Het Volk heeft niets te maken met revoluties

In Gent bleef zaterdag alles bij het oude. De gebruikelijke afwachtingskoers, het dito concert (zo volumineus dat je je op een houseparty waande), een tribune vol lokale notabelen (die zich in Vlaanderen altijd in vol ornaat in het strijdgewoel mengen) en een overvolle VIPtent voor het massaal opgekomen Volk. Het wielrennen leeft daar waar het sterft.

GENT - De wielerwedstrijd Gent-Gent, ook bekend als de omloop Het Volk, was ooit de plechtige opening van het seizoen. Ofschoon er tot zaterdag al 52 wedstrijden waren verreden, blijft de Vlaamse semiklassieker voor iedere lage lander de IJsselcup onder de wielerwedstrijden. Iedereen ziet elkaar na een lange winterpauze weer voor het eerst, iedereen kijkt even onwennig naar de modeshow van nieuwe shirtjes, zoals het ook iedereen voor de ogen duizelt als er weer enkele tientallen nieuwe sponsor- en cosponsornamen langs paraderen. Dat Jean-Paul van Poppel en zijn tegenstrever Djamolidine Abdoesjaparow ieder inmiddels twee sprintoverwinningen hebben geboekt en Museeuw, Golz en Argentin gedrieen met een hattrick de internationale zegestand aanvoeren, telt niet meer. De mediterrane warming-upkoersjes zijn wat UCI-voorzitter Hein Verbruggen er van vindt: een nutteloze ver-van-mijnbedshow.

En ook al is Gent-Gent een tussenstation op weg naar de aprilklassiekers en relativeert iedere ploegleider de kwalitatieve waarde van de sprintzege die Johan Capiot ten koste van diens 'gangmaker' Peter Pieters en Eric Vanderaerden boekte, publicitair galmt zoiets vrij lang na. Maar verder? Om met de 'winnende' ploegleider Cees Priem te spreken: "Laten we maar gewoon doen en niet uit onze bol gaan. Het is een leuk begin van het seizoen, waar je niet al te lang bij stil moet staan." De Belg pakte de draad op, die hij in de laatste sprintklassieker van vorig jaar (Parijs-Tours) had laten liggen. Net als twee jaar geleden plaveide hij zijn zegepad met pech. In 1990 won hij na in de slotfase nog een lekke band te hebben gehad, zaterdag moest hij vijf kilometer voor de finish nog van fiets wisselen.

De sprintzege in Gent-Gent moet hem overigens minder inspanning hebben gekost dan de hoofdrol in een promotiefilmpje van de Vlaamse commerciele zender VTM. Capiot werd gevraagd op herosche wijze de Muur van Geraardsbergen te beklimmen. Zwetend voldeed hij aan de opdracht, nog natter van het lichaamsvocht probeerde de filmer de klautertocht te vereeuwigen. Helaas, de batterijen waren op, waarna Capiot weer van onder af aan moest beginnen. Vervolgens diende de renner de Bosberg te beklimmen. Eenmaal boven, kreeg hij te horen dat de opname deerlijk mislukt was. De cameraman had vergeten een cassette in het filmtoestel te stoppen.

Niet Capiot, maar Johan Museeuw werd de voorbije dagen door de Vlaamse kranten naar de status van absolute vedette geschreven. De winnaar van Gent-Gent is inmiddels een goede tweede. Na Parijs-Tours sloeg het hem nog wat in de bol en mompelde Priem iets van: hij moet eerst maar eens laten zien dat hij een grote renner is, vijf maanden na dato vindt de Zeeuwse directeur-sportief dat hij op dat punt grote vorderingen heeft gemaakt. Priem staat er ontspannen bij, nu hij met zijn ploeg tot de 'groten'is toegetreden. Tot en met vorig jaar werd hem de toegang tot MilaanSan Remo nog ontzegd, omdat hij niet in de top twintig van het heilige FICP-klassement stond.

Priem is het nerveuze gekrabbel in de marge ontgroeid. Hij contracteert geen zakkenvullers meer, louter omdat ze een handjevol FICPpunten meenemen die ze in de loop van het seizoen vlot verspeelden. Hij komt ook niet meer met experimenten op de proppen, die het fietsen tot een nevengeschikte doelstelling veroordelen. Na het klikschakelen, de zeewierfietsen en nog wat hobbystisch geklooi van enkele fabrikanten, was de enige noviteit afgelopen zaterdag een nieuwe band met een wit loopvlak. "Want dat geeft moraal," weet Priem. "De jongens willen graag dat het materiaal er mooi uit zien. Het is een psychologische benadering, die soms goed werkt."

De doem van de werkloosheid hing over het wielrennen, toen een maand geleden het seizoen 1992 begon. Sponsors haakten af, nieuwe dienden zich niet aan. Stempelen in plaats van waterdragen, dat leek het lot voor velen te worden. Intussen telt het peloton meer ploegen dan ooit (58). Ze houden zo'n 850 renners aan het werk. In de loop van het jaar zal het aantal fietsende employes ongetwijfeld de 900 benaderen, zodat het negatieve verschil met vorig jaar (934) binnen de perken blijft. De carrosserie van het cyclisme is echter minder betrouwbaar dan de buitenkant doet voorkomen. Hier en daar werd de lakspuit gehanteerd om roestplekken aan het oog te onttrekken. Veel ploegjes verdienen die naam amper, veel beroepsrenners hun moeizaam verkregen status nog minder. In het GOS bijvoorbeeld, opereren nu twee profploegen. Een van de twee staat onder leiding van de haast legendarische ex-bondscoach Kapitanow. Maar een bijdrage tot de verbreding en mondialisering van de sport kan hij bij gebrek aan middelen ook niet leveren. Crisis? What crisis!

Luilekkerland

De doem van de werkloosheid hangt nog steeds over het wielrennen. Italie is een klassiek luilekkerland, Spanje tot dusver de enige nieuwe rijke onder de wielernaties. Op het Iberisch schiereiland floreert het cyclisme als nooit tevoren. Elf ploegen dragen gezamenlijk een budget van zestig miljoen gulden. Meer dan de helft heeft zich in de top 25 van het FICP-klassement genesteld. Vijf Spanjaarden staan in dezelfde bovenlaag van de individuele rangschikking: Indurain (2), Mauri (8), Lejarreta (10), Delgado (19) en Echave (23). Wat nog wezenlijker is: net als de Italiaanse toppers hoefden de Spaanse vedetten het land niet voor een smakelijke boterham te ontvluchten. Indurain en Delgado zijn met een jaarsalaris van 2,3 miljoen gulden grootverdieners. Alleen LeMond steekt daar met een geschat inkomen van 3,3 miljoen nog bovenuit.

De organisatiestructuur in Spanje is sterk verbeterd. Tien jaar geleden was wielrennen ten zuiden van de Pyreneeen synoniem voor gedrogeerd rondrijden op tweewielers. De ommekeer kwam toen ter gelegenheid van het WK voetbal in 1982 de dopingcontrole werd verfijnd. Weliswaar wierp de (letterlijk) verhullende wijze waarop Pedro Delgado in 1988 de Tour de France won, een smet op dat imago, de jongste opsporingstechnieken (waarmee met het oog op de Olympische Spelen proef wordt gedraaid) hebben in het prille seizoen al twee 'slachtoffers' gemaakt. In de Ronde van Valencia bleken de Engelsman Elliott en Suarez positief te zijn. Nog belangrijker is dat het kwalitatieve niveau van de (ronde)wedstrijden de laatste jaren opzienbarend steeg. Het aantal wedstrijden waarin veel FICP-punten zijn te verdienen, is sterk toegenomen. Ook over de aanwas maakt niemand zich zorgen. Ongeveer 200 Spanjaarden bezitten een proflicentie, bijna een kwart van het arsenaal beroepsrenners in de wereld.

In de VIP-tent voor het Volk maalde niemand er om. Broeiend onder het zeildak schoof de gewone man langs de tap en het buffet en deed de buiksprekende promotie-speaker van dienst winnaar Capiot de suggestie de champagnefles te ontkurken. Crisis? What crisis! Na het afhanken van de grote sponsors Histor, Weinmann en (in mindere mate) Tonton Tapis, is er in het land waar de wielersport ongeveer werd uitgevonden, nog maar een serieuze geldschieter (een gokbedrijf dat onder staatstoezicht staat) over. Een op de vier Belgen fietst in buitenlandse dienst. Wie het leger in eigen land achtergebleven kermiskoersers er van af trekt, komt op een nog zorgwekkender percentage uit. Negativo Eddy Merckx constateert dat zijn land zowel sportief als organisatorisch wielervernuft ontbeert. "Ja," roept hij smalend in een Belgisch sportblad, "alleen kermiskoersen kunnen we nog organiseren."

Na een tijdelijke terugval is GentGent op de hierarchieke ladder weer opgeklommen tot het niveau 1.1. Anders gezegd: een eendagswedstrijd van de eerste categorie. Het leverde Capiot tachtig FICPpunten op. "Wel erg veel voor zo'n wedstrijd," zegt ploegleider Priem. "Ik bedoel dat in relatie tot de klassiekers. Hier reden veel kleine ploegen mee. Als je in een wereldbekerwedstrijd tiende wordt, lever je in feite een grotere prestatie dan dat je hier wint. Maar die tiende plaats in zeg maar de Ronde van Vlaanderen, levert veel minder punten (welgeteld 15 - red) op."

Voorzitter Verbruggen van de internationale wielrenunie is druk doende de 'macht' van de kleine wedstrijden te breken. Tot dit jaar was de kwaliteit van het deelnemersveld mede bepalend voor de FICPkwalificatie. Rijke 'inrichters' van kleine koersjes zagen hun kans schoon en contracteerden voor grof geld grote renners. Dat die bij de eerste bevoorrading afstapten, deerde hen nauwelijks. Verbruggen daarentegen wil het schaarse goed van echte vedetten in serieuze wedstrijden aan de start zien. Door de Vuelta van april/mei naar september te verplaatsen (een soortgelijk opzetje met de Giro was bij voorbaat tot mislukken gedoemd) en het WK pas in oktober te organiseren, wil de in Belgie wonende marketing-consulent het wielerseizoen belangrijker maken dan de Tour de France alleen. Daarnaast wil hij de mondialisering nader gestalte te geven door behalve in Europa ook in Amerika een FICP-klassement te introduceren. Amerikanen en Colombianen hoeven dan niet langer een transatlantische oversteek te maken om hun positie op de wereldranglijst te verbeteren.

Het bedrijfsleven is gebaat bij een lang seizoen, weet Verbruggen. Het is een veeg teken dat in het land, dat de wedstrijd met de grootste uitstraling organiseert, de ene sponsor na de andere opstapt. In 1980 telde Frankrijk nog zeven serieuze geldschieters, nu zijn het er nog drie. Van dat drietal overwegen twee (Castorama en RMO) zich aan het eind van het seizoen terug te trekken en zou de derde (Z) op een goedkopere basis verder willen gaan. Voor de geldschieter die er vorig jaar mee kapte (Toshiba), meldde zich geen nieuwe. Het heeft niet uitsluitend met chauvinisme te maken, dat L'Equipe boos constateerde, dat zelfs de winnaar van Parijs-Roubaix (Marc Madiot) naar Duitsland moest emigreren om niet als werkloze op die triomftocht te hoeven teren.

Crisis? What crisis! Het wielrennen is terug bij de eenvoud van kleinere ploegen en genormaliseerde salarissen; enkele uitzonderingen daargelaten. Cees Priem: "Het is rustiger geworden in het peloton. De renners zijn weer terug op het punt dat ze moeten presteren."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden