van zijn studie vooral met theologie en filosofie bezig, mensen als Sartre, De Beauvoir, Heidegger trokken zijn aandacht. Na het kandidaats kwam de geschiedenis zelf. ,,Ik had een vrij beperkte belangstelling, ben nooit verder teruggegaan dan de negentiende en twintigste eeuw, interesseerde me vooral voor West-Europa, Frankrijk in het bijzonder. Pas later kwam de interesse voor de Europese expansie, kolonisatie en dekolonisatie.''

In Leiden was er vooral aandacht voor Azië, in het bijzonder Indonesië. Aan Afrika werd minder aandacht besteed. ,,Zuid-Afrika was natuurlijk een ander verhaal door de historische banden met Nederland. Maar de contacten met Zuid-Afrikanen moesten we bijna verborgen houden. Dat lag politiek zeer gevoelig. Maar je kon die mensen daar toch moeilijk verstoken houden van wetenschap. De weerstand tegen die contacten was heel extreem, heel irrationeel.''

Aanvankelijk hield Wesseling zich niet met het kolonialisme bezig. ,,Ik kwam toevallig in aanraking met een paar schrijvers zoals Charles Péguy, een vrijwel vergeten dichter die in de Eerste Wereldoorlog aan het front stierf. Hij was socialist, werd heel fel nationalistisch, snakte uiteindelijk naar oorlog. Er waren er veel meer zoals hij in die tijd. Dat mensen tegen oorlog zijn is niet zo gek, maar vóór oorlog, dat verbaasde me. Wat voor argumenten hadden ze, waar kwam die omslag vandaan? Ik ben materiaal gaan verzamelen, vooral literatuur, voor een scriptie. Hoogleraar B. W. Schaper raadde me aan er een proefschrift van te maken. Maar ik moest in die tijd ook aan de kost komen en werd leraar in Den Haag en omgeving. Na driëenhalf jaar, het was in 1966, werd ik opgebeld door Schaper die vroeg of ik aan de universiteit wilde komen werken. Ik zei onmiddellijk ja. In de betrekkelijke rust van de universiteit heb ik in anderhalf jaar het proefschrift Soldaat en krijger, Franse opvattingen over leger en oorlog, kunnen afronden.'' Mensen en hun motieven zijn altijd een leidraad voor Wesseling gebleven.

Wesseling kreeg een stipendium, kon zich aan zijn grote liefde - al sinds de middelbare school en het lezen van de Drie Musketiers - Frankrijk gaan wijden. Hij ging in 1971 een jaar met zijn gezin naar Parijs, voor hem hét centrum van de wereld. Daar kwam hij in contact met mensen als Le Roy Ladurie, Henri Brunschwig en Raymond Aron. ,,In die tijd was er niet zoveel anders dan Frankrijk. Amerika was niet interessant, hooguit voor bèta's, Londen had geen culturele uitstraling. Parijs daarentegen had alles: mode, de Franse keuken, theologie, filosofie, literatuur (Camus, Malraux, Sartre), muziek, film die zeer hoog stond aangeschreven.'' Die tijd had een beslissende invloed op Wesselings leven. Hij was totaal verkocht, werd francofiel tot op het bot.

Wesseling hield zich al bezig met kolonialisme, in Parijs ging hij ermee door, volgde daar onder andere het seminar van Henri Brunschwig, specialist in Franse kolonieen. Bij terugkeer in Leiden ging hij doceren over het Franse kolonialisme, terwijl Schaper het Britse kolonialisme voor zijn rekening nam. Leiden werd volgens Wesseling, net als Schiphol, een soort Gateway to Europe. Fransen, Engelsen, Portugezen, Duitsers hielden zich vooral met hun eigen kolonieën bezig, in Nederland kwam alles bij elkaar.

In 1980 kreeg Wesseling een tweede sabbatical, ging naar Princeton in de VS. Hij haalt een foto te voorschijn met de gebouwen van Princeton in de sneeuw. Het werd een voorbeeld voor het NIAS-instituut in Wassenaar. ,,In Princeton begon ik aan mijn boek over het kolonialisme in Afrika. Ik ontdekte dat er helemaal niet zo'n boek bestond. Dat kan toch niet, dacht ik. Zo'n 95 procent van het boek is gebaseerd op voorstudies. Hij haalt een Frans exemplaar uit zijn kast. ,,Ook in Frankrijk is het een groot succes, uitgegeven bij Gallimard. Dat is toch een droom.''

Eenmaal terug in Leiden begon het Wesseling allemaal wat tegen te vallen. ,,Al dat gedonder met die bezuinigingen. Er vielen ontslagen. Het was een nerveuze tijd. Ik probeerde de moed er in te houden. Op uitnodiging van de uitgever ben ik toen boeken gaan schrijven, over thema's. Bundels met essays en artikelen.'' Al snel zocht hij de luwte op van het instituut in Wassenaar.

Wesseling wil het kolonialisme niet zonder meer veroordelen. ,,Het kolonialisme heeft geleid tot staatsvorming in verschillende delen van de wereld. Indonesië is een land dat niet bestond voordat de Nederlanders zoiets maakten als Nederlands-Indië. Dat geldt ook voor Brits-Indië. Vaak wordt gezegd, kijk naar Afrika, met die door kolonisten zo vreemd getrokken grenzen. Ik heb daarop twee tegenwerpingen. Bijna alle staatkundige grenzen, zeker in Europa, zijn even kunstmatig. De grens tussen Nederland en België bijvoorbeeld is niet natuurlijk. Polen is van west naar oost en van oost naar west geschoven. Kunstmatig is niet bijzonder, zorgt dat er een culturele en linguïstische eenheid is. In Spanje heb je Basken, Catalanen, Galiciërs, allemaal met hun eigen talen. En wie zongen de Marseillaise bij de Franse revolutie? Zeventig procent van de Fransen sprak in die tijd geen Frans, maar een lokale taal. Dat is allemaal het resultaat van processen, staatsvorming, natievorming. Van bovenaf opgelegd, met onderwijs, taal, geschiedenisonderwijs.''

,,Die natievorming is in Afrika minder succesvol geweest. De enige oplossing voor Afrika is dezelfde is als voor Europa, de natiestaat zal minder gewicht moeten hebben, er zou meer regionalisering moeten komen. Net zoals in Frankrijk zou er meer gedelegeerd moeten worden. En anderzijds zou er meer samenwerking moeten komen, zoals bij ons in Europa. Door de kolonisatie hebben veel landen het voordeel dat ze een algemene taal hebben, Engels of Frans, dat door een bovenlaag gesproken wordt.''

,,Een ander punt is dat slecht bestuur zulke rampzalige gevolgen heeft. Vaak wordt het excuus gebruikt dat er pas korte tijd democratie is. De mensen zijn er nog niet aan toe, wordt gezegd. Dat vind ik gevaarlijk paternalisme. Ik citeer nogal eens een uitspraak van Joseph Chamberlain, de architect van het British Empire, die ook burgemeester van Birmingham is geweest. 'Koloniën hebben twee dingen nodig, hetzelfde wat ik aan Birmingham heb gegeven: goed bestuur en goed drinkwater.' Als dat er is dan ben je al een heel eind. De kolonialen stonden in zekere zin voor hetzelfde dilemma, dat je nu terugziet bij ontwikkelingssamenwerking. De plaatselijke bestuurspraktijk, zoals vroeger in Egypte, was soms totale uitzuigerij. Lord Cromer wou dat eind negentiende eeuw veranderen als consul-generaal. Wat is nou belangrijker: zelfbestuur of goed bestuur, vroeg hij zich af. Maar met goed bestuur kom je weer aan het recht van autonomie. Hetzelfde zie je nu bij de Wereldbank, die voorwaarden stelt en goed bestuur verlangt in ruil voor hulp. Als je zegt: jullie moeten besturen zoals ik het wil, dan kom je aan het zelfbestuur. Daar zit een dilemma.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden