Column

Het vrouwenquotum van Klaver berust op een misverstand

Lijststrekker Jesse Klaver (GroenLinks) Beeld ANP

Veel plezier heeft Jesse Klaver niet gehad van zijn belofte dat, als het aan hem lag, de helft van het volgende kabinet uit vrouwen moet bestaan. In de peilingen daalde Groen Links eerder dan dat het steeg, volgens De Telegraaf zelfs met drie zetels. Of dat allemaal aan deze uitspraak ligt valt te betwijfelen, maar geholpen heeft ze kennelijk niet.

Waarom zou Klaver zoiets zeggen? ‘Je moet ervoor zorgen dat iedereen gelijke kansen heeft,’ zo lichtte hij toe. Dat is een mooi uitgangspunt, maar het verdraagt zich slecht met een bij voorbaat vastgesteld quotum. Gelijke kansen zijn nu eenmaal niet hetzelfde als gelijke uitkomsten, zoals elke sportbeoefenaar weet. Sterker nog: wie bij voorbaat een uitslag in beton giet, lapt elke ‘gelijke kans’ aan zijn laars.

Ik geloof niet dat Klaver zich beriep op het argument dat het kabinet een afspiegeling van de samenleving moet zijn. Gelukkig maar, want als een kabinet iets níet is, dan is het wel een reflectie van de Nederlandse bevolking. Uitzonderingstoestanden als nationale en oorlogskabinetten daargelaten, is nu juist iets minder dan de helft van de bevolking er per definitie niet in vertegenwoordigd.

Dat is de helft die op de oppositie heeft gestemd – en die verdeling achten wij een groot democratisch goed. Het parlement vertegenwoordigt de politieke wil van het volk, de regering berust alleen op de meerderheid daarvan. Maar wanneer het bij het kabinet op het spel van mannetje-vrouwtje aankomt, wordt steevast vergeten dat de regering helemaal niet verondersteld wordt representatief zijn. Hoe mooi het ook is een flink aantal vrouwelijke ministers te hebben, het argument van evenredigheid gaat hier nu juist níet op.

Reacties

Klaver kreeg flink wat reacties op zijn belofte en die waren niet mals. Het ANP verzamelde er een paar en de NOS zette ze op zijn website. Ze zijn even voorspelbaar als het voorstel van Klaver zelf. Want politici die her en der géén quotum willen invoeren lijken inmiddels alleen met een lantarentje nog te vinden. De verleidingskracht ervan moet groot zijn. Met één simpele beslissing een maatschappelijk probleem oplossen: de schijn van die luxe is kamerleden of bewindslieden waarschijnlijk niet vaak gegund.

Dat het gros van de bevolking daar minder voor te porren is ontgaat hen dan al snel. Misschien omdat dat gros zich zelden hardop horen laat en de voorstanders vaak nogal luidruchtig en hardnekkig zijn. Wie in de politiek keer op keer zijn eisen te berde brengt, krijgt die op den duur wel voor elkaar: dat bewijst de geschiedenis al sinds het ceterum censeo van Cato de Oude uit de tweede eeuw voor Christus. Elke redevoering besloot deze Romeinse senator met de opmerking dat hij ‘overigens meende dat Carthago verwoest moest worden.’ Uiteindelijk wérd Carthago verwoest.

Herhaling is een krachtig retorisch wapen – al was het maar omdat de anderen na een tijdje de moed opgeven of het nóg maar eens aanvoeren van tegenargumenten te gênant zijn gaan vinden. Zo fanatiek zijn zíj nu eenmaal vaak niet. Ze leggen het hoofd in de schoot en geven toe: de koninklijke weg van een bevlogen minderheid om haar zin te krijgen. ‘We moeten ophouden met geloven dat populisten ons vertellen waar mensen zich echt zorgen om maken’: onverwacht krijgt de observatie van de politicoloog Jan-Werner Müller in het Financieele Dagblad een nieuwe betekenis.

Stokpaardjes

Quotering is slechts één, maar wel een opvallend voorbeeld van dit soort stokpaardjes van politici. Voormalig eurocommissaris Viviane Reding kon er geen genoeg van krijgen, ook al lieten de Europese regeringsleiders keer op keer weten niets te voelen voor een vastgesteld vrouwelijk minimum in de bestuursraden van grote ondernemingen. Minister Bussemaker doet hetzelfde met het percentage hoogleraren aan de Nederlandse universiteiten. En ook deze krant blaast daarbij af en toe haar deuntje mee.

De Nederlandse bevolking ligt, vermoed ik, niet wakker van die vrouwelijke hoogleraren. Ze heeft wel iets anders aan haar hoofd. En ook hoe de ministersploeg geslachtelijk is samengesteld, interesseert haar minder dan wat de regering dóet en of ze daarbij een beetje bekwaam te werk gaat. Gelijk heeft ze – al ontbreken de tegenstemmen niet. ‘Vanzelf gaat het niet gebeuren,’ zo reageerde een zekere Fiona op Klavers idee van afgedwongen sekse-gelijkheid.

Wie de Nederlandse politiek van de afgelopen twintig jaar bekijkt, kan vaststellen dat dat nogal meevalt. In de ministersploeg is de verhouding nu vijf tegen zeven. Maar het quotum als teken van daadkracht lonkt, hoe ongelukkig de geschiedenis daarvan ook is. Geen Europees land heeft ooit een hoger percentage vrouwelijke hoogleraren gehad dan het Roemenië van Ceausescu.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden