Het vreemdste dorp dat ik ken

Wie ben je als je alleen bent? Als de mensen die je dagelijks omringen er niet zijn? Elke Geurts verblijft in de oude pastorie van het voormalige gevangenisdorp Veenhuizen. 'De cowboy in de rolstoel en ik groetten elkaar. Hij was de eerste persoon tegen wie ik sinds dagen hardop iets zei.'

We zijn van onze woonplaats Amsterdam naar Veenhuizen vertrokken. Het voormalige gevangenisdorp. We zijn er in een oude pastorie terechtgekomen met elf kamers en een enorm stuk grond. Een huis waar schrijvers in alle rust mogen werken.

Het is avond. Buiten kraait/schreeuwt/roept een pauw. Vanaf morgen mijn enige metgezel.

In de kamer hiernaast hoor ik nu nog zacht de stemmen van mijn dochters van bijna elf en zes.

Mijn man zit in de achterkamer met zijn leesbril op. Tegenover hem, boven de bank, hangt een immens schilderij van pastoor Smits die hier van 1936 tot 1950 gewoond heeft en wiens geest hier nog altijd is. Dat voel je. Hij heeft een aardige blik in zijn ogen. Mijn man heeft exact dezelfde houding aangenomen als de pastoor, zie ik. Ze lijken op elkaar. Alsof hij voor een spiegel zit te lezen. Hij heeft alleen geen bijbel in zijn hand, maar een ander boek.

Nu zijn ze hier nog alle drie, maar vanaf morgen zal ik een maand alleen in deze pastorie blijven. Ik hoef daar niet steeds aan te denken, we leven tenslotte in het nu, maar het gebeurt.

Ik herinner me de momenten dat ik ooit eerder ergens alleen zat, in een uithoek. Het gefladder van een vleermuis rond mijn hoofd in de nacht. Het gescharrel van - naar wat later everzwijnen bleken te zijn geweest - in de stal onder mijn appartement. In mijn herinneringen word ik op die plekken constant omringd door Duisternis, Stilte. Angst is net als pijn, dat herinner je je pas echt weer als het er is. Gelukkig maar.

Ik zit nu aan een bureau waar veel schrijvers voor mij gezeten hebben. Hier zijn al heel wat boeken geschreven. Ook dat voel je. Hier moet het mogelijk zijn. De schepping staat hoog in het vaandel. We kunnen op de toewijding van pastoor Smits meesurfen.

Het is zover. Ik heb ze vanmorgen weg zien rijden, de oprijlaan af. Ik heb me omgedraaid, ben de pastorie binnengegaan. Er moet gewerkt worden. Dat staat in dit dorp op de huizen geschreven. 'Werk en Bid'. In die volgorde. Ik moet terugschakelen van een onderdeel van het gezin zijn, naar het volkomen verdwijnen in mijn werk of zo?

's Nachts schrik ik wakker van afschuwelijk gekrijs buiten. Beesten? Het is 02.05 uur zie ik op m'n telefoon. Warm in mijn slaapkamer. Donker ook. Ik probeer niet naar de stilte te luisteren, dan ga je er vanzelf iets in horen. Daar trap ik niet in. Zijn dat nou voetstappen op het grind? Wat is dat voor een kraakje? Hoor ik iemand zuchten? Ben ik dat zelf?

Nee, er is niets, helemaal niets, ik lig rustig en ontspannen in een oude pastorie in een voormalige dwangkolonie, nergens naar te luisteren, zo'n beetje weer in slaap te dommelen, als plotseling die witte vrouw voor mijn geestesoog verschijnt. Ik heb niet gemerkt dat ze hier binnengeglipt is, maar ze kan natuurlijk geluidloos door deuren en muren heen en maakt gebruik van zo'n onbewaakt ogenblik tussen waken en slapen in.

Heel dicht bij mij is het hoofd van een kwaadaardige vrouw. Ik heb haar verzonnen. Daar ben ik me van bewust, maar ook dat dat dus niets uitmaakt. Verzonnen of niet. Ze is er.

Hoe krijg ik haar weer weg?

Het wordt nog een hele krachttoer in mijn hoofd tussen verbeelding en werkelijkheid.

Door dit nu op te schrijven probeer ik iets meer controle te krijgen over dit soort zaken, zodat het alle nachten hierna een lachertje zal zijn.

Na een week ben ik in de kleine keuken neergestreken, mijn laptop op het plastic tafelkleed met roosjes. De geur van de gebakken vis van gisteravond hangt er nog omdat ik de achterdeur niet echt open durf te laten staan. In verband met de gevangenen die de tuin bijhouden. In de informatieve klapper staat: de achterdeur dichthouden. De gevangenen vriendelijk gedag zeggen mag wel, binnenlaten mag niet.

Ik wacht momenteel op de mobiele supermarkt die deze middag in het dorp schijnt te

arriveren. Een zak appels heb ik nog. En Norger Pindamix. Het begint nu wel heel karig te worden. Maar wat mij het meeste zorgen baart: de sigaretten zijn op.

Sinds m'n gezin weg is, heb ik geen brood meer gehaald en ook geen brood meer gegeten. Ik begin mijn dag net zoals twintig jaar geleden met een sigaret. Het valt me op dat ik meteen teruggrijp op gewoontes uit mijn studententijd. Veel roken dus. Yoghurt. Thuis eet ik het spul nooit. Ook opvallend is het dat ik in mijn eentje veel meer rommel maak, de afwas laat liggen, en dat ik nauwelijks aan persoonlijke verzorging doe als toch niemand het ziet. Dagenlang dezelfde broek aan, hetzelfde shirt, niet douchen. 'Nothing Else Matters' van Metallica.

In mijn eentje bekijk ik avond na avond documentaires over euthanasie, en lees ik op zelfmoord.nl verhalen van eenzame mensen die er misschien over een uur al een eind aan zullen maken. Is dit nu wie ik oorspronkelijk ben? Of heeft het met de tijdelijkheid van mijn verblijf te maken?

Daarnet heb ik een rondje door het dorp gerend om te kijken of ik die supermarkt al ergens zag rijden. Over de Pastoor Smitslaan reed alleen een elektrische rolstoel met een grijze cowboy erin, maar geen supermarkt. De cowboy en ik groetten elkaar. Hij was de eerste persoon tegen wie ik sinds dagen hardop iets zei.

Ik ben boven gaan zitten met uitzicht op een enorme leegstaande rk kerk. In deze lichte kamer sliepen twee weken geleden mijn meisjes nog. Het lijkt een eeuwigheid. Overmorgen mag ik een weekend naar huis om hun verjaardagen te vieren.

Ik zit hier echt niet alleen zo in grote afzondering omdat dat dat nu eenmaal moet als je schrijver bent. Dat is echt wel prettig. Maar schrijven kan overal, als je er eenmaal in zit. Nee, ik ben hier ook naartoe gegaan om wat afstand te hebben van mijn leven, huwelijksperikelen en de emoties die daar onherroepelijk bij komen kijken. Nooit geweten dat het leven zo'n uitputtend gebeuren kon zijn. Misschien heb ik nooit eerder zo tot aan mijn nek in het leven gezeten?

Daar moest ik dus echt even uit.

Hier is gelukkig wifi. (Waar) zou ik zijn zonder wifi? Als je zo op jezelf gaat letten als ik de laatste tijd doe, zie ik dat ik nogal veel in de weer ben met contact maken, kijken of ik contact heb. E.T. phone home. Is er al een berichtje? Een app, een sms, of misschien een mail? Bij de spam ook niet? Heeft al iemand mijn post leuk gevonden op Facebook? Besta ik nog wel?

Schrijven is precies hetzelfde. Contact zoeken. Communiceren. Het heeft allemaal toch iets met bestaan of niet bestaan te maken, zoals onze goeie ouwe Shakespeare al zei.

Kom ik uiteindelijk toch weer bij pastoor

Smits uit. Gisteravond lag ik op de bank onder het schilderij van pastoor Smits - die almaar op dezelfde vriendelijke en berustende manier de wereld in kijkt - 'Brieven aan God' te lezen.

Ik was bezig in 'Jij zegt het' van Connie Palmen. Maar werd moe van de lyriek.

'Brieven aan God' dus. Bestaan of niet bestaan. De overgave, dacht ik. De volledige overgave. Aan God, aan wifi, aan je werk, aan de eenzaamheid of aan Connie Palmen. Pastoor Smits wist precies wat mij te doen stond. Ik vertrouw steeds meer op hem, deze dagen. Mijn baken. Mijn herder. Er moet ergens iemand zijn.

Er komt een berichtje binnen van het thuisfront met een foto! Mijn man schuurt de balkondeuren van mijn werkkamer. Hij ervaart mijn afwezigheid als zeer prettig, is het bijschrift, en de meisjes hebben het druk met school, pianoles en speelafspraken.

Dat is in wezen goed nieuws.

Maar ik voel me een volkomen overbodig mens omdat iedereen daar blij, kalm en in z'n element is, nu ik er niet ben. Hij is zelfs al bezig mijn werkkamer weg te schuren. Wie ben ik als ik straks echt geen thuis meer heb?

Ik ga weer even onder het portret zitten.

En dan mag ik op weekendverlof, in een verder lege bus rijd ik vanaf Veenhuizen naar Assen, waar ik op de trein stap. Nog geen seconde later, stap ik mijn Amsterdamse nieuwbouwstraat in.

En dan zit ik met buurvrouwen en -mannen rond een nieuwe spierwitte picknicktafel die voor ons huis blijkt te staan, glazen wijn, partyknabbels. En dan zijn er mensen voor wie ik taart snij, thee maak, wijn inschenk - wit, rood, of heel iets anders, koffie, hebben jullie suiker? - broodjes zalm smeer, kaasjes op een plankje leg, bakken chips vul, felicitaties met mijn elfjarige dochter en ook nog met mijn zesjarige dochter, slingers, ballonnen, lollies, en dan zijn er tien kinderen die vragen of ik ze help bij het knippen van hun kroontje, en er zijn tien studenten die me aankijken voordat ik met de les begin, er is mijn familie, er zijn vrienden, logeetjes, ík ben er.

En dan moet ik alweer gaan, ik zeg de meisjes gedag, droog op het toilet mijn tranen, werp vanuit een volle tram de echtgenoot een kushandje toe.

"Je móet niet weg, hè? Je mag terug als het je niet bevalt", had een buurman me ingefluisterd.

Een seconde later ben ik weer in de pastorie. Met de pauw. En pastoor Smits. Alsof ik nooit ben weggeweest en er ook nooit meer weg zal gaan.

De gevangenen maaien mijn tuin. Ze rijden rond het huis op elektrische grasmaaiers. In oranje hesjes. Langwerpige magere koppen. Ik zou er zo tussen passen.

Ik steek mijn hand naar ze op, "Hoi, hier ben ik." Maar ze kijken niet op naar de vrouw achter het keukenraampje, in haar gestreepte truitje.

Soms weet ik niet of ik zelf in detentie ben of dat het de uitstraling van het dorp is die bij tijd en wijle naar binnen slaat. Veenhuizen is het vreemdste dorp dat ik ken. Het meest hou ik hier van het Pastoor Smitslaantje. Het is onverhard en daardoor ongedwongen. Met die hoge bomen ernaast. Er staan overal rijksmonumenten met strenge teksten op de gevels: 'Opvoeding'. 'Controle'. 'Orde en Tucht'. 'Werk en Bid'. 'Leering door Voorbeeld'.

'Opvoeding' staat te koop.

Het kapitale pand waarop 'Geestkracht' staat is dichtgespijkerd. Planken voor de ramen en de voordeur. Hoog gras in voor- en achtertuin. Opgesloten zijn is niet goed voor 'Geestkracht'.

Recht tegenover de gevangenis staat 'Levenslust'.

Ook 'Levenslust' is te koop. Het is allemaal een stuk minder duur hier dan in de Randstad. 'Levenslust' is hier tenminste nog te betalen. 'Geestkracht' moet snel opengebroken worden.

Alleen op de pastorie, toch ook een kapitaal pand, staat geen opvoedkundige leuze. Dat komt: pastoor Smits rules here. Misschien had er 'Liefde' op deze gevel moeten staan. Dat mis ik nog een beetje.

Schrijvers Elke Geurts, Maartje Wortel, Wanda Reisel, Marjolijn van Heemstra, Olaf Stomp, Ernest van der Kwast en Karin Sitalsing maakten voor Zomertijd een verhaal over de plaats waar hun wortels liggen. Willen ze terug? Roept die plek van ooit weerzin op of hebben ze heimwee? Vandaag a¿evering 4, over tijdelijk afstand nemen.

De fotograaf

Emma Hopstaken (1993) zit in het vierde jaar van de KABK in Den Haag. Ze specialiseert zich in modefotografie. "Maar geen platte mode. Ik probeer sferische beelden te maken, emotie op te roepen. De focus ligt niet puur op de kleding." Voor de foto's bij dit verhaal bleef ze dicht bij haar eigen stijl. Ze gebruikte een model, Anniek Vermeulen. "Ik vond haar goed bij het verhaal passen. Ik hou van modellen die iets aparts hebben, iets kenmerkends."

www.emmagabrielle.nl

De schrijver

Elke Geurts (1973) studeerde dramaschrijven en literaire vorming aan de Hogeschool voor de Kunsten Utrecht. In 2008 verscheen haar debuut 'Het besluit van Dola Korstjens'. De bundel werd genomineerd voor diverse prijzen en door NRC Handelsblad verkozen tot een van de beste boeken van 2008. In 2013 verscheen 'De weg naar zee'. Op haar website elkegeurts.nl houdt ze bijna dagelijks een weblog bij.

www.elkegeurts.nl

Deze serie wordt geïllustreerd door studenten fotografie van drie verschillende academies

En dan moet ik alweer gaan, ik zeg de meisjes gedag, droog op het toilet mijn tranen, werp vanuit een volle tram de echtgenoot een kushandje toe

Is er een app, een sms, of misschien een mail? Heeft iemand m'n post al geliket op Facebook? Besta ik nog wel?

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden