Het vuur is eruit bij het protestantse antipapisme

Reformatorische kerkbladen zijn in de loop van de twintigste eeuw steeds minder anti-rooms geworden, blijkt uit een afstudeerscriptie van de Christelijke Hogeschool Ede. De student-onderzoeker vindt die ontwikkeling ’gevaarlijk’.

Toen Johannes Paulus II in 1985 Nederland bezocht, schreef De Wachter Sions, het kerkelijk weekblad van de Gereformeerde Gemeenten in Nederland: „Het is niet te veel gezegd, dat we de paus van Rome, in de lijn van onze gereformeerde vaderen, de antichrist noemen.”

Daarmee sloot de auteur zich aan bij wat het blad eerder had geschreven: „In alle opzichten draagt de paus de kenmerken van de antichrist” (citaat uit 1959), en: „De paus van Rome, die zichzelf in de plaats van Christus heeft opgeworpen en alzo de antichrist is” (1960).

Sinds de oprichting in 1953 vaart De Wachter Sions een stabiele anti-roomse koers, concludeert Kees van den Hoven (27) in zijn afstudeerscriptie ’Smeulend antipapisme’ van de opleiding journalistiek aan de Christelijke Hogeschool Ede. Hij onderzocht de berichtgeving over de rooms-katholieke kerk in vier reformatorische kerkbladen, waarvan de oudste bestaat sinds 1919.

Van den Hoven ging na in hoeverre de bladen de ’juiste’ reformatorische houding innemen ten opzichte van de rk kerk. De ’juiste’ houding is die van de oudvaders, de gereformeerde theologen uit de tijd van de Reformatie en de Nadere Reformatie. Die vonden dat profetische aanduidingen van de duivel van toepassing zijn op de paus: ’de zoon des verderfs’, ’de mens der zonde’, ’het beest’ en ’de hoer van Babel’.

Wie die visie consequent toepast, is niet alleen tegen de paus en de rk kerk, maar óók tegen kerkelijke eenwording en oecumene (waarbij protestantse kerken samen toenadering zoeken tot de katholieken) en tegen Europese eenwording – de grote landen in Europa zijn immers hoofdzakelijk katholiek, en de euro bevat het roomse symbool van de twaalf sterren.

Volgens Van den Hoven heeft De Wachter Sions deze zaken altijd resoluut afgewezen. Dat zou niet gelden voor de andere kerkbladen die hij onderzocht: De Saambinder (gereformeerde gemeenten), Bewaar het Pand (christelijk-gereformeerd) en het Kerkblad der Oud-Gereformeerde Gemeenten in Nederland. De houding ten opzichte van Rome van die laatste is volgens Van den Hoven ’zwak’: „Theoretisch is men antipapistisch, maar in de praktijk komt het niet sterk uit de verf.”

Bewaar het Pand van de christelijke gereformeerde kerken krijgt er van de onderzoeker nog steviger van langs. Dat blad is ’aangaande de visie op het pausdom en de antichrist afwijkend van de leer van onze gereformeerde voorvaderen’. Van den Hoven voegt daaraan toe: „Door het loslaten van het oude gereformeerde standpunt over de antichrist en het creëren van nieuwe opvattingen is Bewaar het Pand de weg naar Rome ingeslagen.”

Hier komt een makke van het onderzoek aan het licht: Van den Hoven is zélf uitgesproken anti-rooms. „De verderfelijke eenwording met Rome op kerkelijk en Europees gebied zal Gods eeuwige wraak oproepen”, zo weet hij. En: „Het woord ’smeulend’ uit de titel ’Smeulend antipapisme’ duidt op de kwijnende staat van het protestantse antipapisme in de reformatorische gezindte. Ons bijbels-protestantse erfgoed dat onze gereformeerde vaderen goed en bloed gekost heeft, wordt heden ten dage verloochend door voormannen in de brede gereformeerde gezindte.”

Kan een onderzoeker die zo denkt zijn onderwerp nog wel objectief benaderen? Jawel, zegt Van den Hoven desgevraagd. Volgens hem bevestigen ’deskundigen uit diverse hoeken van kerkelijk Nederland’ dat in de reformatorische gezindte de houding jegens ’de Roomse Kerk’ minder negatief is geworden.

Interessant is de vraag hoe dat zo gekomen is. Van den Hoven zocht daarvoor contact met de hoofdredacteuren van de onderzochte kerkbladen.

Volgens hoofdredacteur ds. Moerkerken van De Saambinder luidt het redactiestandpunt nog steeds: „Rome is een valse kerk en het pausdom een antichristelijke macht.” Dat zijn blad daar minder vaak over schrijft dan enkele decennia geleden, komt volgens Moerkerken doordat „in de Nederlandse situatie de macht en kracht van Rome in hoge mate is gereduceerd; andere machten zijn ervoor in de plaats gekomen: islam, seculier atheïsme.” De andere hoofdredacteuren bevestigen dat: er zijn voor de reformatorische gezindte tegenwoordig wel grotere gevaren dan de rk kerk.

Bovendien denkt Moerkerken dat de oprichting van het Reformatorisch Dagblad (in 1971) voor een verandering heeft gezorgd. Die krant heeft een sterke opiniërende rol voor de hele reformatorische kring, waardoor kerkbladen zich meer zijn gaan richten op ’kerkelijke en schriftuurlijke zaken’.

Hoofdredacteur ds. Van Heteren van Bewaar het Pand wilde niet ingaan op de vragen die Van den Hoven hem stelde. De onderzoeker: „Het is heel verkeerd als een hoofdredacteur zijn visie over een belangrijk onderwerp niet wil geven. Door de antichrist niet of vaag aan te wijzen, zorgt men dat het kerkvolk zich onbewust in die gevaren begeeft. En wat doet de hoofdredacteur? Kijkt hij alleen maar wat toe zonder via zijn blad richting aan te geven?”

In het nawoord bij de scriptie schrijft Van den Hoven dat hij hoopt dat zijn onderzoek vele ogen zal openen voor het grote roomse gevaar. „Want het is van tweeën een: óf u behoort tot het leger van de antichrist tegen Christus óf tot het kleine kuddeken dat staat voor de kroonrechten van en voor Christus.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden