Het volk leeft in angst

De nieuwe president die de Indonesiërs morgen kiezen, krijgt meteen een pittig mensenrechtenrapport op zijn bureau. Vol gruwelijke getuigenissen.

Zacht en monotoon vertelt Tineke Rumakabu haar verhaal, tijdens een openbare hoorzitting van de Coalitie voor Recht en Waarheid in Jakarta in oktober vorig jaar. "Wij vrouwen zijn gevangengenomen en naar de haven gebracht. Vandaar namen ze ons mee naar de kazerne." Die nacht in 1998 zag ze hoe militairen de borsten van haar vriendin Martha Dimara afsneden.

Nadat president Soeharto in het voorjaar van dat jaar gedwongen was af te treden, waaide een wind van hoop door de uithoeken van de Indonesische archipel. Die hoop bereikte ook Papoea en op 2 juli 1998 werd de eigen vlag, de Morgenster, gehesen op de watertoren van Biak, een eiland zo groot als Gelderland en Overijssel samen. De Nederlandse kolonisator had de Papoea's ooit vrijheid beloofd, maar door een internationaal machtsspel werd Nieuw-Guinea in 1962 toch een Indonesische provincie. Al gauw uitten een honderdtal mensen met zang en gebed rondom de watertoren hun verlangen naar vrijheid.

Een vreedzaam protest dat na vier dagen door politie en speciale legertroepen bloedig werd neergeslagen; meer dan honderd mensen kwamen om. Deze Biak Berdarah, Bloedig Biak, is een verzwegen trauma op het paradijselijke eiland ten noorden van het grote eiland Papoea.

In de KKPK, de Indonesische Coalitie voor Recht en Waarheid, treden overlevenden en slachtoffers gezamenlijk naar buiten. De Biak Berdarah is een van de vele mensenrechtenschendingen die de KKPK heeft gedocumenteerd. Tati Krisnawaty is er vanaf het begin bij betrokken: "Als de maatschappij niets doet, gaat de straffeloosheid gewoon door." Zij werkt voor AJAR, Asia Justice and Rights, dat ook afdelingen heeft in Oost-Timor, Birma en Sri Lanka.

AJAR wil dat er een eind komt aan straffeloosheid; zeker in Indonesië lopen veel plegers van misdaden tegen de menselijkheid vrij rond. Sommigen willen zelfs president worden, zoals ex-generaal Prabowo, die bloed uit Papoea en Oost-Timor aan zijn handen heeft. Hij werd uit het leger ontslagen nadat zijn naam in verband was gebracht met ontvoering en marteling van pro-democratie-activisten in de jaren voorafgaande aan de val van president Soeharto in 1998.

De eerste regering na Soeharto onder leiding van diens vice-president Habibie zegde een Waarheids- en Verzoeningscommissie toe en er zou een mensenrechtenwet komen. Het bleken lege beloften. Na tien jaar wachten namen Indonesische mensenrechtenorganisaties het heft in eigen hand. De coalitie KKPK focust op misdaden tegen de menselijkheid in de periode van 1965 tot 2005 die grotendeels door Soeharto's regime wordt bepaald. Tati Krisnawaty: "Al is er een lange weg te gaan, we móeten de regering dwingen om deze mensenrechtenschendingen onder ogen te zien."

De KKPK riep 2013 uit tot Tahun Kebenaran, het Jaar van de Waarheid. Meer dan duizend zaken werden gedocumenteerd; zaken waarbij vaak hele gemeenschappen het doelwit waren. Zoals de militaire operaties in Atjeh die 23 jaar duurden. Of dorpen die met militair geweld werden ontruimd om het land vervolgens voor miljoenen dollars aan buitenlandse bedrijven te verpachten. Ook werd de rol van het leger bij de bloedige rellen van mei 1998, die leidden tot Soeharto's aftreden, nader onderzocht.

Om elke schijn van buitenlandse beïnvloeding te vermijden, financiert de KKPK alles met eigen middelen. In vijf provincies konden slachtoffers - vaak voor de eerste keer - tijdens openbare zittingen hun stem laten horen. Het Jaar van de Waarheid sloot af met een vijfdaagse hoorzitting in Djakarta. De vele getuigenissen zijn gefilmd zodat ze ooit tegen de Indonesische staat gebruikt kunnen worden. "Ook overlevenden van de moordpartijen na de coup van 1965 hebben hun verhalen voor het eerst verteld. Ze zijn waarschijnlijk overleden voor het tot een proces komt, maar we hebben hun getuigenissen voor altijd vastgelegd", zegt Tati Krisnawaty strijdbaar.

De coup waar Tati Krisnawaty over spreekt heeft tot op de dag van vandaag gevolgen voor de Indonesische politiek. In het najaar van 1965 worden zes Indonesische generaals van hun bed gelicht en vermoord. Een communistische coup, beweert toenmalig generaal Soeharto. Op tien oktober roept hij een speciale militaire eenheid in het leven, het Commando voor Herstel van Veiligheid en Orde, die de strijd met de communistische partij, de PKI, aanbindt. Communisten worden in die jaren afgeschilderd als duivels, verraders en kindermoordenaars. Soeharto huurt moordcommando's uit de burgerij in die op Java en andere eilanden binnen een paar maanden zo'n half miljoen mensen over de kling jagen. In de vorig jaar veelvuldig bekroonde documentaire 'The Act of Killing' van Joshua Oppenheimer spelen de moordenaars hun gruwelijke daden na.

Generaal Soeharto trekt de macht naar zich toe en volgt in 1967 de eerste president van Indonesië, Soekarno, op. In zijn 'Nieuwe Orde' gaat Soeharto door met het aanwakkeren van communistenhaat en zo weet hij zijn politieke tegenstanders uit te schakelen. Internationaal krijgen de moorden weinig aandacht, al stelt de CIA ze later in een geheim rapport op één lijn met Stalin, Mao en de nazi-terreur als de 'ergste massamoorden van de 20e eeuw'.

Elke roep om onderzoek naar de moordpartijen stuit op verzet. Een eerdere poging om de slachtoffers opnieuw te begraven, leidde tot bedreigingen en protesten. In de Indonesische geschiedenisboeken worden de moordpartijen met een paar woorden afgedaan. De overlevenden van de pogroms zijn nog steeds gestigmatiseerd en kunnen bijvoorbeeld niet meedoen aan overheidsprogramma's. Erger nog, het stond niet lang geleden nog expliciet in je identiteitspapieren als je in 1965 of 1966 tot 'subversief element' was verklaard.

Tot op de dag van vandaag rust er een taboe op 'communisme' en bestaat er geen links-kritische stroming in Indonesië. Daarom, zo zegt Tati Krisnawaty, zijn er zoveel onbestrafte misdaden tegen de menselijkheid. Op regeringsniveau lijkt niemand zich om recht te bekommeren. Er bestaat sinds het jaar 2000 een wettelijke mogelijkheid om een ad hocmensenrechtenhof in te stellen. Het gebeurde tot nu toe twee keer, maar het justitieel systeem is té verbonden met de politiek; geen van de rechtszaken leidde tot een veroordeling.

undefined

Bloedbad

Een van de grote zaken van de Coalitie voor Recht en Waarheid is de Biak Berdarah van 1998, de massamoord op het Papoea-eiland Biak. Tineke Rumakabu getuigde onder haar eigen naam: "Ik wil niet dat de Indonesische regering kan zeggen dat ik niet besta om mijn getuigenis vervolgens als leugen opzij te schuiven."

De watertoren waarop de Papoea-vlag de Morgenster vier dagen wapperde, ligt tegenover de haven van Biak. Op zes juli 1998 is Tineke Rumakabu bij het krieken van de dag met een groepje vrouwen op weg naar de demonstranten om ze rijst te brengen. Er klinkt geweervuur: politie, leger en extra ingevlogen troepen vormen al schietend een U rondom de demonstranten. Zo worden die naar de haven gedreven.

Tineke rent weg, maar de militairen komen haar achterna. Ze slaan de vrouwen met geweren en trappen hen in de buik. Als Tineke valt, slepen ze haar aan haar rechterbeen naar de haven. Geblinddoekt en halfnaakt wordt ze op een vrachtwagen gesmeten. "Ik dacht dat ik in water viel, maar het was bloed", zegt ze. De paar nog levende mensen op de laadbak schreeuwen het uit.

Die nacht komt Tineke Rumakabu in een hel terecht. Soldaten branden sigaretten op haar armen, ze heeft er nog littekens van. Net als van de bajonetslag op haar hoofd. Een jong meisje wordt verkracht tot ze bezwijkt; Martha Dimara van wie de borsten worden afgesneden, krijgt een bajonet in haar vagina geduwd en daarna wordt ze met dezelfde bajonet onthoofd. Bij een andere vrouw snijden ze de schaamlippen weg. Zelf krijgt Tineke Rumakabu een brandende kaars naar binnen, haar clitoris wordt met een stiletto bewerkt en ze wordt verkracht.

Van de twaalf mensen die in de kazerne terechtkomen, leven er de volgende ochtend nog vier. Volgens Tineke Rumakabu hielpen gemaskerde mannen hen ontsnappen. Misschien waren het christelijke soldaten van de Molukken die medelijden met hun geloofsgenoten hadden, zegt ze.

Tineke Rumakabu is letterlijk kapot van binnen; haar man verlaat haar om die reden, én vanwege de schande dat zijn vrouw met een andere man is geweest. Sinds ze voor het eerst met haar getuigenis naar buiten trad, is ze ondergedoken. "Ze kennen mijn naam, maar weten niet hoe ik eruit zie", zegt ze. Soms zwerven er door het bos rondom het huisje waar ze tijdelijk woont mensen die zeggen dat ze naar vogels op zoek zijn. Tineke Rumakabu vertrouwt niemand meer; ze wil het liefst asiel in Australië aanvragen.

Tientallen mensen zijn op die zesde juli 1998 op twee klaarliggende oorlogsschepen gedreven. In de weken na het bloedbad spoelden er op de witte stranden van Biak lijken aan die snel - zonder verder onderzoek - werden begraven. De Indonesische regering beweerde dat het slachtoffers waren van een tsunami op het onafhankelijke deel van het hoofdeiland, Papoea-Nieuw-Guinea. Volgens een rapport van Human Rights Watch uit die tijd hadden sommige lijken de armen vastgebonden op de rug, en spoelde er één lijk aan met een T-shirt van de Indonesische Golkarpartij.

Een lokale mensenrechtenactivist borg in de dagen na de moordpartij een onthoofd vrouwenlichaam en een puber in schooluniform. Hij getuigde dat de meeste aangespoelde lichamen 'zwaar beschadigd' waren; benen, hoofden en vaak genitaliën ontbraken. Ook de Indonesische Nationale Commissie voor de Mensenrechten erkende toentertijd dat in Biak sprake was geweest van schending van mensenrechten, maar een vervolgonderzoek is er nooit gekomen.

De Biak Berdarah komt terug in het rapport dat de KKPK samenstelde op basis van de vele getuigenissen tijdens het Jaar van de Waarheid. De nieuwe president krijgt dit rapport direct na zijn inauguratie op zijn bureau. Wie die nieuwe president zal zijn, is de vraag; koplopers zijn de populaire Joko Widodo, de 'president van het volk', en de omstreden ex-generaal Prabowo.

Begin mei vroegen mensenrechtenorganisaties om een onderzoek naar Prabowo's verleden, maar er gebeurde niets. Ondertussen is Prabowo bijna dagelijks te zien in gelikte verkiezingsspotjes die hij dankzij een paar vrienden in de mediabusiness op vijf nationale televisiezenders kwijt kan. Een groot deel van het electoraat is nog onbeslist en heeft nauwelijks weet van Prabowo's verleden, dus de kans is groot dat de spotjes effect zullen hebben en dat hij Widodo voorbij zal streven.

Prabowo heeft al aangekondigd het land 'als een sterke leider met strakke hand' te willen regeren. Tati Krisnawaty: "Indonesië is de lachspiegel van de democratie. Zolang iedereen gebrainstormd is, leeft het volk in angst. Als daar geen einde aan komt, zal er niets veranderen."

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden