Het wankele fundament van de ware Mohammed

Dat de biografieën van Mohammed groot gezag genieten onder moslims is logisch. Maar dat westerse academici ze ook serieus nemen als historische bron, is onbegrijpelijk.

Arabist Hans Jansen (1942) was hoogleraar 'hedendaags islamitisch denken'. Hij schreef 'De Historische Mohammed' (2005/2007) en wordt EU-parlementariër voor de PVV.

Belangrijke overleveringen uit het leven van Jezus zijn terug te vinden in de Bijbel. De Koran daarentegen bevat geen enkele informatie over Mohammeds levensgeschiedenis.

Die is wel terug te vinden in verschillende biografieën, die in grote lijnen dezelfde strekking hebben en waarvan de oudste moet zijn samengesteld in de achtste eeuw, ongeveer 170 jaar nadat Mohammed zou zijn overleden. De auteurs ervan beroepen zich op mondelinge overleveringen.

De Mohammedbiografieën gelden niet als goddelijke openbaringen. Dat ze toch groot gezag genieten onder gelovigen is logisch. Minder begrijpelijk is dat ook in de westerse wereld het academische establishment, de meeste media en het grote publiek die biografieën beschouwen als evangeliën van historische waarheid. Voor een groot deel bestaan ze uit verhalen die parallellen hebben in de bijbelse, Grieks-Romeinse, Midden-Oosterse en mediterrane wereld.

Dat maakt de kans dat ze authentiek zijn klein. Zo klein dat je ze niet met goed wetenschappelijk fatsoen kunt gebruiken als historische bronnen. En toch gebeurt dat doodgemoedereerd in de academische wereld.

Een aantal voorbeelden van parallellen met andere verhalentradities: net als Jezus voedt ook Mohammed de massa's, zij het niet met brood en vis maar met dadels.

Mohammed graaft een verdedigingsgracht rondom Mekka. Dat deed hij op advies van een Perzische bekeerling tot de islam. Hetzelfde verhaal wordt verteld over de Romeinse veldheer Belisarius, die in 530 een gracht groef om zijn kamp in Dar'a (in het huidige Syrië) te verdedigen tegen de Perzen. Je krijgt sterk de indruk dat het verhaal over Mohammeds gracht geënt is op het verhaal over Belisarius.

In de biografieën trekt Omar, de latere kalief (vorst), verscheidene malen zijn zwaard om iemand te doden die zich onbetamelijk heeft gedragen tegenover Mohammed, zijn meester. Mohammed beveelt hem steeds zijn zwaard op te bergen, zoals Jezus in de lijdensgeschiedenis doet met zijn discipel Petrus, als die in de Hof van Getsemane zijn zwaard trekt. Een moderne wetenschapper moet haast wel concluderen dat de biograaf hier een stuk uit de lijdensgeschiedenis van Jezus heeft herschreven.

Er zijn meer zulke overeenkomsten. Zo liet Mohammed net als Mithras (volgens aanhangers van de Mithras-cultus een zoon van God) water tevoorschijn stromen door een pijl af te schieten.

Het wemelt verder van bewerkingen van ouder materiaal. Zo komt het thema van de rechtvaardige commandant die zijn eigen zoon ter dood laat brengen omdat hij de wet heeft overtreden, geregeld voor in Romeinse verhalen. Ook de Mohammedbiografieën behandelen dat onderwerp veelvuldig. Misschien is het niet een specifiek Romeins thema, maar een wereldwijd onderwerp bij soldaten en hun verhalenvertellers. Maar ik betwijfel het.

De volgelingen van Montanus in Phrygië in het huidige Turkije geloofden dat hun profeet directe openbaringen van God kreeg. Mohammed kreeg ze ook.

Montanus kreeg twee profetessen als volgelingen, Maximilla en Prisca. Ze predikten dat het einde van de tijden snel zou komen, ook een geregeld weerkerende waarschuwing in de Koran.

Maximilla zegt: "Na mij zal er geen profetie meer zijn, alleen maar het einde." Moeten we het dogma van Mohammed als de definitief laatste profeet, 'het zegel van de profeten' opvatten als een echo van de montanistische zienswijze dat er geen nieuwe profeten meer zouden komen eenvoudig omdat er geen tijd meer over was?

Er is een andere gelijkenis met de montanisten. Mohammed verbood zijn vrouwen om na zijn dood te hertrouwen (al was zijn eerste vrouw, Khadidja, weduwe). Ook de montanisten verboden weduwen om te hertrouwen (het Nieuwe Testament staat dat wel toe).

Het kan allemaal toeval zijn. Maar ik vermoed dat de biografie en de leringen die zijn toegeschreven aan Mohammed zich hebben ontwikkeld uit ideeën en verhalen die de ronde deden in het Midden-Oosten. Met zekerheid hoort de christologie van de Koran thuis in die categorie: 'Jezus was alleen maar een van de profeten en hij is niet lichamelijk gekruisigd.' Verscheidene christelijke groeperingen die nu niet meer bestaan leerden hetzelfde.

En dan is er nog de oudtestamentische profeet Daniël. Hij krijgt, net als Mohammed, boodschappen van God via de aartsengel Gabriël. Gabriël legt Daniël uit wat de betekenis is van de visioenen die hij krijgt. Nadat hij Gabriël heeft ontmoet is Daniël uitgeput en ziek, en ook dat doet denken aan de Mohammedbiografieën. Bij de eerste Roeping blijft Mohammed met een gevoel van verstikking achter. Volgens de korancommentaren gebeurde zoiets ook in latere fases van de openbaring van de Koran (die volgens de biografieën niet in één keer plaatsvond maar in een proces van ruim twintig jaar). Opnieuw, het kunnen algemeen gangbare verhalen zijn geweest, eeuwenlang doorverteld. Zo nu en dan worden ze verbonden aan de een of andere profeet. Maar toch: de aanwezigheid van Gabriël die uitleg geeft over de openbaringen, is een wel heel opvallende overeenkomst tussen Daniël en Mohammed.

Het is de moeite waard om die verhalen te selecteren die geen herschrijving kunnen zijn van ouder materiaal. Zo'n categorie zou een beeld kunnen geven van een mogelijk historische Mohammed. Zulke technieken worden al toegepast door geleerden die zich bezighouden met het Nieuwe Testament. Uitspraken van Jezus die erg christelijk of rabbijns klinken schuiven ze terzijde, en ze bekijken welk beeld van Jezus er oprijst uit de resterende uitspraken.

Die methode levert bij de Mohammedbiografieën waarschijnlijk povere resultaten op, bij gebrek aan voldoende originele passages. Veel verhalen zijn arm aan details en bevatten verbazend weinig informatie. Zo bezoekt Mohammed een Joodse school in Medina. De lezer blijft achter met een onwerkelijk gevoel. We krijgen totaal geen informatie over de school. Is het een gebouw? Zo ja, waar staat het? Welk onderwijs geven ze er? Hoe kan een echte historicus of een verslaggever zo ongeïnteresseerd zijn? We krijgen een namenlijst van leden van een Joodse stam of clan. Maar die namen zijn niet Joods. Kan dit echt zijn?

Er breekt een conflict uit tussen Mohammed en de Joden van Medina. Maar de Joodse overlevering maakt geen melding van de vernietiging van de Joden van Medina. Dat kan een indicatie zijn dat deze verhalen niet historisch zijn, maar een boodschap wilden overbrengen. De belangrijkste 'misdaad' van de Joden was, zo meldt de biografie, dat ze probeerden een coalitie te smeden tegen Mohammed.

De christenen, die zich verzetten tegen de moslimlegers, zullen die misdaad vaker hebben gepleegd dan Joden. Zijn de verhalen over vernietiging van de Medinensische Joden bedoeld als indirecte waarschuwing voor de christenen? Als ze zouden gaan over gestrafte christenen dan zou de vermaning haar effect kunnen missen bij een christelijk publiek, omdat daar de verontwaardiging over het lot van de christelijke slachtoffers het zou kunnen winnen van de angst. Over Joodse slachtoffers maakten christenen zich minder druk, terwijl de verkapte boodschap ('dit overkomt jullie christenen ook als je je niet gedraagt') duidelijk blijft.

De namen van de twee beroemdste vrouwen van Mohammed intrigeren: Khadidja betekent 'doodgeboren, dood', Aisha betekent 'levend'. Aboe Bakr is de vader van Aisha, zijn naam betekent 'vader van de maagd'. Aisha was de enige maagd met wie Mohammed trouwde. Het kan allemaal, maar vreemd is het wel. De moeder van Mohammed heet Amina, wat ook stiefmoeder kan betekenen. En zo zijn er nog veel meer opmerkelijke namen. Ze versterken de indruk dat het hele verhaal een constructie is.

Waarom hebben 19de- en 20ste-eeuwse geleerden zo weinig aandacht besteed aan de ongerijmdheden in de Mohammedbiografieën?

De biografieën zijn te eendimensionaal voor een historisch verslag. In honderden bladzijden maken karakters van personen geen ontwikkeling door. Verrassend vaak komen er in de verhalen mensen samen, van wie de nakomelingen veel later een belangrijke rol in het islamitische wereldrijk zouden spelen. Het is alsof de vertellers dat al wisten.

Of een verhaal waarschijnlijk is of niet, doet er weinig toe - het leven zelf is vaak onwaarschijnlijk. Het wordt wel verdacht wanneer er identieke verhalen zijn waarin alleen andere hoofdrolspelers optreden.

Als de verhalen over Mohammed historisch juist zijn, dan is hij zonder twijfel de Boodschapper van God, want zoveel toeval is menselijk gesproken onmogelijk. Maar modern denkende mensen zullen een andere verklaring zoeken: dat deze verhalen geen historische verslagen zijn maar aangepaste volksliteratuur. Die aanpassingen werden misschien wel razendsnel gecreëerd om een nieuw geloof te verkondigen: 'Mohammed is de boodschapper van God'.

Er is nog een hard en objectief argument dat pleit voor het fictiekarakter van de biografieën. De oudste samenhangende biografie dateert van ongeveer 800, en is van de hand van Ibn Ishaaq en Ibn Hishaam. Ze hebben hun materiaal nauwkeurig chronologisch geordend. Maand voor maand beschrijven ze de lotgevallen van Mohammed. Tot voor kort waren geleerden onder de indruk van die nauwkeurige chronologie. Maar er is iets vreemds aan de hand. Volgens de Mohammedbiografieën zelf en ook de Koran hadden de oude Arabieren een zonnejaar. Maar hun maanden waren, net als in de huidige islamitische kalender, gebaseerd op de maan. Ze hadden twaalf 'maanjaren', en dat levert niet de vereiste 365 dagen per jaar op. Er was daarom elke drie jaar een schrikkelmaand nodig om de kalender in de pas te laten lopen met de seizoenen. Koran 9:37 vervangt dat systeem met het maanjaar, zoals de moslimkalender dat sindsdien kent en waardoor bijvoorbeeld de vastenmaand ramadan elk jaar zo'n elf dagen opschuift. Volgens de biografieën vond die verandering plaats in maart 632, kort voordat Mohammed overleed.

Nu doet zich bij Ibn Ishaaq en Ibn Hishaam het opmerkelijke verschijnsel voor dat er in hun gedetailleerde chronologische overzicht nooit een schrikkelmaand voorkomt. Terwijl er in de beschreven periode ongeveer zeven schrikkelmaanden zaten. Waarom wordt geen enkele actie van Mohammed in een schrikkelmaand vermeld? Dat valt niet uit te leggen. Het wekt de indruk dat de verhalen nog veel later dan tot nu toe is aangenomen zijn gebundeld, in een periode waarin men de schrikkelmaanden was vergeten.

Er zijn andere verklaringen mogelijk, maar geen daarvan vergroot het prestige van de biografieën. Refereert bijvoorbeeld Koran 9:37 aan het slot van hoofdstuk 6 van het apocriefe bijbelboek van de Jubileeën (dat juist het maanjaar verbiedt en vervangt met een zonnejaar van 52 weken) en hebben de biografen dat niet begrepen? Zou dat hele verhaal over de hervorming van de kalender ook een poging kunnen zijn om het mysterieuze koranvers 9:37 te voorzien van een historische context? Zo ja, welk ander materiaal van de biografieën is dan evenmin gebaseerd op een historische herinnering, en is alleen maar koranuitleg?

De spirituele macht van de kerken nam af toen de historische bijbelkritiek het publiek duidelijk maakte dat, in de woorden van Gershwins 'Porgy and Bess', it ain't necessarily so.

Zou zoiets ook kunnen gebeuren in de moslimwereld als de ware aard van de Mohammedbiografieën duidelijker wordt? Die mogelijkheid maakt onbevangen onderzoek zoals verricht door kritische islamgeleerden als Christoph Luxenberg, Karl-Heinz Ohlig, Gerd-Rüdiger en Elisabeth Puin en Volker Popp, tot een morele en intellectuele plicht. Zij proberen via eigentijdse bronnen van de meest uiteenlopende aard te achterhalen wat er echt kan zijn gebeurd, zonder zich te laten leiden door de islamitische orthodoxie en twijfelachtige levensbeschrijvingen van Mohammed.

Er is gedegen wetenschapsbeoefening nodig om uit te maken welke suggesties idioot of ongefundeerd zijn, en wat overeind blijft. En hier hebben we een probleem: het materiaal waarmee we werken kan schaars zijn, slecht verkrijgbaar of moeilijk te interpreteren. Veel van mijn collega's zullen aarzelen om mee te doen aan zulke onderzoeksprojecten - omdat het allemaal erg ingewikkeld is, of uit respect voor de islam en de moslims.

Tot die collega's kan ik alleen maar zeggen: rawwaHakum Allah - Rust in vrede.

Dit is een bewerking van een referaat dat Hans Jansen onlangs hield op een congres van de stichting Inarah in Otzenhausen (Duitsland). Inarah bevordert kritisch onderzoek naar de begintijd van de islam. De oorspronkelijke, Engelse tekst is te vinden op www.arabistjansen.nl/Arabist/Otzenhausen14.html.

Met dank aan Eildert Mulder.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden