Het 'ware' zelf, dat is een illusie

Weinig filosofen zijn zo invloedrijk als Jean-Jacques Rousseau. In diens driehonderdste geboortejaar onderzoekt Trouw de actualiteit van zijn ideeën. Vandaag: socioloog Joop Goudsblom werkt aan zijn autobiografie - een genre uitgevonden door Rousseau.

'Een mooie zomermiddag met een strakblauwe hemel. Op de parallelweg langs de nieuwe Provinciale Weg fietst een moeder met haar zoontje achterop in het mandje. Ze zijn allebei goed gehumeurd; de moeder fietst, het jongentje zingt een vrolijk liedje. Dan passeren ze een paar meisjes die daar aan het spelen zijn. Een van de meisjes zegt: 'Moet je dat jongetje horen zingen'. Meer zegt ze niet; maar het jongetje heeft er iets schampers in beluisterd, en hij houdt onmiddellijk op met zingen. Hij voelt zich betrapt, zonder te weten waarom."

Zo begint socioloog Joop Goudsblom (79) zijn memoires, waarvan een eerste deel verscheen in literair tijdschrift Tirade. "Ik heb er bewust voor gekozen om hiermee te beginnen", licht Goudsblom toe in zijn huis in Amsterdam Oud-Zuid. "Omdat de strijd tegen schaamte een constante is gebleven in mijn leven."

Schaamte was ook leidraad in het leven van Goudsbloms verre voorganger, Jean-Jacques Rousseau (1712-1778). In zijn postuum gepubliceerde 'Bekentenissen', schreef hij niet alleen flatterende voorvallen op, maar ook gebeurtenissen waarvoor hij zich schaamde, zoals een diefstal waarvoor hij een onschuldig dienstmeisje liet opdraaien.

Rousseau wilde laten zien wie hij echt was. Zijn boek was ook een apologie. In de grond was hij namelijk, ondanks al zijn contradicties, een nobel en goed mens - vond hij in ieder geval zelf. Iemand van wie je, als je hem echt kent, alleen maar kunt houden.

Uitgebreid staat Rousseau in de 'Bekentenissen' stil bij zijn jeugd, waarin de kiemen van zijn persoonlijkheid zouden liggen. "Tegenwoordig vinden we het vanzelfsprekend dat iemands vroegste ervaringen van cruciaal belang zijn, en het is niet overdreven om te beweren dat het Rousseau was die ons zo heeft leren denken", aldus Leo Damrosch, in zijn biografie van Rousseau.

Ook Joop Goudsblom besteedt veel aandacht aan zijn jeugd. "Ik begon met mijn memoires toen mijn vrouw vijf jaar geleden de diagnose kanker kreeg", vertelt hij. "Ik wilde de geschiedenis van onze verhouding voor haar opschrijven. En er waren dingen die ik nog een keer met haar wilde delen. Ik begon, heel ambitieus, bij mijn vroegste herinneringen. Maar die namen me zo in beslag dat ik nog maar bij mijn zesde of zevende levensjaar was toen zij, in maart 2009, overleed. Nog steeds ben ik niet toegekomen aan die verhouding: ik ben nu nog maar bij het begin van mijn studententijd."

U schrijft in Tirade: 'wat in het geheugen blijft hangen zijn trauma's en triomfen, verrassingen en verwondingen. Het gewone, het dierbaarste, is vergeten.'
"Ja, ik moet het doen met wat ik heb onthouden, plus documenten: brieven, foto's. Ik verzamel fragmenten. Maar de garantie die ik de lezer geef is wel: wat je nu gaat lezen, dat is volgens mij echt zo gebeurd. Ik probeer bovendien zoveel mogelijk herinneringen door anderen te laten checken."

U begint bewust met het jongetje achterop zijn moeders fiets. Wilt u daarmee niet ook een bepaald beeld van uzelf neerzetten, net als Rousseau met zijn herinneringen?
"Natuurlijk, het is een subjectieve bezigheid, die iets zegt over hoe ik mijzelf op dit moment zie. Er zal zeker ook wel iets apologetisch in zitten. Maar dat is niet het hele verhaal. Door met zoveel aandacht naar je verleden te kijken, dwing je jezelf ook om je meer te herinneren. Dan komen er voorvallen naar boven die je was vergeten en die je zelf ook niet helemaal begrijpt. Die schrijf ik toch op, ook al weet ik niet precies waarom ze me belangrijk lijken. Het is aan de lezer om die te interpreteren en te verbinden met de andere fragmenten. In zekere zin ben ik net als zij. Dat is nu eenmaal zo met schrijven. Ik ben ook één van mijn lezers."

Zijn er ook dingen die u het liefst zou verzwijgen?
"Die verleiding is er soms wel, ja. Een klein voorbeeld. Begin jaren vijftig bracht ik een jaar door aan de Wesleyan University in Amerika. Ik logeerde toen bij een jongen uit een rijke familie.

"Op een keer ging ik met hem mee in zijn vaders nieuwe Dodge. Ik was in die tijd net begonnen met roken en nog onbedreven in het in een auto zitten en achteloos je sigaret uit het raam gooien. Zo gebeurde het dat de sigaret door de wind op de achterbank werd geblazen en daar enige tijd bleef liggen smeulen. Een schroeigat in de bekleding van de achterbank was het gevolg. Dat vond ik beschamend. Ik wist me er geen raad mee en heb het aan niemand verteld."

Toch noemt u het wel?
"Ja. Het is natuurlijk een voorval van niks, maar juist vanwege het feit dat ik het toen niet meldde, vond ik het nu het vermelden waard. Ik heb verder ook niets bewust weggelaten. Een heleboel dingen waar ik me vroeger voor schaamde, vind ik nu niet meer zo gênant."

Rousseau was zeer expliciet over zijn eerste seksuele ervaringen. Hij kreeg als 11-jarige billekoek van een 40-jarige vrouw en merkte dat dat hem seksueel opwond. Dat schreef hij op. Durft u dat ook, zo openhartig zijn?
"Nou, met die seksualiteit viel het bij mij nogal mee. Ik was enig kind en heb nooit geleerd te masturberen. Ik wist niet eens wat dat was. Er is rond mijn zestiende of zeventiende levensjaar wel iets gebeurd waardoor ik heel duidelijk herinnerd werd aan de fysieke begeleiding van verliefdheid. Laat ik het zo maar noemen."

Dat is niet erg expliciet.
"Nee. Zo in een gesprek met u, merk ik, staat het me tegen om het over die ervaringen te hebben. Dan komt het te dichtbij. Op papier heb ik er geen moeite mee."

Rousseau noemde zijn memoires 'bekentenissen'. Voelt dat voor u ook zo?
"Nee, dat zou misleidend zijn. Dan zou de lezer zich gaan verkneukelen: nu gaan we het krijgen. Maar ik heb niet zoveel te bekennen. Mijn reputatie is er denk ik één van iemand die zich nooit aan excessen heeft overgegeven."

En die reputatie klopt?
"Ja, ik ben in alle opzichten een voorzichtig en matig persoon."

Dat worden spannende memoires.
"Het hangt er helemaal van af hoe je het opschrijft. Alles valt of staat met de stijl."

Wat opvalt aan uw vroege herinneringen is dat u uzelf voortdurend typeert met termen als: timide, beschaamd, afwachtend. Is dat de ware Goudsblom?
"Ik zou het niet weten. Ik ben op zoek naar ware gebeurtenissen. Niet naar de ware Goudsblom. Natuurlijk probeer ik te begrijpen wie ik was, en hoe die persoon zich verhoudt tot wie ik geworden ben. Maar 'de waarheid', daar geloof ik niet in. Er is niet één 'ware' Joop Goudsblom, dat is een illusie. Rousseau was op zoek naar zijn ware zelf, ik niet. Wat dat betreft zitten er toch een paar eeuwen tussen hem en mij in."

Joop Goudsblom
"Er loopt een directe lijn van Rousseau naar Freud", zegt Joop Goudsblom (1932). "Beiden waren gefascineerd door de kindertijd en onbewuste motieven. In mijn memoires kan ik om die erfenis niet heen en moet ik me daartoe verhouden." Goudsblom was van 1968 tot 1997 hoogleraar sociologie aan de Universiteit van Amsterdam. Geïnspireerd door Norbert Elias onderzocht hij hoe de menselijke beschaving zich ontwikkelde, in boeken als 'Vuur en beschaving', 'Het regime van de tijd' en 'Stof waar honger uit ontstond'.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden