Het wad raakt het zand kwijt, dat het eerst heeft verzameld

Terwijl het strandseizoen afloopt, begint het zandseizoen weer: landbouw, wegenbouw en bouw hebben honderdduizenden tonnen nodig. Er is een overvloed van, onder de zeespiegel en onder de grasmat, maar zodra iemand het gaat halen komen de problemen.

Deel 1 van een driedelige serie: Halen bij Texel.

In het noordwesten zet Texel een hoge rug op. In het zuidwesten de flats en kranen van Den Helder. Aan stuurboord strekt de Waddenzee zich uit zover het oog reikt, aan bakboord stuiven viskotters voorbij - het is maandagmorgen, de garnalen zullen er deze week weer van lusten. Ons schip ligt stil, de zwarte baggerbal op de voorplecht in top. Daarnaast de vlag van de olieboer - dat is nou eenmaal de gewoonte - en van de rederij zelf, De Vries & Van der Wiel. De zuigmond zakt omlaag in zijn takels, de pomp slaat aan. Een kwartiertje later staat de Grinza IV letterlijk boordevol water, het stroomt aan beide boorden de spuigaten uit.

Grinza staat voor grind en zand, legt Jan van de Wolfshaar van de rederij uit. En dat de oprichters van De Vries & Van der Wiel die naam voor al hun schepen kozen was heel begrijpelijk: 'Zagri' was al door een concurrent ingepikt.

Grinza IV is een schip van de Dortmunderklasse, wat wil zeggen dat het 67 meter lang is en 8,20 meter breed en zonder problemen met sluizen de Rijn op zou kunnen varen. In plaats daarvan vaart Grinza IV met enige regelmaat de Waddenzee op, om er zand te zuigen waar Noord-Holland naar hongert. Het kan zijn dat er huizen gebouwd gaan worden, of een weg aangelegd. In dit geval hebben we speciaal, tamelijk fijn zand nodig omdat een bollenboer na de oogst zijn akkergrond weer eens wat wil verrijken.

Die onnatuurlijke toestand van een overlopend ruim verraadt juist de veilige opbouw van Grinza IV. De beun is een ruim in het ruim, de speling tussen beun en scheepshuid schept in feite een groot drijflichaam, dat bovendien nog in een aantal compartimenten is gescheiden. Dat zinkt niet zomaar.

Fontein

De pompen doen daar wel hun best voor. De zand-met-waterstralen die op een dozijn plaatsen uit de randen van de beun komen, vormen een smerige fontein, tot de openingen onder water komen en ze vooral lawaai maken. Water stroomt over de boorden, maar daar zit nauwelijks zand bij, hoogstens slib dat de schipper maar al te graag kwijt wil. Zand is zwaarder dan water, dus het zand bezinkt, de beun raakt er steeds voller mee en Grinza IV komt hoe langer hoe dieper te liggen.

“Dit is mooi zand”, zegt Van de Wolfshaar, terwijl hij keurend een beetje tussen de vingers wrijft. Kijk, er zit ook nog eens wat schelp in, die kalk vindt de boer prettig.”

Niet overal op het wad ligt dit zand. Onder de zeespiegel - het valt hier nooit droog - strekt de zandbodem zich uit in lange, golvende ruggen; hier is het vijf meter diep, honderd meter verderop weer tien. De kunst is, het goede zand te vinden op de goede diepte. En als het op is, weer een stukje verderop te gaan winnen.

Ooit komt het zand dan wel weer terug. “In principe is het een oneindige bron”, zegt Van de Wolfshaar. “Niet zoals op het IJsselmeer, waar we ook een concessie hebben. Wat je daar uithaalt krijg je niet meer terug, uiteindelijk zul je daar alleen nog maar kunnen baggeren om de vaargeul op diepte te houden.”

Zandvreter

Hydromorfologisch onderzoek, om er maar eens een moeilijk woord tegenaan te gooien, geeft hem gelijk, maar niet op een manier die voor hem gunstig is. Onderzoek van de zandbewegingen in de Waddenzee, de zeegaten en de grote Noordzee daarachter heeft aangetoond dat het Wad een zandvreter is. De zeespiegel stijgt, al eeuwen, maar zo langzaam dat de binnenzee achter de Waddeneilanden erin slaagt met het stijgende water in evenwicht te blijven. Elk opgaand tij komt er zand mee met de vloedstroom, elk afgaand tij vertrekt er weer zand, maar als de zeespiegel stijgt, wordt het Wad vanzelf wat dieper, stroomt het water vanzelf wat langzamer en blijft er gemakkelijker iets achter wanneer het water met eb weer vertrekt. Zo houdt de zeebodem de zee bij.

En waar moet dat zand vandaan komen? Het kan maar van één plaats komen, helaas voor De Vries & Van de Wiel: de Noordzeekust. Diezelfde kust waar Rijkswaterstaat al jaren zand op aan het aanbrengen is omdat we Egmond aan Zee niet kunnen missen, het langs een basalten zeedijk zo lastig zonnebaden is en het in de polders achter de duinen anders zo nat en zo zout wordt.

“Dat zeggen ze, ja. En daarom mogen we na 2000 geen zand meer in de Waddenzee winnen. Maar een alternatief hebben we ook nog niet.”

Van de Wolfshaar ziet het daardoor wat somber in voor alles wat straks zand nodig heeft in Noord-Holland, althans het noordelijk deel daarvan. De zandbedrijven hebben wel een alternatief voorgesteld, toen tien jaar geleden het einde van de winning op het wad werd aangekondigd: in plaats van de Dortmunders zouden zeegaande sleephoppers het zand moeten winnen, net zoals dat ook elders op de Noordzee gebeurt, bijvoorbeeld bij IJmuiden. Die kunnen bij Den Helder niet naar binnen, daar is de Koopvaarderssluis net te klein voor. Daarom moeten die hoppers het zand in een grote leeggebaggerde bak voor de haven storten, een buitengaats depot. Daar moet het zand worden opgezogen door kleinere vaartuigen die het binnengaats kunnen brengen: de Grinza's en de Zagri's en noem maar op kunnen dan hun geld blijven opbrengen, de zandvoorziening is gewaarborgd en het is ook niet nodig om het zand elders in Nederland te kopen en met de benodigde binnenschepen het Noord-Hollands Kanaal te verstoppen.

“Maar daar moest een milieu-effectrapportage voor komen, en daardoor zal het depot er niet op tijd kunnen komen”, zegt Van de Wolfshaar, met het schouderophalen van iemand die het nu allemaal maar op zich af laat komen. “Tien jaar was kennelijk niet genoeg om het allemaal te regelen. Toen hebben we ook nog voorgesteld om als overgang een aantal jaren op het Amstelmeer zand te winnen, binnendijks dus. Maar ook daar waren weer milieubezwaren tegen.”

De pomp heeft onverstoorbaar zijn werk gedaan. Alsof het zand nog eenmaal duidelijk wil zeggen dat het wadbodem is, gluurt het in bleke banken hier en daar boven het ruwe wateroppervlak uit. Maar dat is niet helemaal de bedoeling. Dansend maakt de dekknecht, na eerst vaste grond te hebben gezocht met een schop, de weg vrij voor water dat naar de laatste kuilen stroomt om daar weer extra zand af te zetten. En uiteindelijk stoppen de pompen, terwijl het schip zo diep ligt dat het water nu de spuigaten in stroomt. Grinza IV is geladen.

Een halfuur later liggen we voor de sluis. Inmiddels met de spuigaten weer boven de waterlijn, want onder de bodem van de beun zit een drainagesysteem dat het vele water dat nog uit het zand zakt meteen overboord pompt. Straks, in het Noord-Hollands Kanaal, gaat er nog een vracht zoet water overheen om het zeezout weg wassen. En verderop bij Schagen gaat het de vrachtwagens in. Vanmiddag nog wordt het door landrotten ondergeploegd.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden