Het voorgeborchte van de hel ligt op Ganymedes

Paginabreed stonden ze deze zomer in de kranten: de foto's van Ganymedes, een van de manen van Jupiter. Ganymedes lijkt op de aarde, al is zijn oppervlak gepokt en gemazeld door bombardementen van kometen, asteroïden en meteorieten. Maar wat stond er echt op die foto's? Wat was er werkelijk te zien in dat bobbelige geheel van darmen, boomstronken en zwarte gaten? “Opgewonden zocht ik naar de krantenknipsels met de foto's van Ganymedes. Even later lagen ze naast elkaar op mijn bureau: Ganymedes en Dado's Le Massacre des Innocents. De gelijkenis is griezelig treffend.”

Nu zweeft Ganymedes als een maan van Jupiter door het heelal. Ook als maan is hij bijzonder mooi. De afgelopen zomer stonden er foto's van hem in de kranten, gemaakt door de Amerikaanse ruimtesonde Galileo. Prachtig. Je zag meteen dat het kunst was. Ik herkende in een van de foto's onmiddellijk de korenvelden van Van Gogh, hoewel het bij nader inzien ook een uitvergrote close-up van een boomschors kon zijn. Een andere foto, die in sommige kranten bijna paginabreed werd afgedrukt, toonde een bobbelig geheel van darmen, boomstronken en zwarte gaten. Wat inkleuren, een lijst eromheen en ze kunnen zo aan de muur in het Stedelijk, dacht ik.

Een nare flits. Eerst vergat ik het, maar al gauw herinnerde ik mij telkens weer dat de darmige foto mij heel even een onplezierig gevoel van herkenning had gegeven. Dat gevoel kreeg er in de loop van de zomer een achterdochtig trekje bij: werden wij opnieuw door de Amerikaanse space freaks belazerd?

Kort daarvoor had ik een goed gedocumenteerd boek gelezen waarin betoogd wordt dat de aarde wel degelijk zo plat is als een dubbeltje, precies zoals men het vroeger geloofde. De vanuit satellieten en ruimtevoertuigen genomen foto's die het tegendeel aantonen, zouden met vervormende lenzen zijn genomen. Ziekelijke argwaan? In het begin van de jaren zeventig landden de Amerikanen op de maan. Dat deden ze daarna nog een paar keer en toen hoorde je er nooit meer wat van, wat zeer in strijd is met de wet van de technische vooruitgang. Die wet luidt dat de technische vooruitgang niet te stoppen valt, maar altijd doorholt als een blind paard. Harry Mulisch kan er slecht tegen en Marcel van Dam wil dat we van de nood een deugd maken. If you can't beat them, join them. Vandaar dat zo veel socialisten nu ook in aandelen handelen.

Maar waarom hield die technische vooruitgang wel plotseling halt op de maan? Waarom kreeg dit weergaloze technische succes geen vervolg? Waarom staan er nu geen overkoepelde huizen aan de kraterranden? Waarom kunnen wij geen space-vakantie boeken naar de maan? Het antwoord is heel simpel: de Amerikanen zijn nooit op de maan geweest. Het was the greatest show on earth, een Amerikaanse megaSTER-reclame, een Hollywood produktie, het best bewaarde Pentagon-geheim van de jaren zeventig. Ik voelde het destijds meteen. Het vertraagd opgenomen gespring van Michelin-mannetjes op een uitvergrote gatenkaas heb ik nooit serieus kunnen nemen. Later werd mijn argwaan bevestigd in krantenberichten. De maanlandingen zouden opgenomen zijn in een studio om de Russen ervan te overtuigen dat de Amerikanen weliswaar de slag om de eerste mens in de ruimte hadden verloren, maar dat die achterstand in technische kennis inmiddels in een ruime voorsprong was omgezet. Verstandige vrienden van mij vonden dit lachwekkende onzin, maar ik geloof het nog steeds. Het verhaal is te ongelooflijk om niet waar te zijn.

Achterdocht kan groeien als een aardbeienplant. De langste uitlopers wortelen zich in de grond en beginnen daar een zelfstandig bestaan, of, zoals het in liberaal jargon heet: ze beginnen voor zichzelf. En zo gaat dat maar door tot overal in je tuin aardbeien groeien. Mijn achterdocht met betrekking tot de foto's van de mooie Ganymedes plantte zich als wilde aardbeien voort zodat ik op een warme zomernacht om vier uur rechtop in bed zat: “Ik weet het! Ze hebben Dado gefotografeerd, die oplichters van NASA!'.

Je kunt je heel eenzaam voelen, zo midden in de nacht, met een groots inzicht dat bovendien de belofte van een nog grootser inzicht in zich draagt.

Dado is de kunstenaarsnaam van Miodrag Djuric. In 1956 vluchtte hij ruimschoots op tijd uit zijn geboorteland Joegoslavië en vestigde zich in Parijs, waar hij een solitair leven leidde en hard werkte. Exposities volgden elkaar op. Boijmans Van Beuningen wijdde in 1974 een retrospectieve tentoonstelling aan zijn werk dat een sterk fantastische thematiek heeft. Op zijn inkttekening Sans titre laat hij een stok met prikkeldraad uit de rug van een grazend schaap groeien en zien we een eng, buitengewoon onwerkelijk mannetje dat zo uit een Amerikaanse film over buitenaardse wezens lijkt te zijn weggestapt. Een reusachtige afgehakte hand steekt uit een keurig gesteven manchet en opent een eenzaam deurtje in de wei. Als dat niet fantantisch is!

Ik ken Dado van het Centre Pompidou in Parijs. Daar raakte ik enkele jaren geleden aan de praat met een zaalwacht omdat ik wilde weten wat beeldende kunst doet met iemand die er de hele dag beroepshalve naar moet kijken. Ik vroeg hem wat hij nu het mooiste schilderij in het museum vond. Die vraag overviel hem. Het mooiste schilderij? Dat had hij zich nog nooit afgevraagd. Ja, als ik hem gevraagd had wat hij het lelijkste schilderij vond, dan wist hij het wel, maar het mooiste? Toen wilde ik natuurlijk weten wat hij het lelijkste schilderij vond. Hij aarzelde geen seconde. Meneer, Le Massacre des Innocents van Dado! Geen twijfel over. Wat een akelig doek. 'Waarom dan?', vroeg ik, toen we er even later naar stonden te kijken. 'Een smerig, blubberig, modderkleurig mengsel van darmen, drollen, babyhoofdjes en afgehakte armpjes en beentjes', zei hij. 'Het stinkt. Je hoort het bubbelen en zuigen. Ik ben er een keer misselijk van geworden. Daarna probeerde ik de andere kant op te kijken als ik er langs liep, maar dat lukte niet. Dat schilderij trekt als de lichamelijke zonde achter de roodverlichte ramen in de rosse buurt van uw ontaarde Amsterdam, maar als je bezwijkt en je hoofd draait, moet je bijna braken.'

Ik moest hem gelijk geven. Het schilderij hing daar dreigend, slurpend, monsterachtig. Ik was er even stil van. Ik had het warm en voelde mijn hart kloppen. Als je lang keek, zag je het bewegen, het drong door tot in je porieën en droop uiteindelijk van je doordrenkte lichaam af. Ik zag er van alles en nog wat in. De heilzame werking van modderbaden, verborgen geslachtsdelen, de vleesverwerkende industrie, ganzeleverpastei, levende fossielen, hoe langer ik keek, hoe meer ik de afschuw van de zaalwacht begreep.

'U heeft gelijk', zei ik. Hij had de triomfantelijke blik van iemand die al wist dat hij gelijk had.

Van het schilderij heb ik een reproduktie in huis. Het staat afgedrukt in een boek over de collectie van het Centre Pompidou.

De vogeltjes stonden op fluiten toen ik het licht in mijn werkkamer aanknipte en het boek van de plank nam. 'Niet te geloven', zei ik hardop. Opgewonden zocht ik naar de krantenknipsels met de foto's van Ganymedes. Even later lagen ze naast elkaar op mijn bureau: Ganymedes en Dado's Le Massacre des Innocents. De gelijkenis is griezelig treffend. Natuurlijk, wie de grote lijnen in het leven niet wenst te zien en altijd maar gewichtig over details zit te zeiken, iemand als Wim Kok bijvoorbeeld, zal er op wijzen dat de babyhoofdjes bij Dado op Ganymedes iets minder herkenbaar zijn en dat er anus-achtige gaten zijn bijgekomen. Maar ik vind die verschillen veel te klein om NASA van grootscheeps bedrog vrij te pleiten. Een foto van Dado's schilderij hoeft maar een beetje gemanipuleerd te worden om er uit te zien als Ganymedes. Wie ruimtesondes met camera's naar Jupiter kan sturen, kan ook een foto naar zijn hand zetten. En als niet langzaam maar zeker een veel grootsere, ja, een adembenemende hypothese in mij opgekomen was, zou ik nu vast en zeker geloven dat ze daar bij NASA luid lachend een paar stevige borrels gedronken hebben nadat hun foto in alle kranten van de wereld was gepubliceerd.

They must all have shit in their brains, zei een van hen, terwijl ze het generaliserend over niet-Amerikanen hadden. De tranen liepen over hun wangen toen ze elkaar herinnerden aan de eveneens overal gepubliceerde foto van de Voyager-II uit 1979. Die vage foto van dezelfde kant van Ganymedes zou volgens het persbericht bewijzen dat de Galileo zeventig keer dichterbij was gekomen. Maar ze hadden gewoon dezelfde uitvergrote foto van een Van Gogh-fragment onscherp afgedrukt. Just shit in their brains, zei dezelfde man nog een keer. Hij schudde zijn hoofd over zoveel journalistieke goedgelovigheid. Niemand op de persconferentie vroeg waarom Ganymedes er dan weer als een boomschors en dan weer als een terrein vol darmen en anussen uit kon zien. Niemand.

Foto's van schilderijen naar buiten brengen als foto's van een maan in het heelal. Dat was de waarheid geweest als een andere waarheid haar niet overtroffen had. Die waarheid is minder leuk, maar oneindig veel interessanter. Volgens deze superieure en bizarre waarheid heeft de NASA wel degelijk een sonde de ruimte ingestuurd. De Van Gogh-foto's werden voor de grap bijgevoegd maar de darmige foto van Ganymedes werd inderdaad van nabij genomen. Op de foto staat wat Dado schilderde. Door de afstand zijn de details van kinderhoofdjes natuurlijk wat uit het zicht geraakt. Bovendien schilderde Dado zijn doek in de late jaren vijftig. Wat zich toen nog enigszins als de treurige trekken van kinderhoofdjes liet herkennen, is in het verdergaande verrottingsproces verloren gegaan, opgeslorpt, aangevreten, verslijmd.

Dit doet dus niets af aan het feit dat Dado bij het schilderen een beeld voor ogen heeft gehad dat zich nu, in 1996, via de supercamera's van een ruimtesonde democratisch aan ons allen heeft getoond. De techniek, ik zal het maar verklappen, heeft iets ongelooflijks verricht. Zij heeft God, om niet te zeggen Yomanda, naar de kroon gestoken. Zij heeft ons een blik in het hiernamaals gegund!

Met Le Massacre des Innocents doelde Dado volgens de Pompidou-catalogus niet op de onnozele kinderen die door koning Herodus werden vermoord in de hoop zo ook de pasgeboren Joodse verlosser Jezus Christus te doden.

Nee, Dado schilderde de plaats die Dante aan de zijde van Vergilius betrad aan het begin van zijn reis naar de hel. Hij schilderde het voorgeborchte van de hel, de wreedste plaats in de christelijke leer. In die eeuwige wachtkamer tussen hemel en hel verblijven de mensen die geboren werden voordat Jezus Christus de mensheid verloste. Zij konden nog niet door de christelijke doop van de erfzonde bevrijd worden. En met de erfzonde op je ziel mag je de hemel niet in, hoe deugdzaam je ook geleefd hebt. In een speciale afdeling van dit voorgeborchte zijn de baby's ondergebracht die dood werden geboren of al overleden voordat ze gedoopt konden worden. Onschuldiger kan een mens niet zijn en toch worden zij eeuwig gestraft. Volgens Dante zijn de zielen in het voorgeborchte zonder hoop vervuld van een eeuwig verlangen en lijden ze aan een pijn die niet lichamelijk is. 'Mijn Godt', zou de verkoper in Jiskefets dierenwinkel zeggen als hij er van hoorde, met een mond zo scheef als de moraal van deze christelijke martelkamer.

Hoe zal dat voorgeborchte eruitzien?, vroeg Dado zich af op zijn atelier in een Parijse buitenwijk. En hem bereikten levensechte beelden uit het heelal. De kunstenaar had contact met het bovenaardse. Wie zijn schilderij gezien heeft, moet beamen dat het voorgeborchte van de hel voor ongedoopte baby's er inderdaad zo uit moet zien. Zo en niet anders. De lijkjes zijn er zichtbaar aan een pijnloos proces van ontbinding onderworpen. Hun gezichtjes drukken een gelaten afwachten uit. Eerst moeten ze hun voetjes prijs geven aan de verrotting. Dan volgen de zachtroze billetjes en de lieve, kleine rompjes. Soms begint de pijnloze ontbinding bij de oogjes. En altijd is er in die kleine, onschuldige hartjes het hopeloze, eeuwige verlangen naar het einde van dit stinkende en sissende vergaan, van dit wegzinken in een blubberige massa van rottend vlees en darmige modder, van dit zuigende moeras vol zachtroze en asgrijs afval van een treurige moraal.

Niemand zal meer kunnen zeggen dat we het niet geweten hebben. Er zijn foto's van genomen! Het voorgeborchte van de hel bevindt zich op Ganymedes, nabij Jupiter. Zonder het zelf te weten heeft de NASA-ruimtesonde aan de hand van een technisch briljante Vergilius de rivier de Acheron overgestoken en de eerste kring van de hel betreden. De veerman Charon, gewend aan het overvaren van zondige zielen, wist even niet wat hij zag en toen waren de foto's al genomen. Shit, zei hij nog. 'Als dit maar geen gelazer geeft'.

Het wachten is nu op de eerste foto's van de hemel. Maar hoe herken je die zonder dat er een natuurgetrouw schilderij van is? De hemel herken je als je hem ziet, denk ik. Ja, dat zie je meteen of je ziet het nooit. Daar heb je geen Dado voor nodig.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden