Het wachten is op nieuwe lezers

Als student besloot de Amerikaan Aaron Lansky de Jiddische boeken te redden die overal bij het vuil gezet werden. Vijfentwintig jaar, een eigen bibliotheek en anderhalf miljoen boeken later, zoekt Lansky een nieuwe generatie lezers voor zijn 'radicale' literatuur.

Er is haast geen doorkomen aan in het achterste deel van het Nationale Jiddische Boekcentrum in Amherst, Massachusetts. Overal staan nog ongeopende dozen vol boeken uit Australië, Californië of New Jersey. Wagentjes met stapels gesorteerde boeken en boxen met het opschrift 'kapot' en 'Hebreeuwse religieuze boeken -Te begraven' versperren de doorgang. Een scanapparaat, waar alle postpakketten uit angst voor bommen eerst doorheen moeten, beslaat een hele muur.

Maar boven dat alles torent een grote houten krat uit. Volgens de vrachtbrief komt die van de Joodse gemeente uit Bulawayo, Zimbabwe. ,,Daar waren, toen het land nog Rhodesië heette, Joodse immigranten neergestreken die zelf Jiddische boeken uitgaven en in Afrika verspreidden. Na de onafhankelijkheid trokken de meesten van hen weg en verdwenen de boeken naar een kelder onder de synagoge. Een rabbijn diepte ze op en stuurde ze ons'', verhaalt directeur Aaron Lansky (48).

Onder de duizend boeken zaten unieke titels. Lansky wijst naar een vitrine verderop waarin het boek ligt van de verder onbekende Leybl Feldman over het Joodse leven in Oudtshorn, Zuid-Afrika, rond 1940. Daarin neemt die de razendsnelle opmars van de struisvogelboerderijen in zijn gemeenschap op de korrel. ,,We hebben veel geluk gehad'', weet Lansky. ,,Enige tijd na de zending brandde de synagoge, die van hout was, in een nacht tot de grond toe af.''

Of de andere ongeopende dozen ook schatten bevatten-Lansky weet het niet. Na 25 jaar als 's werelds voornaamste zamler (verzamelaar) van Jiddische boeken schat hij dat hij 65 procent van alle titels bezit die ooit verschenen zijn. Lansky zoekt vooral nog 19de-eeuwse boeken en werken uit de sovjet-tijd. Die kunnen voorgoed verloren zijn. Of op een dag uit een doos komen.

Er komen niet meer zoveel boeken binnen als toen Lansky begon. Maar toch nog altijd zo'n vijfhonderd per week. Bij de start van zijn reddingsactie dacht hij in twee jaar klaar te zijn. Er waren hooguit zeventigduizend boeken in Amerika, schatte hij toen. Aan de rest van de wereld dacht hij niet eens. Hitler had het Jiddisch in Oost-Europa uitgemoord, de Sovjet-Unie zat nog potdicht en Israël had die 'taal van de diaspora' in de ban gedaan, ten faveure van het Hebreeuws.

Na die twee jaar zou hij zijn opleiding Joodse studies opnieuw oppakken, waar hij Jiddisch als een bijvak had genomen, dacht hij. Maar al snel werd het redden van boeken zijn levenswerk. Hij heeft er anderhalf miljoen, van 120000 verschillende titels. En hij leidt een culturele instelling met 35000 leden, een van de grootste en actiefste Joodse verenigingen van Amerika.

Trots is Lansky zeker ook dat ,,,het Jiddisch een mooier huis heeft dan ooit in zijn geschiedenis''. Met recht. De acht jaar geleden gebouwde bibliotheek, in de vorm van een sjtetl, een 19de-eeuwse Joodse nederzetting in Oost-Europa, ligt te pronken in een appelboomgaard, midden in zachtglooiende heuvels. Het bevat een museum, dat dit jaar herdenkt dat Isaac Bashevis Singer, de enige Nobelprijswinnaar uit het Jiddisch, een eeuw geleden geboren werd, en een theater. ,,Dit huis voelt nog altijd als een geschenk uit de hemel.''

In de beginjaren trok hij met een busje de bejaardenhuizen van New York af. ,,Dat waren steeds erg emotionele ontmoetingen. Mensen huilden als ze me hun boeken gaven: 'Jongeman, ik geef je mijn erfenis. Jij bent mijn enige hoop', zeiden ze. We moesten blijven eten en hun levensverhaal aanhoren.'' Een oude man gaf hem de boeken die hij zelf ooit gered had uit de zaal bij een Joods kerkhof waar de lijken klaargemaakt worden voor de begrafenis. Hij had ze snel weggehaald, omdat ,,Di bikher zenen geven lebedike nefoshes (de boeken waren levende zielen).''

,,Ik kan moeilijk navoelen hoe diep dat zat. Het was de ultieme tragedie voor die generatie Oost-Europese immigranten, die een eigen moderne cultuur hadden helpen creeren, dat hun kinderen hen niet meer verstonden.'' Lansky was voor de meesten al te Amerikaans. Hij had thuis wat woordjes opgepikt, maar de taal echt op de universiteit geleerd. Hij was ook niet politiek zeer actief, wat de meesten van hen wel waren. Toch gaven ze hem hun boeken. Ze zagen geen alternatief.

Het waren avontuurlijke jaren, waarin Lansky 's nachts wakker gebeld werd omdat bijvoorbeeld op de 16de straat in Manhattan de hele bibliotheek van een opgeheven Jiddische vereniging in een vuilniscontainer gegooid was. Hij werkte de hele nacht in de stromende regen om vijf- van de achtduizend boeken met zionistische theorieën en memoires te redden uit de klauwen van de vuilniswagen. In een garagebox vond hij dan weer tienduizenden ellen theatermuziek.

Hij zette ook reddingsmissies buiten New York op. In Californië ploegde hij door de collectie van een communistische commune van kippenboeren. Hij voerde geheime missies uit naar Cuba en de Baltische staten, zodra het IJzeren Gordijn wankelde.

De tijd van de dramatische operaties is nu wat voorbij. ,,We krijgen hooguit twee keer per jaar telefoontjes van hoogbejaarden. Die hele generatie immigranten is nu wel gestorven. De pakketjes die we nu binnenkrijgen komen van hun kinderen die met boeken in hun maag zitten die ze niet kunnen lezen.''

Hij vertelt, ook in zijn onlangs verschenen boek 'Outwitting History' (De geschiedenis te slim af zijn) dat hij voorbereid was op dat moment. Hij wilde geen boeken redden om ze vervolgens op een nieuwe plek te laten verstoffen. Ze moeten nieuwe lezers vinden. ,,Het mag geen mausoleum zijn voor een vermoorde cultuur. Als je dat zou doen, rond je op een bepaalde manier het uitroeiingsproces af.''

Het centrum stuurt titels die het dubbel heeft naar andere bibliotheken om ook daar studiecollecties op te bouwen. De Friese Provinciale Bibliotheek, het Amsterdamse Multatuli-museum en de Universiteit van Amsterdam zijn de Nederlandse namen op de verzendlijst.

Maar echt veel heeft Nederland tot nu toe niet gekregen, net zoals Lansky zich niet kan heugen ooit zendingen van Nederlandse particulieren gehad te hebben. Hoewel het Nederlands nogal wat Jiddische woorden telt, zoals sjofel, goochem, sof, penose, bajes, Mokum, mesjogge, smoezen en afpeigeren, is het West-Europese Jiddisch al eeuwen verdwenen. ,,Amsterdam bezat geen eigen negentiende-eeuwse literatuur. Wat daar rondging, hadden Oost-Europese immigranten meegebracht en dat is erg algemeen.''

Acht jaar geleden dacht hij, dankzij een forse schenking van filmregisseur Steven Spielberg, de verspreiding van het Jiddische boek een grote impuls te geven. Het Centrum liet 35000 titels digitaliseren, zodat ze voortdurend in druk blijven. Via de website kun je uit die titels bestellen, waarna apart voor jou, snel en goedkoop een nieuw boek gedrukt wordt.

Het Spielberg-project zorgde voor erg veel publiciteit. Maar het resultaat valt tegen. Het centrum heeft een klantenbestand van vierduizend mensen opgebouwd, maar drukt per jaar gemiddeld niet meer dan duizend boeken.

Het Jiddisch lijkt als spreektaal voorlopig veilig. De snelgroeiende ultra-orthodoxe gemeenschappen van Antwerpen, Jeruzalem en Brooklyn gebruiken die taal nog elke dag. Maar zij raken de literatuur met geen vinger aan; die is te werelds, treif, onrein. Het aantal niet-orthodoxe Jiddische spreker blijft snel achteruitgaan.

Om de literatuur die in de 19de eeuw in Oost-Europa zo'n grote bloei doormaakte aan komende generaties door te geven, moet het centrum veel meer titels dan de twee of drie per jaar, zoals nu, laten vertalen en het onderwijs meer moeten stimuleren, beseft Lansky. ,,Het verzamelen van boeken was zwaar, maar te doen. Het echte moeilijke werk ligt nu voor ons.'' Het centrum geeft ook een Engels blad over literatuur uit en verzorgt Jiddische radioprogramma's.

Lansky gelooft dat zijn literatuur de geschiedenis te snel af zal blijven. Omdat ze zo radicaal is. Het Jiddisch was de taal van de marginaliteit. Ze sprak niet over macht of over wapens. Vrede en sociale gerechtigheid waren voor de sprekers geen abstracte woorden, maar concrete overlevingstrategieën. Die moest steeds omgaan met grote tegenstellingen; tussen christelijk en niet-christelijk en tussen traditie en moderniteit.

,,Deze boeken staan voor een tegencultuur, uitdaging van bestaande waarden. Nu meer dan ooit, nu het Jiddisch minder gesproken wordt. En dus denk ik dat die oude boeken die we gered hebben op een dag de nieuwe lezers vinden die ze verdienen.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden