Het was een parkdag

Het weer knapte op, de zon brak door en de mensen openden hun jassen. Ik was in de hoofdstad en begaf me naar het Vondelpark; dit was een parkdag en parken zijn, net als bibliotheken, hogere inrichtingen van de beschaving.

Onlangs, toen ik in het kasteel van Twickel was, in het oosten van het land, trof ik daar in een boekenkast in een fraaie cassette een kostbare uitgave aan van de Andeutungen zur Landschaftsgärtnerei van Fürst Pückler-Muskau; oogverblindend plaatwerk begeleid door een apart tekstboek, gedateerd 1834. Fürst Pückler maakte in het begin van de negentiende eeuw een reis naar Engeland en was zo onder de indruk van de daar heersende landschapsstijl dat hij vanaf 1815 begon een eigen park te ontwerpen in een van zijn moeder geërfde heerlijkheid in het oosten van Duitsland (nu op de grens met Polen).

Een van zijn leerlingen was de Duitse landschapsarchitect Eduard Petzold, die later ook delen van het park van Twickel zou ontwerpen en het eerdere werk van Jan David Zocher Jr. zou uitbreiden. Een park ontwerpen is tekenen met een bijl, zei Petzold.

Pückler, Zocher, Petzold - verwante zielen.

Zocher, ook een groot liefhebber van de Engelse stijl, was op zijn beurt sinds 1860 samen met zijn zoon weer verantwoordelijk voor de vormgeving van het Vondelpark, en nog ondervind je er ondanks eigentijdse aanpassingen dat gevoel van ruimte en licht, opgeworpen door vijvers, gazons en boomgroepen; het is alsof je door die plaatwerken van Pückler wandelt.

Boven het park wisselden wolken en zon elkaar af toen ik er binnenliep; de lanen waren heel onkarakteristiek geasfalteerd om het drukke fietsverkeer te accommoderen.

Voor het overige deed de beschaving zijn werk. Hij beschaafde, zoals een bibliotheek dat doet, hij verzachtte de bezoekers, bracht ze tot inkeer, liet de dagelijkse druk van hen afglijden, zodra men de asfaltbanen verliet tenminste, want op die banen heerste nog de haast van de grote stad, hier was het park niet veel meer dan een verbinding tussen twee erbuiten gelegen punten, een doorgangspark, maar zelfs dan onderging de haastige passant de wassing van dat licht en dat groen, in zorgvuldige compositie geschakeerd.

Er was een kiosk voor informatie, die brochures uitdeelde en plattegronden verkocht aan toeristen die er op hun hotelfietsen een tochtje maakten. Ook wierf men bij de kiosk vrijwilligers, want de gemeente kan het onderhoud niet meer betalen van de grote stadstuin die tot in de jaren vijftig nog particulier werd beheerd.

Ik bereikte het grote rosarium, 68 hexagonen met rozen, door buxushagen omgeven; sommige van de vakken waren geadopteerd en voorzien van bronzen bordjes als was het een gedenkplaats. De rozenknoppen zelf stonden op uitbarsten. Vrijwilligers schoffelden tussen de zeshoeken, het geurde naar pas gemaaid gras, mensen die groene polo's van de ABN-Amro Foundation droegen bezorgden kinderen van een islamitische basisschool uit De Baarsjes een fijne speeldag.

Door de lucht kruisten krijsende halsbandparkieten. Fonteinen spoten, honden holden, op een bankje las een man 'Wat is filosofie?' van Ortega y Gasset. Hij droeg een zomerhoed.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden