Review

Het waarom van het koorddansers tekenen

Hilde Dillen: 'Koorddansen', 152 p, SUN, ¿ 24,50; Tim Wynne-Jones: 'De maestro', vert. Janneke van der Meulen, 223 p, Gottmer/Jenny de Jonge, ¿ 29,90; beide vanaf 14 jaar.

Intrigerend aan 'Koorddansen' is dat een vrouwelijke auteur volkomen geloofwaardig in de ik-vorm over mannelijke homoseksualiteit schrijft. Hoofdpersoon is de 16-jarige Daniël Lichterman, die met zijn moeder, een succesvol fotografe, samenwoont. Meteen is duidelijk dat moeder en zoon het goed kunnen vinden samen, non-conformistisch zijn, dat ze gerieflijk aan zee wonen, en hun uiterlijk en innerlijk met nonchalante chique verzorgen. Maar ook wordt meteen duidelijk dat Daniël het ergens moeilijk mee heeft: hij is in therapie bij een jeugdpsychologe, die uit hem probeert te krijgen waarom hij zo graag koorddansers tekent, maar die hij met een kluitje in het riet stuurt. Daniëls moeder moet vijf dagen voor een reportage naar Toscane, hij is dus een tijdje alleen thuis.

In een mix van herinneringen en gebeurtenissen tijdens die dagen komt de lezer er geleidelijk achter wat er met Daniël aan de hand is. Een herinnering aan het circus, waar Daniël tijdens een repetitie in de ban raakte van de koorddanser-in-duivelspak, die zonder veiligheidslijn of valnet werkte, en hem, Daniël, na afloop bij zijn kin greep en 'nice boy' noemde. Zijn moeder vond de man een griezel, maar bij Daniël had het 'trillend netwerk van gespannen pezen' homo-erotische gevoelens gewekt.

Als Danieë belaagd wordt door potenrammers, 'vettige puistenmormels en randdebielen' in zijn vocabulaire, die hij van zijn middelbare school kent en die hem voor flikker uitmaken, trekt de mist die er over zijn verdriet hangt, langzaam op. Dan komen de herinneringen boven aan de warme liefdesrelatie die hij had met Leonard, zijn leraar Latijn, die hem 'mijn koorddanser' noemde.

En dan komt er veel tegelijk boven: de hetzerige sfeer binnen de schoolgemeenschap toen hun relatie bekend werd tegenover de welwillende, begrijpende houding van zijn moeder die Leonard graag mocht; de anonieme bedreigingen; het ongeluk waarbij Leonard om het leven kwam; de schuldgevoelens. En daardoorheen Daniëls groei, in een paar dagen, van slachtoffer naar weerbaar mens die naar vergelding zoekt, zich sterk maakt naar zijn kwelgeesten en zich niet meer 'laat belazeren door gespecialiseerde deskundigen', therapeuten dus.

Verwijzingen

Hiermee is lang niet alles gezegd over 'Koorddansen'. Het boek bevat allerlei verwijzingen: naar de fotograaf Cartier-Bresson, naar Ramazotti, naar Jostein Gaarders 'De wereld van Sofie'. Hilde Dillen werkt met thematische herhalingen: steeds komt het koord terug als instrument van leven en dood, en Daniëls verhaal lijkt op dat van zijn moeder, toen zij jong was en haar geliefde verloor. Dillen gebruikt ook tegenstellingen, vooral licht en donker (passend bij de fotografie van de moeder): zo heet Daniël Lichterman, en Leonard Donckers. En de lezer die mocht denken dat Daniël zich wel erg verheven voelt boven het plebs, leest in het motto het omgekeerde: 'O geef jezelf geen air/ van superioriteit' (Sandro Penna). Naast deze literaire kwaliteiten is 'Koorddansen' ook maatschappelijk actueel, en wel als pleidooi voor helder denken en genuanceerd oordelen in kwesties van relaties tussen leraren en leerlingen in het middelbaar onderwijs: niet alles is pederastie.

Is Leonard voor Daniël de volwassene die een beslissende wending aan zijn leven geeft, voor de 14-jarige Burl uit 'De maestro' is dat een excentrieke pianist, die hij midden in de wildernis ontmoet, en in wie kenners de overleden Canadese pianist Glenn Gould herkennen. Burl ontmoet hem als hij op de vlucht is voor zijn gewelddadige vader. De maestro is ook op de vlucht, en wel voor zijn eigen beroemdheid: hij trekt zich terug uit het society-leven van Toronto in de eenzaamheid van de wouden. Hij heeft er aan een meer een merkwaardig bouwsel laten neerzetten rond een enorme vleugel, om eindelijk zijn opus magnum te kunnen schrijven: een oratorium over de Openbaringen van Johannes.

Prachtig is de confrontatie tussen het natuurkind Burl, dat zonder angst een beer verjaagt, en de kunstenaar Nathaniël Gow, die op pillen leeft. De even geniale als geschifte pianist is absoluut niet in staat om in de natuur te leven: zo roept hij, als Burl een vis voor hem vangt, verontwaardigd uit dat hij vegetariër is. Ze raken echter wel sterk door elkaar geïntrigeerd.

Jammer genoeg duurt deze confrontatie maar kort: de rusteloze pianist vertrekt en na korte tijd blijkt hij te zijn overleden. Burl wordt als zijn zoon beschouwd en zal het huis mogen erven. Het loopt anders, want Burls echte vader zit hem op de hielen, en veroorzaakt een laaiende apocalyps in het huis, waarbij het manuscript van het oratorium verloren gaat.

'De maestro' leest als een trein. Vooral in het begin klinkt de oerkracht van de natuur door in de gespierde taal; naar het einde toe is het de naar een climax klimmende confrontatie tussen de zoon en zijn biologische vader die boeit. En net als in 'De koorddanser' groeit de hoofdpersoon door het gevecht heen naar een nieuwe, volwassener levensfase.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden