'Het was een mooie tijd, schrijf dat maar op'

Op 1 oktober 1939 speelde Puck van Heel zijn 325ste en laatste competitiewedstrijd voor Feijenoord. DFC was op die zondag in Dordrecht de met 1-0 winnende tegenstander. Zoals hij al jaren deed, speelde de toen 35 jaar oude linkshalf met een stevig ingepakte linkerknie. Die knie werd enkele dagen na de wedstrijd tegen DFC door een militaire arts bekeken. Van Heel stond op de nominatie als mobilisatie-soldaat te worden ingezet. Hij voelde hier bitter weinig voor, werd door die defecte linkerknie afgekeurd en kreeg op strenge toon van de keuringsarts meteen te horen: ,,Je bent afgekeurd, maar dan wil ik vanaf heden je naam ook nooit meer in de voetbalverslagen terug lezen.''

Met die deal was de voetballoopbaan van Gerardus Henricus van Heel voorbij. Als voetballer werd hij door iedereen Puck genoemd. Die bijnaam kreeg hij wegens zijn geringe lengte al op de lagere school.

Puck van Heel werd op 21 januari 1904 geboren in Rotterdam-Zuid, in de Oranjeboomstraat - op een flinke steenworp afstand van de plek, waar hij 31 jaar later de eerste paal voor het Stadion Feijenoord zou slaan. Hij groeide op in een groot katholiek gezin. Vader Marcellis van Heel en moeder Gerardina Van Heel-Vos hadden in 1897 de armoede van het Noord-Brabantse platteland verlaten. Marcellis vond als zo veel zuiderlingen in de havenstad emplooi als bootwerker. In materiële zin kregen zij het iets beter dan voorheen, maar onveranderd bleef schraalhans keukenmeester.

Bij Feijenoord werd de voetbalaanleg van Puck al vroeg onderkend. Als jongen van vijftien jaar mocht hij lid worden, vier jaar later debuteerde hij in het eerste elftal van de toen nog aan de Kromme Zandweg spelende club van 'Zuid'. Weer twee jaar verder stond hij vast in het eerste elftal.

Bij Feijenoord trof Van Heel louter medespelers die net als hij afkomstig waren uit het arbeidersmilieu. Anders was dat in 1925, toen hij onverwacht voor het Nederlands elftal werd gekozen. De nationale selectie werd in die tijd nog voor een belangrijk deel beheerst door voetballers die lid waren van eliteclubs als HBS (Den Haag), HFC (Haarlem), Kampong (Utrecht) en Be Quick (Groningen).

Nogal wat internationals uit die kringen waren niet onverdeeld gelukkig met de overigens niet te stuiten opmars van volksclubs als Feijenoord, ADO en Blauw Wit. Als jonge international ondervond Van Heel hoe het was met allerlei kakkineuze ploeggenoten in naam van Oranje voor het goede doel te moeten strijden. Toen hij al lang was uitgevoetbald, zei hij hier over: ,,In het begin had ik te maken met spelers als dokter Gejus van der Meulen, met jonkheer Charles van Baer van Slangenburgh, met ingenieur Harry Dénis en met dokter André le Fèvre. De verhouding tussen die lui en de volksjongens was gespannen. Die dokters keken een beetje op ons neer. Zelf trok ik mij er niet veel van aan, maar andere jongens van Feijenoord, zoals Bertus Bul en Kees van Dijke, hadden veel moeite met die dure jongens. Ach, later kregen wij het voor zeggen en toen werd een man als Gejus van der Meulen niet meer door ons aangekeken. Zo ging dat.''

Puck van Heel was international tussen 1925 en 1938. Toen hij in de herfst van 1938 afscheid nam van Oranje, had hij 64 interlands gespeeld. Pas in 1979 werd dat record door Ruud Krol verbeterd. Opmerkelijk was de entree van Van Heel in het Nederlands elftal. Door Bondsofficial en de 'mental coach' van Oranje, Karel Lotsy, werd hij als speler van Feyenoord 2 tijdens een vriendschappelijke wedstrijd in Dordrecht 'ontdekt'. In het eerste elftal van Feijenoord was Cor van der Velde op dat moment nog de vaste linkshalf. Pas na Van Heels debuut als international tegen Zwitserland, maakte Van der Velde vrijwillig plaats voor het aanstormende talent.

Puck van Heel was een hard werkende halfspeler, wiens techniek met het linkerbeen en tactisch inzicht altijd zijn bejubeld. Hij was bij Feijenoord en bij Oranje jaren lang aanvoerder, maar van praten moest hij het bepaald niet hebben. De man die voor Feijenoords legendarische bestuurder Cor Kieboom met kolen sjouwde, in de binnenstad van Rotterdam en op Zuid sigarenwinkelier en cafébaas was, had een bijzonder gesloten karakter. Omdat hij maar liefst 42 jaar record-international was (in 1937 had hij de 56 caps van Harry Dénis ovetroffen), werd door journalisten ruim na zijn loopbaan steeds weer geprobeerd de kastelein in zijn café aan het praten te krijgen. Het waren moeizame, nagenoeg ondoenlijke ondernemingen voor die journalisten. ,,Het meeste ben ik vergeten'', zei Van Heel als vaste openingszin, ,,maar het was een mooie tijd, schrijf dat maar op.'' Veel meer kwam er niet uit de man, die op 18 december 1984 in de anonimiteit van het Rotterdamse verpleeghuis Simeon en Anna overleed.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden