Het wantrouwen, de transparantie, de echte verhalen

Ontwikkelingssamenwerking is geen taak van de overheid, vindt de VVD. Twee ontwikkelingsorganisaties, het grote Oxfam Novib en het middelgrote Spark, kruisen de degens over vier stellingen rond de liberale visie.

Stelling 1 We beginnen maar meteen met de elementaire stelling waarmee de VVD nu radicaal wil breken: ontwikkelingssamenwerking is een overheidstaak.
Farah Karimi (directeur Oxfam Novib): "Ontwikkelingssamenwerking is óók een overheidstaak. Er verandert ontzettend veel in de wereld. Er komen nieuwe grootmachten op, er is strijd om grondstoffen, om water, om energie. Daar moet je als overheid toch een visie op hebben? Als je het beperkt tot iets charitatiefs, tot mensen helpen, dan is dat een heel nauwe definitie van ontwikkelingssamenwerking. Ik vind het ongelooflijk kortzichtig van de VVD, maar ook van andere partijen, dat ze zich willen terugtrekken achter de dijken."

Yannick du Pont (directeur Spark): "Ik zie de overheid vooral in een rol als faciliteerder. De overheid moet veel verschillende spelers bij elkaar zien te krijgen. Wat dat betreft is er nog veel te doen. De overheid zou meer ruimte moeten maken voor nieuwe actoren. Niet alleen overheid en maatschappelijke organisaties moeten meedoen, ook bedrijven en partijen uit de ontwikkelingslanden zelf.

"Nu is er in Nederland eigenlijk sprake van gebonden hulp: de subsidies zijn voorbehouden aan Nederlandse ontwikkelingsorganisaties. Gooi dat open. Laat ook anderen meedoen, andere maatschappelijke instellingen en buitenlandse bedrijven, die kunnen sommige dingen beter dan wij."

Karimi: "Het opvallende van de laatste tijd is dat het leiderschap bij duurzame ontwikkeling van grote bedrijven komt. Zelfs werkgeversorganisatie VNO-NCW, die toch niet als erg vooruitstrevend bekend stond, heeft nu een notitie over onze 'common future'. Waar is de overheid? Waar is het leiderschap? In een wereld waar zo ongelooflijk veel spannends gaande is, mis ik het leiderschap, en niet alleen bij de VVD."

Du Pont: "Maar het is ook wel zo dat het nu weer de beurt is aan het maatschappelijk middenveld om de leiding te nemen. We kunnen wel zeggen: de overheid moet de leiding nemen, maar de laatste tien jaar heeft het maatschappelijk middenveld het ook een beetje laten liggen. Door de constante negatieve beeldvorming is dat wat angstig geworden en in zichzelf gekeerd.

"Het is een uitdaging om die leiding weer terug te pakken, door zelf ingrijpend te hervormen en op een rustige, inhoudelijke manier om te gaan met kritiek. We moeten zeker deze kans aangrijpen, van crisis en debat, om onszelf scherper neer te zetten. Anders gaan we ten onder in de discussie."

Stelling 2 De samenwerking tussen ontwikkelingsorganisaties, bedrijfsleven en overheid gaat steeds beter.
Du Pont: "De trend gaat wel de goede kant op, maar er wordt nog veel langs elkaar heen gepraat. Bedrijven wantrouwen ontwikkelingsorganisaties - zijn ze wel efficiënt? - en ze vermoeden tegelijk dat de organisaties net zo stereotiep over hen denken: vinden ze ons niet gewoon heel erg stom en onethisch?

"Daarom hebben wij als Spark gekozen voor een ander profiel, als 'sociale entrepeneurs', omdat we merkten dat onze ontwikkelingsclub-identiteit veel deuren dicht hield. En ik kan me daar ook wel iets bij voorstellen. Er is veel scepsis geweest vanuit die organisaties naar bedrijven, en dat vind ik jammer."

Karimi: Het is een hele tijd een ideologische strijd geweest. Eerst waren bedrijven per definitie slecht, en ontwikkelingsorganisaties per definitie goed. Dat is een achterhaalde visie. Nu lijkt het andersom: hallelujah, bedrijven bieden alle oplossingen. Beide visies kloppen niet.

"Bedrijven kunnen een positieve impact hebben, maar ze kunnen ook veel ellende veroorzaken. De meerderheid is goedwillend, maar ze weten vaak niet hoe ze het moeten aanpakken."

Du Pont: "Wij hebben de laatste tien jaar zeker goede ervaringen met bedrijven gehad. Er is wel iets waar we vaak tegenaan lopen, zoals laatst bij een project met oliemaatschappij Chevron om onder anderen vroegere kindsoldaten in Liberia aan een baan te helpen. Mensen stellen daar vragen over; het zijn echter geen kritische vragen maar negatieve meningen. Want Chevron, dat zal wel foute boel zijn. Wat ik soms ook van bedrijven terugkrijg, is de vraag: denken jullie dat jullie het alleenrecht hebben op morele kwesties? Daar moeten we voor waken.

Karimi: Herman Wijffels (prominent CDA-econoom, tegenwoordig hoogleraar duurzaamheid in Utrecht, red.) zei een keer: 'Ontwikkelingsorganisaties en sociale bewegingen staan voor bepaalde waarden'.

"Onze basis is: het realiseren van een rechtvaardige wereld zonder armoede. Dat is waar je voor staat, ook in discussies met bedrijven, die een winstoogmerk hebben. Natuurlijk zal het daarbij af en toe botsen, dat is helemaal niet erg. Wat ik me steeds moet afvragen is: wat is mijn rol? Waar ik op vaar, is een moreel kompas."

Du Pont: "Wat ik net bedoelde is niet zozeer dat we niet voor onze waarden moeten staan. Dat doen wij natuurlijk ook. Wat ik bedoel is dat we misschien iets voorzichtiger moeten zijn in onze primaire reactie op bedrijven. Die moeten we het voordeel van de twijfel geven. En we mogen best wat kritischer over onszelf zijn."

Stelling 3 De ontwikkelingsorganisaties mogen de PVV dankbaar zijn: eindelijk wordt er dit jaar serieus en breed gediscussieerd over de toekomst van ontwikkelingssamenwerking.
Karimi: "Niet mee eens. De PVV heeft geen enkele bijdrage geleverd aan een inhoudelijke discussie. Het waren alleen maar scheldpartijen, over linkse hobby's en zo. Ik zou best geïnteresseerd zijn in een debat met de PVV, ik heb ze zelfs hier uitgenodigd, maar er was geen belangstelling. Het is nu eenmaal een tijd van bezuinigingen, ze hebben geld nodig, dus komt het goed uit om ontwikkelingssamenwerking aan te vallen."

Du Pont: "In mijn beleving was de discussie rond Koenders (PvdA-minister voor ontwikkelingssamenwerking van 2007 tot 2010, red.) al zeer heftig. Dat de discussie nu zo is verhevigd, komt doordat het zo lang een heilig huisje is geweest. Bij bepaalde kwesties was het 'not done' om er over te beginnen, vergelijkbaar met de immigratiediscussie destijds.

"Het is te laat een discussie geworden onder de voorstanders, waardoor we de bal hebben doorgespeeld aan soms keiharde tegenstanders. Daarom hamer ik er zo op dat we serieus naar onszelf moeten kijken."

Stelling 4 Ontwikkelingsorganisaties moeten op zoek naar meer draagvlak onder de bevolking om een beter imago te krijgen, onder meer door meer transparantie.
Du Pont: "Wij staan mede aan de basis van de Briljante Mislukkingen-bokaal (een prijs voor het beste ontwikkelingssamenwerkingsidee dat misgelopen is, maar waarvan geleerd is en dat daardoor uiteindelijk toch tot een goed resultaat heeft geleid, red.). Het was best moeilijk om die prijs tot stand te brengen, sommigen vonden dat we de vuile was niet buiten moesten hangen, dat zou tegenstanders alleen maar munitie kunnen geven. Maar je moet die scepsis juist overwinnen, je moet communiceren over je fouten en laten zien dat je ervan leert.

"Ik denk dat we nog heel wat huiswerk moeten doen in de sector. Nu worden we vaak in een hoek gedreven terwijl dat helemaal niet nodig is. Dat frustreert af en toe wel."

Karimi: "Maar we moeten ook oppassen dat we onszelf tekort doen. Op onze website staat het allemaal keurig onderverdeeld: successen, mislukkingen, dilemma's, andere effecten. We krijgen steeds te horen: de sector zou dit, de sector zou dat, nou: de sector doet al ongelooflijk veel. Bij hulpacties kijken drie instanties mee. Ik ken geen enkele sector waar zo veel naar gekeken wordt en waar zo veel transparantie is."

Du Pont: "Toch moeten we zo snel mogelijk hervormen, en laten zien dat we zo aan de nieuwste en strengste internationale kwaliteitskeurmerken voor de ontwikkelingssector gaan voldoen."

Karimi: "Dat is de oplossing niet."

Du Pont: "Ik denk het wel."

Karimi: "We hebben al genoeg keurmerken. Het Nederlandse publiek heeft daar geen boodschap aan."

Du Pont: "We weten binnen de sector dat er veel gebeurt, maar kennelijk hebben we het niet goed overgebracht aan het publiek."

Karimi: "Weet jij hoeveel donateurs Oxfam Novib heeft?"

Du Pont: "Vierhonderdduizend."

Karimi: "Precies. Die zijn zo waardevol, we hebben meer donateurs dan politieke partijen leden hebben. Er zijn zoveel rapportages, maar niet iedereen wil alle informatie. Mensen gaan niet op onze website die rapportages lezen. Weet je wat wel blijft hangen? Televisie. Maar een veelvoud van informatie helpt ook niet."

Du Pont: "Dat is zeker waar. Wij publiceren bijna alles wat we uitgeven, tot op bonniveau. Het treinkaartje dat ik heb gebruikt om hierheen te komen, staat over twee weken op onze site. Maar ja, je moet in je transparantie een slag verder maken. Je moet een vraag beantwoorden als: hoeveel kost het om een baan te scheppen in Liberia? Of: wat betekent het voor deze vier vrouwelijke ondernemers in Gaza-stad die met zo- en zoveel hulp een eigen bedrijfje zijn begonnen? Daar kun je mooie tv-programma's van maken."

Karimi: "We moeten de complexiteit van ons werk ook niet uit het oog verliezen. Zeker, we moeten transparant zijn over kosten en over cijfers. Maar we moeten ook verhalen vertellen. Zo was de Braziliaanse oud-president Lula vroeger een partner van ons, we hebben hem gesteund als vakbondsleider toen nog niemand in het Westen iets met hem te maken wilde hebben. Hij is wat je noemt ons meest succesvolle project. Maar hoe kwantificeer je dat?

"Laat ik een ander verhaal vertellen, dichter bij mij. Ik heb hier een litteken (stroopt linkermouw op om bovenarm te laten zien) van een vaccinatie. Ik behoor volgens mij tot de eerste generatie in Iran die massaal gevaccineerd is. Het was ook een van mijn eerste herinneringen als kind, want dat doet pijn. En dat waren geen Iraniërs hoor, die dat deden, die vaccinaties. Ik weet niet, misschien waren het VN'ers, of ontwikkelingswerkers. En hier zit ik, ik ben ontwikkeld, ik heb een goed leven... Hoe beprijs je dat? Hoe becijfer je dat?"

Du Pont: "Ik denk ook dat we niet bang hoeven te zijn om die complexiteit eerlijk en open uit te leggen. Waar mensen nog steeds warm van worden, is als je vier jonge ondernemers laat zien die eerst aan de grond zaten, maar die inmiddels met een zelfverdiend inkomen een gezin kunnen stichten, hun ziekenhuisrekeningen kunnen betalen... Dat is wat mensen nog steeds enthousiast maakt om in die sector te werken of die sector te ondersteunen.

"Maar je moet ten eerste duidelijk maken dat het een complex verhaal is, en ten tweede transparant zijn over wat je doet. Ook wanneer het misgaat."

Yannick du Pont
Yannick du Pont (Vinkeveen, 1975) is vanaf 2007 directeur van Spark, in 1994 opgericht als ATA. Was in het verleden onder meer werkzaam voor het ministerie van buitenlandse zaken, IKV en de Evert Vermeer Stichting. Spark richt zich op onderwijs en ondernemerschap in fragiele staten of post-conflictgebieden zoals Kosovo, Burundi, de Palestijnse gebieden, Liberia en Libië. Daar is de jeugdwerkloosheid vaak hoog, ook bij gebrek aan deugdelijk (hoger) onderwijs.

Spark (ongeveer 70 werknemers) had in 2011 een gerealiseerde begroting van 6,3 miljoen euro - 44 procent van de huidige inkomsten is Nederlands overheidsgeld.

Farah Karim
i

Farah Karimi (Garros, Iran, 1960) is sinds 2008 algemeen directeur van Oxfam Novib. Ze studeerde in Iran en was destijds betrokken bij het gewapende verzet (de Moedjahedien Khalk) tegen het ayatollah-regime. Karimi vluchtte naar Duitsland (1982) en kwam in 1989 naar Nederland, waar ze internationale betrekkingen studeerde en een organisatie van migrantenvrouwen leidde. Van 1998 tot 2006 zat ze voor GroenLinks in de Tweede Kamer.

Oxfam Novib (ongeveer 350 werknemers) had in 2011 een begroting van 130 miljoen euro - 35 procent daarvan bestond uit Nederlands overheidsgeld.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden